Met een infraroodcamera detecteert de melkrobot de spenen van de koe.

Frida 209 en Sandra 31 stierven door de melkrobot

Met een infraroodcamera detecteert de melkrobot de spenen van de koe. Beeld Maikel Samuels

Efficiënt, duurzaam en diervriendelijk: de melkrobot belooft alles te zijn wat een boer maar wensen kan. De uitvinders ervan maken morgen kans op een Europese prijs. Maar als de machine niet werkt, geeft de fabrikant niet thuis én staat het leven van de koe op het spel.

 Johan van Gorp had net de boerderij van zijn vader overgenomen toen hij een ongeluk kreeg. Bij het schoonmaken van de melkmachine kwam er reinigingsmiddel in zijn gezicht. Zijn oog raakte beschadigd, zijn zicht verminderde, hij moest een operatie ondergaan, maar hij hield er last van. Op de boerderij sprong zijn vader bij, maar die raakte op leeftijd. Johans vrouw was zwanger. Eerst hielp ze zoveel mogelijk mee op de boerderij maar toen er kinderen werden geboren, ging dat steeds lastiger. “Dan ga je vreemde arbeid zoeken”, zegt Van Gorp. “Maar dat heeft zijn prijs. En je bent nog steeds niet echt vrij. Net als je een keer naar een verjaardag wilt, is er geen hulpkracht beschikbaar.”

Wat uitkomst zou bieden: een melkrobot. Koeien kunnen daar zelf naartoe gaan als ze gemolken willen worden. De boer kan op afstand een oogje in het zeil houden en hoeft niet meer twee keer per dag handmatig de melkmachine te bedienen. Bij een robot gaat het werk vanzelf en als er iets fout gaat, krijgt de boer een seintje op zijn computer of zijn smartphone.

Van Gorp en zijn vrouw, die negentig koeien houden in het Brabantse Alphen, oriënteerden zich uitgebreid. Ze verdiepten zich in verschillende soorten melkrobots. Die van fabrikant De Laval vonden ze het geschiktst. Boeren die hij ernaar vroeg, waren allemaal heel positief. Maar, zegt Van Gorp nu, waarschijnlijk was dat maar een deel van de waarheid. “Als je twee ton hebt geïnvesteerd in twee robots, zul je niet snel zeggen dat het een verkeerde keuze was.”

De robot is bezig aan een opmars in de Nederlandse melkveehouderij. De eerste prototypes werden zo’n 25 jaar geleden ontwikkeld, maar pas de laatste jaren gaat het hard: in het eerste kwartaal van 2019 werden 221 nieuwe melkrobots verkocht. Inmiddels gebruikt bijna een kwart van de Nederlandse melkveehouders (4.221 van de 17.048 bedrijven) het volledig automatische melksysteem. De pioniers van het robotmelken, de ingenieurs Alexander van der Lely en Karel van den Berg, zijn door het Europees Octrooibureau genomineerd voor de European Inventor Award 2019. Of ze die winnen, wordt morgen tijdens een feestelijke ceremonie in Wenen bekendgemaakt.

De vorm van een melkrobot lijkt wel wat op een bushokje: een roestvrijstalen achterwand met een afdakje. Zodra een koe erin gaat staan, sluit achter haar een hekje. Er schiet een robotarm onder het dier, die zuigt zijn ‘tepelbekers’ aan haar spenen vast en melkt de koe ritmisch leeg. De robot is efficiënt, diervriendelijk en duurzaam, is de belofte. Want niet alleen neemt het apparaat de boer werk uit handen, ook registreert het allerlei gegevens over een koe. Hoeveel melk geeft ze? Hoe is haar temperatuur? Hoeveel weegt ze? Is ze misschien ziek? Problemen met de gezondheid van de dieren merkt de robot sneller op dan de boer met het blote oog. Dat zou het dierenwelzijn ten goede komen.

Beginneling

Het klinkt als pure winst. Maar wel met één voorwaarde: dat de robot goed functioneert. Is dat niet het geval, dan betekent dat ellende voor boer én koe, merkte Johan van Gorp. “Vanaf dag één dacht ik: mijn twee robots doen het anders dan ik bij collega-boeren had gezien. Vooral de ene. Het aansluiten, het vinden van de spenen, de hele beweging van de robotarm stond mij niet aan. Maar je bent een beginneling op dit gebied, dus je zoekt de verantwoordelijkheid eerst bij jezelf. Of bij je koeien. De robotarm bewoog zo zenuwachtig dat de koeien er ook nerveus van werden. Ze vonden het heel onprettig om gemolken te worden.”

Volgens de fabrikant was er een software-update nodig. “Maar na die update leek de robot wel karatekid”, zegt Van Gorp. “De arm begon de koeien gewoon te slaan.”

Maar een koe móet nu eenmaal gemolken worden. Dus als ze niet uit zichzelf wil, moet het met dwang. Van Gorp: “Ik moest twee keer per dag vijfentwintig of dertig koeien handmatig naar de robot brengen. Sommige koeien kregen door het slechte melken uierontsteking. Dag en nacht zat ik in de stal.”

Melkveehouder Emiel Stam uit Spijk (Gelderland) heeft een vergelijkbare ervaring. Zes jaar geleden investeerde hij fors in een melk-, voer- en mestrobot van GEA Farm Technologies, een van de grootste leveranciers voor de voedselverwerkende industrie. Net voor de Kerst van 2013 liepen de eerste koeien van Stam de robot in. “Het ging drie maanden goed. Maar ineens hadden we een uitbraak van uierontstekingen. Dan moet je op zoek naar de oorzaak. Ligt het aan de stal, het strooisel, het voer, het weer? Maar het kon alleen de robot zijn geweest.”

Johan van Gorp uit Alphen (Noord-Brabant) met zijn koeien en melkrobot. Beeld Maikel Samuels

De servicemonteur werd erbij gehaald. Die kon niets vinden en concludeerde dat alles in orde was. Stam: “Maar het was niét in orde. Iedere dag kwamen er nieuwe koeien bij met heel heftige ontstekingen. Gezonde dieren lagen binnen 24 uur dood in de stal. Ik zei tegen mijn vader: als dit zo doorgaat, is de stal over een maand leeg.”

De geüpdatete software die Johan van Gorp kreeg, werd in 2016 ingevoerd bij alle gebruikers van een robot van dit merk. Sommige roboteigenaren moesten daarvoor volgens Van Gorp eerst een nieuwe computer aanschaffen. “Boeren bij wie het tot dan toe lekker draaide, kregen nu ook problemen. Koeien wilden niet meer in de melkrobot of ze werden niet goed leeggemolken. Toen viel bij mij het kwartje: de problemen met mijn robot lagen niet aan mij of aan mijn koeien, maar aan de software. Ik heb de fabrikant kwaad opgebeld. Maar ‘sorry’ kreeg ik niet te horen. Ik had het al gemerkt: als je wilt aantonen dat het aan hun apparaat ligt, stuit je op een muur. Je wordt niet gehoord, dat wringt.”

Foute boel

Emiel Stam ontdekte zelf wat er scheelde aan zijn robot. “Op een dag stond ik in de melkruimte en zag dat de robot zijn beker niet goed op de spenen van de koe aansloot. De robot hoort dat te merken en het daarna opnieuw te proberen. Maar deze robot stuurde de koe als ‘leeggemolken’ terug de wei in. Dat is foute boel, want een koe die niet goed wordt gemolken, ontwikkelt een uierontsteking.”

Stam belde de servicemonteur. Die concludeerde dat sensoren van de robot vervuild waren geraakt, een probleem dat de leverancier oploste door speciale zeefjes te monteren. Er volgde een jaar zonder problemen. Totdat de uierontstekingen wéér toenamen en de oorzaak wéér niet werd gevonden. Nu werd er een specialist van de fabrikant bijgehaald, die Stam de schuld in de schoenen schoof. Hij ontving een (door Trouw ingezien) rapport waarin stond dat hij het probleem zelf zou hebben veroorzaakt door een verkeerd reinigingsmiddel te gebruiken.

“De expert was alleen één notitie vergeten te wissen”, zegt Stam. Daarin stond dat de problemen níet kwamen door een verkeerd schoonmaakmiddel. De oorzaak was dat het reinigingswater in de robot te warm werd, waardoor alle plastic onderdelen kapot gingen. Stam: “Ik hoorde daarna van andere boeren dat het bedrijf dat geintje vaker uithaalde. Gewoon een compleet ander verhaal opschrijven, zodat de dealer wordt gevrijwaard.”

Lekstroom

Johan van Gorp kwam al zoekend naar de oorzaak van de problemen met zijn melkrobot ten langen leste in contact met elektrotechnicus Johan van Bommel. Die wist uit ervaring dat koeien de melkrobot gaan mijden als gevolg van lekstroom. Dat kan optreden als de elektrische installatie niet goed geïsoleerd of geaard is. Van Bommel ontdekte dat de aarding van de melkrobot van Van Gorp niet in orde was. “Zodra hij die had aangepast, zag ik verbetering bij mijn koeien.”

Dat lekstroom problemen geeft bij melkveehouders, is bekend, bevestigt Sjef Cobben, hoogleraar aan de TU Eindhoven en expert op het gebied van de kwaliteit van stroom. Er werd ook al eens een rechtszaak over gevoerd: een boer ondervond in zijn nieuwgebouwde stal problemen met de melkrobot, wat leidde tot uierontsteking bij zijn koeien. Aan de robot zelf mankeerde niets, de oorzaak was de elektrische installatie van de stal, die door netbeheerder Liander niet was geaard. De rechter stelde de boer in 2011 in het gelijk.

Als een koe voelt dat de robot onder spanning staat, wil ze er niet in, legt Van Bommel uit in zijn schuur in het Brabantse Someren. “Als ze er uiteindelijk toch in staat, wordt ze niet goed leeggemolken en krijgt ze uierontstekingen. De melkopbrengsten gaan omlaag, de boer raakt in de stress, het hele bedrijf gaat onderuit.” Volgens Van Bommel zijn melkrobots onvoldoende bestand tegen lekstroom.

“Koeien zijn gevoelige dieren”, erkent manager André de Leeuw van melkrobotfabrikant De Laval. De invloed van lekstroom op melkrobots noemt hij ‘een aandachtspunt’. Ook robotfabrikant Gea kent het probleem, maar bestrijdt dat de melkrobot niet goed genoeg bestand is tegen lekstroom.

Volgens Johan van Bommel zou het tijd, dierenleed en financiële ellende besparen als een elektrotechnicus als hij eenvoudig kon beschikken over data waaruit blijkt dat problemen met de melkrobot het gevolg zijn van lekstroom.

Het is niet zo, zegt Johan van Gorp uit Alphen, dat hij als boer in het geheel geen inzicht had in de prestaties van zijn melkrobot.

“Ik kan hele lijsten uitdraaien. Maar het probleem is dat die data weinig inzicht bieden, omdat je jouw scores niet kunt vergelijken met die van andere boeren. En als je bij De Laval begint over de software die misschien niet in orde is, schieten ze daar in de verdediging. Je moet als boer zelf een oplossing zoeken, de begeleiding vanuit de fabrikant is minimaal.”

Hij heeft vijftien koeien moeten ‘opruimen’, zegt Van Gorp, omdat de robot ze niet wilde melken. “Elke keer als deze dieren voor de robot stonden, kreeg ik een melding. Dan moest ik er weer naartoe om ze zelf te melken. Dan ben je een slaaf van je robot, je komt zodra hij roept. Dat is niet vol te houden. Mijn vrouw zei: die robot lijkt wel de baas op ons bedrijf.”

Melk weggooien

Bij Emiel Stam uit Spijk leidden de problemen met de robot tot de dood van Frida 209, Sandra 31, Femie 19, Anne 18 en nog 45 andere koeien. Stam moest in totaal 90.000 liter melk weggooien van koeien die antibiotica hadden gekregen. Het bedrijf dat bij Stam de robot installeerde en onderhield, wil desgevraagd niet reageren.

Een melkrobot biedt in beginsel veel voordelen, vindt Johan Grolleman, zelfstandig adviseur op het gebied van ‘melkwinning en optimale uiergezondheid’ uit Zwolle. Hij staat boeren met raad bij tijdens de bouw en inrichting van melkstallen.

“Melken moet iedere twaalf uur”, zegt Grolleman. “Met een robot kun je arbeidspieken besparen en hoef je niet meer op vaste tijden in de melkstal te zijn. Het brengt boeren arbeidsverlichting en flexibiliteit. Ook koeien varen er wel bij. Die kunnen hun eigen gang gaan en worden vaker gemolken. Dat levert weer meer melk op en is goed voor de uiergezondheid. Als het goed gaat, is iedereen tevreden. Maar gaat het mis, dan staat de boer met zijn rug tegen de muur.”

Als specialist staat Grolleman meerdere melkveehouders per jaar bij, in Nederland en het buitenland, bij problemen met hun melkrobots. Hij heeft geen reden, zegt hij, om te denken dat de problemen minder zullen worden. Want er komt alleen maar meer apparatuur die de melkrobot kan verstoren, zoals zonnepanelen en zendmasten van het 5G-netwerk.

Maar hoevéél boeren kampen met problemen met hun melkrobot, is niet exact vast te stellen. Voor zover bekend hebben twee of drie melkveehouders een rechtszaak tegen hun robotmaker aangespannen. Een handvol boeren was bereid om Trouw en Investico over hun ervaringen te vertellen.

“Het probleem in dit soort zaken is”, legt Grolleman uit, “dat als de rechtszaak nog loopt een interview de zaak vaak geen goed doet en als de zaak gesloten is de meeste veehouders geen behoefte hebben om er nog over te praten.”

Emiel Stam zegt ‘veel’ boeren te kennen die problemen ondervinden met hun melkrobot. “Alleen durven zij niet te praten. In veruit de meeste gevallen zijn zij monddood gemaakt met geld.” Stam schat dat een kwart van de ‘robotmelkers’ problemen heeft.

Uit een enquête van Investico onder 135 melkveehouders, in samenwerking met boerenorganisatie ZLTO, bleek dat 10 procent van de ondervraagden kampte met een toename van uierontstekingen na de aanschaf van de melkrobot. Daarentegen zegt 73 procent van de bevraagde boeren meer plezier in het werk te hebben sinds ze een robot bezitten.

Gemeengoed

Het aantal melkrobots zal alleen maar toenemen, verwacht de Raad voor Dierenaangelegenheden, een adviesorgaan van de regering. “Op veehouderijbedrijven zal binnen vijf à tien jaren digitalisering gemeengoed zijn”, stelt de raad in een rapport dat vandaag verschijnt. “De belofte is dat uiteindelijk de gecombineerde sensordata met algoritmen beter in staat zullen blijken te zijn om iets over gezondheid en welzijn te zeggen, en dus goed zijn voor de dieren. Maar die situatie is nog (lang) niet bereikt.”

Als een veehouder in een conflict terechtkomt met de leverancier van zijn melkrobot, ontstaat er nog een extra probleem: de boer is altijd zélf verantwoordelijk voor het welzijn van zijn dieren. Worden koeien ziek door een slecht functionerende robot of raken ze gewond, dan kan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ingrijpen vanwege dierverwaarlozing.

Beeld Maikel Samuels

Het is daarom hoog tijd om de dierenwelzijnwet aan te passen, vindt Kees van Schaik, specialist in agrarisch recht en verbonden aan advocatenkantoor Gresnigt & Van Kippersluis in Zwolle. Hij kent het leed dat boeren doorstaan wanneer de intelligente landbouwapparatuur hapert.

“De zorgplicht voor het dierenwelzijn zou ook deels bij de dealer van de melkrobot moeten komen te liggen”, betoogt hij. “Dat dwingt hem mee te werken aan de oplossing, in plaats van achterover te leunen met de algemene voorwaarden in zijn hand, terwijl de boer er alles aan doet om zijn dieren te verzorgen.”

“Als je eenmaal een melkrobot hebt gekocht”, zegt Johan van Gorp uit, “ben je als boer helemaal overgeleverd aan de fabrikant. Voor service en hulp bij problemen kan ik – tegen hoge tarieven – alleen bij de dealer terecht. Die wil de technische informatie van zijn robot niet met andere partijen delen.

“Met problemen of klachten kan ik niet bij iemand anders terecht. Het is alsof je gevangen zit in een slecht huwelijk.”

Dat bevestigt Emiel Stam. Bij de aankoop van een melkrobot, zegt hij, sluit de boer een onderhoudscontract af. Door te tekenen gaat hij ermee akkoord dat de dealer de robotdata krijgt. Anders wordt er geen service verleend. “Het komt er dus op neer dat de dealer en de fabrikant de data hebben en wij niet.”

Exclusief domein

Manager André de Leeuw van robotmaker De Laval zegt dat zijn bedrijf inderdaad registreert hoe een melkrobot presteert. Die data kan De Laval op afstand uitlezen. “Wij geven die kennis terug in de vorm van software waarmee de boer zijn werk kan doen.”

Hetzelfde geldt voor de robots van GEA Farm Technologies, een grote speler op de wereldmarkt. Harm Ypma, ‘Head of Milking & Dairy Farming Sales’ laat weten dat opgeslagen gegevens ‘na verloop van tijd’ gewist worden, omdat ze dan ‘niet meer relevant zijn’. Maar het besturingssysteem van de robot zelf is het exclusieve domein van de fabrikant.

Met handen en voeten gebonden zijn aan een leverancier heet in jargon ‘vendor lock-in’.

Voor de agrarische sector is dit een groot probleem, constateren de regeringsadviseurs van de Raad voor Dierenaangelegenheden.

Boeren moeten de vrijheid hebben, stelt de raad, om bijvoorbeeld over te stappen naar een ander merk melkrobot én daarbij de gegevens mee te nemen die er over hun dieren zijn verzameld: “Niet alleen dat huidige data ingelezen kunnen worden”, aldus de raad, “maar ook dat historische data meegenomen kunnen worden, liefst inclusief attenties”.

Emiel Stam uit Spijk wist aan de greep van zijn robotleverancier te ontkomen. Hij had een zelf geïnstalleerd computerprogramma back-ups laten maken van de data van de melkrobot. Op basis van deze gegevens is hij een rechtszaak gestart – die hij lijkt te gaan winnen. De uitspraak volgt komende maand.

Aan de keukentafel in Alphen zucht Johan van Gorp diep. “Als er iets mis gaat met de melkrobot heb je niet alleen een computerstoring, maar ook een zieke koe. Die gaat misschien wel dood. Dat is het laatste wat een boer wil. Soms vraag ik mij af of robotmakers zich wel realiseren dat hun machine gebruikt wordt door levende wezens.”

Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten .

Onderzoeksplatform Investico produceerde een podcast over datagedreven landbouw en de gevolgen voor boeren. Via deze link kunt u deze podcast beluisteren op de website van Investico. 

Lees ook:

Levenslessen van boer Johan van Rijthoven: Ik laat me niet beheksen door de bank

Melkveehouder Johan van Rijthoven (52) uit het Brabantse Casteren wilde investeren in de toekomst. Maar mysterieuze problemen met een nieuwe melkrobot dreven hem tot wanhoop.

Koe 138 kalfde 94 dagen geleden

Het ‘internet of things’ komt snel op bij veehouders. Boer Bos controleert op zijn smartphone de kudde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden