Reportage

Fraude in de berm

Een ruige berm (naast het pad) is gunstig voor vogels, insecten en vlinders. Berkelland treedt op tegen boeren die de berm bij hun akker trekken. Beeld Herman Engbers

Het lijkt handig en onschuldig: een boer die even de berm mee maait. Maar de Gelderse gemeente Berkelland komt ertegen in actie, omdat het de natuur schaadt. Bovendien plegen boeren fraude.

Behendig stuurt Jan-Luc van Eijk zijn auto door het buitengebied van het Gelderse dorp Eibergen. Het is nazomer. Van Eijk slaat een zandpad in en rijdt dat een eind op. Hij stapt uit en wijst om zich heen. Over een lengte van 700 meter, zegt hij, had een boer hier twee meter berm in gebruik genomen en bij zijn akker getrokken. “In het voorjaar zat hier nog een gele kwikstaart. Nu staat er mais, op gemeentegrond. Alle insecten zijn verdwenen.”

Van Eijk is adviseur groen, natuur en landschap voor de gemeente Berkelland in de Achterhoek. De gemeente telt een kleine 45.000 inwoners in dorpen als Borculo, Eibergen, Neede en Ruurlo en heeft een uitgesproken agrarisch karakter: viervijfde van de oppervlakte is in gebruik als landbouwgrond, verdeeld over ongeveer 700 boeren. Zij houden ruim 50.000 koeien, een kwart miljoen varkens en meer dan 400.000 kippen. Die produceren samen ruim een miljard kilo mest per jaar. Dat zet de natuur onder druk, zegt Van Eijk. “Landschapselementen en biodiversiteit gaan verloren. Als je er niks tegen doet, houd je niks over.”

Op het gemeentehuis in Borculo legt burgemeester Joost van Oostrum uit hoe het in zijn werk gaat. Ieder jaar, zegt hij, moeten boeren bij de overheid een reeks gegevens aanleveren, onder meer hoeveel hectare landbouwgrond zij in gebruik hebben. Op basis van deze opgave wordt bepaald hoeveel Europese subsidie een boer krijgt en hoeveel mest hij maximaal op zijn grond mag brengen. Deze zogeheten ‘grondgebondenheid’ moet overbemesting voorkomen en het milieu sparen. Maar, zegt de burgemeester: “Wij zien dat landschapselementen verdwijnen, op grote schaal worden gesloopt.”

Meer subsidie

Op zoek naar zoveel mogelijk hectares voor de landsubsidie en de mestwetgeving laten boeren hun oog vallen op grond die grenst aan hun perceel, zoals wegbermen en groenstroken. Die worden ongevraagd in gebruik genomen en aangemeld bij het ministerie van economische zaken. Dat levert op verschillende manieren voordeel op: meer landsubsidie, meer ruimte om gras of mais voor de koeien te laten groeien, meer ruimte om mest uit te rijden, minder kosten voor mestafvoer. Opgeteld kan dat een onterecht voordeel van zo’n 1500 euro per hectare opleveren. Dat komt dan bovenop de 8000 euro ‘bedrijfstoeslag’ die de gemiddelde Berkellandse boer (de subsidie varieert van enkele honderden tot tienduizenden euro’s) per jaar ontvangt aan Europees geld. Maar het gaat ten koste van begroeiing die rijk aan bloemen en kruiden een thuis is voor vogels, vlinders en insecten. Van Oostrum verwijt dat de beleidsmakers meer dan de boeren: “Het subsidiesysteem werkt vernietiging van het landschap in de hand.”

De instantie die de grondaanmeldingen van de boeren verwerkt en controleert is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het ministerie van economische zaken. Op de website van de rijksdienst kunnen boeren op omgevingskaarten zelf intekenen welke percelen zij in gebruik hebben. De ervaring van de gemeente Berkelland is dat de rijksdienst niet controleert wíens grond een boer nu eigenlijk aanmeldt.

Sinds vorig jaar treedt Berkelland op tegen boeren die gemeentegrond hebben geannexeerd. Ze zijn geïdentificeerd doordat de gemeente bij de rijksdienst de informatie opvroeg die de boeren hebben aangeleverd, en die heeft vergeleken met kaarten waarop staat welke grond gemeentelijk eigendom is. Er zijn inmiddels 85 gevallen van ‘landjepik’ aan het licht gekomen. De betrokken boeren zijn aangesproken en de gemeente neemt de bermen weer in gebruik. Ook zijn er paaltjes geslagen om de grens te markeren: dít is landbouwgrond en dát is natuur. De kosten heeft de gemeente voor eigen rekening genomen, mede omdat ze zelf ook niet altijd goed in de gaten heeft gehouden wat er met haar grond gebeurde. Met vermoedens van mestfraude is niets gedaan. De communicatieadviseur van de gemeente verwoordt het zo: “De gemeente heeft vanuit de eigen verantwoordelijkheid prioriteit gelegd bij het herstel van de bermen en de juiste afbakening van de kadastrale eigendommen, via ‘het goede gesprek’, en heeft niet de prioriteit geplaatst bij het voeren van juridische procedures.”

Met welke boeren zo’n ‘goed gesprek’ is gevoerd, wil de gemeente niet zeggen. Enig speurwerk leidt naar Marco Arink uit het dorp Beltrum. In de buurt van zijn boerderij heeft de gemeente over een lengte van bijna anderhalve kilometer de berm (van twee tot vier meter breed) teruggevorderd. Arink ontkent niets: ja, hij had die gemeentegrond in gebruik genomen. “Ik maai het al jaren, omdat er onkruid groeit. Als de gemeente niets aan het onderhoud doet, doe ik het maar zelf. Dan ziet het er weer netjes uit.” Inderdaad, zegt Arink, dat levert hem extra grasland op. “Maar de opbrengst daarvan is een fractie.”

Of hij de gemeentelijke bermen ook heeft opgegeven bij de rijksdienst, om er subsidie voor te krijgen en er mest op te mogen uitrijden? “Dat kan helemaal niet. Van alle grond die je aanmeldt moet je met documenten kunnen aantonen dat je die mag gebruiken.”

Dat is níet het geval, leert navraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Een woordvoerder legt uit dat een perceel maar door één gebruiker kan worden aangemeld, om dubbele subsidie te voorkomen. Maar op ‘landjepik’ wordt niet gecontroleerd: “Er wordt standaard niet om een bewijs van eigendom of een pachtcontract gevraagd. Het criterium is of de boer het feitelijk in gebruik heeft. Dat kan door eigenaarschap of met een pachtcontract, maar ook middels mondelinge onderlinge afspraken.”

Dat boeren inspelen op het ontbreken van controle ‘kan best gebeuren’, zegt Wim Klein Willink van boerenbelangenorganisatie LTO, afdeling Berkelland. “Ik denk dat de meeste boeren dat doen, want elke vierkante meter is er een. Al denk ik dat het eerder om het werkgemak gaat dan om financieel gewin. Voor een individuele boer stelt het voordeel niet zoveel voor. En verder doen ze het omdat het kan - totdat er gehandhaafd wordt.”

‘We zijn toch buren’

“Er is een categorie boeren die wil blijven groeien”, weet Wilfried Klein Gunnewiek van de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Berkel en Slinge. “Daarvoor ben je afhankelijk van grondoppervlakte. Als je 60.000 à 70.000 euro per hectare hebt betaald wil je elke meter benutten. Bewust frauderen gebeurt vast en zeker.”

Marco Arink uit Beltrum kreeg bezoek van een bureau dat de gemeente Berkelland heeft ingehuurd om het grondgebruik te inventariseren. Dat irriteert hem. “Onze grond grenst aan die van de gemeente, dus we zijn in wezen buren. Dan kun je toch normaal met elkaar praten?” Dat de gemeente de perceelgrens nu met paaltjes heeft gemarkeerd, vindt Arink hinderlijk voor zijn werk.

De grond die Arink in gebruik had genomen, is door de gemeente weer ingezaaid met ‘Floramengsel nr. 9’. Het kaasjeskruid en de vlasleeuwenbek moeten hier weer gaan groeien, net als hondstong en rolklaver. Wellicht wordt dan ook het icarusblauwtje, een graslandvlinder, weer gesignaleerd.

Arink: “Dat mengsel kost 128 euro per kilo en er moet 10 kilo op een hectare. En na hooguit twee jaar moet het opnieuw. Leg zo’n uitgave van gemeenschapsgeld maar eens uit aan mensen die moeite hebben om rond te komen.”

Gele kwikstaart

Arink vindt het prima, zegt hij, dat Berkelland werk wil maken van biodiversiteit. Maar dan wel graag in samenspraak met de boeren. “Het is belangrijk om deze zaken samen met alle betrokkenen op te lossen in plaats van met een eenzijdig en slecht onderbouwd plan van de gemeente. Daardoor krijgen burgers alleen maar minder vertrouwen in de gemeente, omdat ze met eigen ogen zien hoe makkelijk er belastinggeld wordt weggegooid.” Hij biedt aan: “Als de gemeente zegt op welke momenten en op welke manier ik de bermen mag maaien, wil ik dat best doen. Tegen vergoeding.” Groenadviseur Jan-Luc van Eijk rijdt naar de Eppinkweg in Eibergen. Over een lengte van 200 meter had een boer hier een 3 meter brede berm in gebruik genomen. Die heeft de gemeente teruggehaald en ingezaaid.

Van Eijk: “Het was aangeboerd tot de weg. Terwijl bij dit landschapstype, een zandweg met bomenrij, een schrale berm hoort. Daar kun je dan een gele kwikstaart horen roepen. Die samenhang was weg. Ik hoor van mensen dat ze steeds minder patrijzen zien. Tja, waar zouden ze ook moeten zitten?”

De meeste grensgeschillen lost de gemeente Berkelland op met een goed gesprek. Maar met boeren die mopperen over ingeleverde grond, heeft burgemeester Van Oostrum ‘geen medelijden’, zegt hij. “Het landschap is voor de gemeente van economische waarde. Toeristen en recreanten komen ervoor naar onze regio. Maar op deze manier gaat het naar de k-l-o-t-e.”

Lees ook: ‘Landjepik’ levert boeren subsidie op

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden