Reportage Voormalige vliegbasis

Geen F16, maar veldleeuwerik en wie weet.. de tapuit

Boswachter Martijn Bergen, op de grote landingsbaan van de voormalige vliegbasis Soesterberg, zoekt naar een tapuit. Op de voorgrond Slangenkruid, een plant die houdt van kalkrijke, arme bodem. Beeld Maarten Hartman

Ooit landden hier straaljagers. Nu doen dat vooral zeldzame vogels en groeien er bijzondere bloemen en planten. De voormalige vliegbasis Soesterberg is nu een juweeltje van biodiversiteit.

 Boswachters krijg je in de regel gemakkelijk aan de praat. Wanneer ze het hebben over ‘hun gebied’ vliegt het ene na het andere vogeltje voorbij en passeert er altijd wel een interessant beestje of plantje. Maar ga je op stap met Martijn Bergen, gebiedsbeheerder van het Utrechts Landschap en verantwoordelijk voor het Park vliegbasis Soesterberg, dan krijg je meteen zin om de verrekijker om te hangen, de laarzen aan te schieten en de voormalige vliegbasis op te gaan. Op zoek naar de ultieme natuur.

Tijdens het ritje in zijn boswachtersauto over de ruim drie kilometer lange start- en landingsbaan neemt Bergen bijvoorbeeld opeens wat gas terug. Hij stopt met praten, steekt zijn vinger in de lucht en zegt dan: ”Hoor je dat? Dat zijn veldleeuweriken. Daarvan hebben we hier liefst 229 paren, de grootste populatie van de provincie Utrecht. Daar kan ik zo vrolijk van worden joh.” Of hij houdt even stil bij een voormalige kerosineheuvel. De tanks zijn daar al lang geleden uit gesloopt, de natuur nam al jaren terug bezit van het wegdek. Een enorme kuil aan de rand van het bos getuigt van alle sloopwerkzaamheden. “Daar bovenop staat torenkruid, kijk maar. Een plant die je alleen op enkele plekjes langs de kust treft”, klinkt het trots.

De voormalige vliegbasis telt liefst zeshonderd verschillende planten, voegt hij er aan toe. En passant wijst hij ook nog op vrolijk kwinkelerende grasmussen en graspiepers (rode lijst), buizerds en kwik-staartjes en speurt hij tevergeefs naar een grauwe klauwier (rode lijst). Om uiteindelijk stil te houden ter hoogte van een verdwaald heuveltje betonblokken midden in een bloemveld, rechts van de startbaan.

Soortenrijkdom

Daar zijn vijf jaar geleden voor het eerst tapuiten waargenomen, een zwaar beschermde vogelsoort, volgens de Vogelbescherming ‘een van Europa’s snelst afnemende soorten’. Bergen: “Omdat we ze hier regelmatig rond dat beton zagen scharrelen, hoopten we dat ze daar, bij gebrek aan een konijnenhol, zouden nestelen.” Helaas. Tot op vandaag is daarvan geen bewijs gevonden. Zelfs de ingeschakelde ecoloog, die de ontwikkeling van het hele gebied regelmatig in kaart brengt, tast in het duister. Het enorme grasveld langs de start- en landingsbaan is in ieder geval zeer bloemenrijk, het miegelt er van de insecten; zoveel rijkdom moét toch garant staan voor een geweldig verblijf voor welke graslandvogel dan ook?

Ook de ‘tapuitennestkast’, zo ontworpen dat bunzing of marter er niet in kan komen, bood tot nu toe geen soelaas. Maar Bergen blijft hoop houden. “Misschien moeten we die kasten maar eens openen, om te zien of ze sowieso bewoond waren.” De teller staat nu op zeven gespotte tapuiten. 

De voormalige blusvijver is nu een vijver met salamanders, kikkers en libellen. Beeld Maarten Hartman

De soortenrijkdom heeft alles te maken met de vliegbasis, haar geschiedenis en dan vooral het beheer van het terrein. Vooral de laatste ‘bewoners’, de Amerikanen, hebben ruimtelijk hun stempel op het gebied gedrukt. Zo zijn uit strategische overwegingen de tientallen shelters die onderdak boden aan straaljagers en helikopters verspreid over de enorme grondoppervlakte van ruim 380 hectare. Ook de commandobunker, munitiedepots en andere gebouwen zijn op uiteenlopende locaties te vinden. “Het was dus het grootste cadeau van de eeuw toen het Utrechts Landschap in 2004 de basis van de provincie kreeg”, zegt Bergen. 

Streng bewaakt

Decennialang konden veel soorten hun gang gaan op een enorme locatie, zonder dat ze daarbij werden verstoord. De Navobasis was immers streng bewaakt, delen ervan waren zelfs voor militairen afgesloten.

Bovendien is het voor vliegvelden belangrijk dat er weinig vogels zijn. Want die zijn gevaarlijk voor het vliegverkeer. De enorme grasvelden rond de gigantische start- en landingsbaan zijn dus decennialang bewust kort gehouden. Intensieve bemaaiing, gecombineerd met structurele afvoer van maaisel, leverden uiteindelijk schrale gronden op, een prima basis voor de huidige variatie aan bloemen en planten.

“Mijn voorganger bij Defensie heeft dus ook veel bijgedragen aan de natuur: wij bouwen daarop verder”, zegt Bergen. “Daarnaast bestaat de bodem van het park, het hart van de Utrechtse Heuvelrug, vooral uit zand en grind, grondsoorten die elders in het land vooral zijn bebouwd, of tot bos of landbouwgebied zijn ontwikkeld. Dat maakt het hier tot een uniek open graslandschap, wat voor het voortbestaan van specifieke vogelsoorten of planten noodzakelijk is.”

Gemakkelijke prooi

Opvallend is verder de bloemenweelde vlak langs de landingsbaan. Daar kom je ook kalkminnende plantensoorten tegen, zoals het zeldzame slangenkruid. De plant is te herkennen aan de gespleten stamper in de opengesperde bloem, net de tong van een slang. “Dat komt niet alleen door de specifieke samenstelling van de bodem, maar ook door de sloop van gebouwen in de loop der tijd. Dan komt er kalk vrij, wat in de bodem spoelt”, zegt Bergen. Ook de enorme start- en landingsbaan is gebouwd op een fundament van puin en beton. Op hun beurt zien de vogels de baan vooral als snackbar. De asfalt-toplaag warmt relatief snel op en trekt daarmee veel insecten, wat ze tot een gemakkelijk prooi maakt voor alles wat fladdert en rondvliegt.  

De pluimvoetbij heeft nesten gemaakt bij het voormalige munitiecomplex. Beeld Maarten Hartman

Na de overdracht van de vliegbasis aan het Utrechts Landschap is er wel het een en ander veranderd. Het gebied, in 2014 opengesteld voor publiek, was nogal versnipperd en kende veel gebouwen die volkomen nutteloos waren geworden. Veel is dus gesloopt, zoals onderkomens voor militairen maar ook overbodige wegen.

Veel is ook bewaard gebleven. Bijvoorbeeld de munitiedepots met hun metersdikke muren; het is schier onmogelijk en dus heel duur om deze met de grond gelijk te maken. Tegelijk dragen deze resterende gebouwen bij aan de cultuurhistorische  waarde van het gebied, wat een bezoek aan ‘Soesterberg’ bijzonder maakt, om ‘het sfeertje van de koude oorlog’ te kunnen proeven. 

Sommige gebouwen kregen ook een nieuwe functie. Met enkele collega’s houdt Bergen bijvoorbeeld kantoor in een van de enorme shelters. Andere zijn te huur voor evenementen die passen in de natuur. Of bijvoorbeeld voor televisieopnamen. “Vandaag zit de KRO/NCRV erin.”

Menselijke verstoring

Wel wint langzaam maar zeker de natuur terrein. Bomen groeien op de daken van shelters die geen functie meer hebben, wachthuisjes en munitieopslagruimten worden steeds meer overwoekerd door wilde planten. De centrale commandobunker, ooit ontworpen als veilig onderkomen bij een chemische of nucleaire aanval, heeft op zijn dikke betonnen dak vrolijk bloeiende bieslookplanten, waardoor het er voor insecten heerlijk toeven is, en pluimvoetbijen hebben in het plaveisel voor een munitiecomplex nesten gemaakt. De nabijgelegen blusvijver, ooit een saaie, vierkante betonnen bak met plastic zijwanden, is omgetoverd tot een vijver vol salamanders, kikkers en libellen. Lisdodden wuiven je tegemoet.

Eigenlijk, peinst Bergen, heb ik een geweldige baan. “Wie kan er nou zeggen dat hij een vliegveld beheert? Collega boswachters moeten zich vaak enorm inspannen om de natuurwaarde van een landgoed of bos een beetje te kunnen verhogen. Maar ik zit hier op een gebied waarvan de natuurwaarde al enorm hoog is.”

Toch is hij niet geheel zonder zorgen. Zo heeft de provincie ruim tien jaar geleden besloten dat twintig hectares van de voormalige basis volgebouwd gaan worden met woningen. De bouw lag door de bouwcrisis stil, maar de plannen zijn weer afgestoft. Het moet een ‘duurzaam en kwalitatief hoogwaardige woonwijk worden’, ten zuiden van het park. Bergen: “Daarbij zal rekening worden gehouden met de natuur. Veldleeuweriken zijn bijvoorbeeld allergisch voor hoogbouw; direct langs de rand van het park komt dus laagbouw, verderop hoogbouw.” Maar de praktijk is toch dat ieder menselijke activiteit verstoring betekent, sombert hij. “Wat dat betreft kan je beter op gewone boerengrond bouwen.”

Deze voormalige, door veel bloemen omgeven shelter op Soesterberg, bood ooit onderdak aan F16's. Nu is het een werkruimte van Utrechts Landschap. Beeld Maarten Hartman

Natuurwaarden

De natuurwaarden van de voormalige vliegbasis worden regelmatig gemonitord door ecologen. Naast de tapuit, de kneu, graspieper en grauwe klauwier, zijn er op de graslanden of in de bossen rond de oude vliegbasis boomleeuweriken, geelgorsen, braamsluipers, gekraagde roodstaarten, houtsnips, kwartels en koekoeken te vinden. Verder fladderen er rond de landingsbanen veel vlinders, vleermuizen en zijn er naast bijzondere planten ook veel paddestoelen te vinden.  

Lees ook: 

Het geheim van Soesterberg

De voormalige militaire vliegbasis Soesterberg is onlangs tot openbaar park gebombardeerd. Je kunt er nu in alle vrede wandelen en fietsen, en bouwwerken uit de Koude Oorlog bekijken.

Deze kunstenaar maakt zich druk om wel- en niet-bestaande vogels en wil een monument oprichten voor de bedreigde leeuwerik

Kunstenaar E.C. Hooymeijer wil een monument voor de veldleeuwerik met de tekst: ‘ooit een algemene zangvogel in Nederland. Nu (bijna) uitgestorven.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden