Column Patrick Jansen

Geef iets moois terug voor al die zonnevelden

Trots presenteerde het kabinet vorige week het Klimaatakkoord, met maar liefst vier ministers. Nederland gaat het klimaat redden. Of anders tenminste de Nederlandse reputatie. Er komt een energietransitie van fossiel naar wind en zon. Het klinkt fantastisch. Totdat duidelijk wordt hoeveel ruimte het kost: 2 procent van het landbouwareaal moet worden belegd met zonnevelden, maar liefst 450 vierkante kilometer.

Dat wordt nog een hele toer, want zonnevelden liggen moeilijk. Burgers ervaren ze als aantasting van de open ruimte, boeren zien ze als aanval op de landbouw en natuurliefhebbers hekelen de teloorgang van natuur en landschap. De weerstand wordt verder gevoed doordat daken leeg blijven. En ook doordat zonnevelden het domein zijn van energiecowboys die profiteren van fabelachtige aanlegsubsidies. Snel veel geld verdienen wint het vaak van goede ruimtelijke ordening.

Groenpraterij

Ondernemers stellen steevast dat zonnevelden de biodiversiteit vergroten. Ik vind dat groenpraterij. Wat biodiversiteit oplevert zijn de bloemenstroken en heggen rondóm de zonnepanelen. Maar de panelen zelf niet. Sterker, vorig jaar waarschuwden deskundigen dat bedekking van grond met zonnepanelen funest kan zijn voor bodem en biodiversiteit. Datzelfde geldt ook voor zonnepanelen op water.

Bovendien is het geen kunst om hier biodiversiteitswinst te halen. Weilanden en akkers huisvesten tegenwoordig zo weinig soorten dat haast door élke gebruiksverandering de soortenrijkdom toeneemt. Ook een nieuwe snelweg met bloemrijke berm. Of een ruim opgezette woonwijk of bedrijventerrein. Biodiversiteit is een gelegenheidsargument. Heggen en bloemen als schaamgroen om schade te verhullen.

Het is verleidelijk om zonnevelden eindeloos te traineren. Maar er is ook een andere mogelijkheid. Je zou de energietransitie kunnen aangrijpen om eindelijk iets te doen aan de kolossale problemen die spelen in het landelijk gebied. Zoals de teloorgang van biodiversiteit en landschap, de tanende aantrekkelijkheid en toegankelijkheid voor recreatie, de verslechterde perspectieven voor boeren, en de grote afstand tussen burgers en boeren.

De crux

Stel dat de overheid de aanleg van zonnevelden zou koppelen aan het oplossen van deze problemen. Bijvoorbeeld door voor elke hectare zonneveld óók een hectare aan landschapsschoon uit te strooien, buíten het zonneveld. Zodat het landschap wordt verrijkt met heggen, bloemenstroken, natuurvriendelijke oevers, poelen, wandelpaden en andere groene voorzieningen. Zodat biodiversiteit herstelt, ruimte ontstaat voor wandelen en fietsen, en burgers vaker bij boeren langskomen.

De crux is boeren en andere grondeigenaren rond zonnevelden eerlijk te betalen voor landschap, natuur en recreatie op hun grond. Die betaling moet de opbrengst van andere landbouwproducten evenaren, en er moet zekerheid zijn. Boeren moeten langetermijncontracten kunnen afsluiten en betaald worden uit een landschapsfonds. Zoiets is al gedaan: in de Ooijpolder bij Nijmegen zijn landschap en natuur voor dertig jaar veiliggesteld, tot tevredenheid van burgers en boeren.

Als de overheid echt vaart wil maken met zonnevelden, dan moet ze de weerstand van burgers overwinnen. Volgens mij kan dit door aanleg van zonnevelden te koppelen aan een grote opknapbeurt van het landelijk gebied, betaald uit landschapsfondsen gevuld met energiegeld. Dan moeten burgers en boeren nog steeds ruimte inleveren, maar ze krijgen er tenminste iets moois voor terug.

Patrick Jansen is ecoloog en universitair hoofddocent in Wageningen en schrijft voor Trouw om de week een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden