Interview

Frank Elderson, de man die de wereld van de haute finance wijst op klimaatrisico’s

Frank Elderson Beeld Maartje Geels

Centrale bankier Frank Elderson belandde in één keer op nummer 4 van de Trouw Duurzame 100. De manier waarop hij de financiële wereld wijst op klimaatrisico’s maakt indruk, ook binnen zijn eigen sector.

 Wij zijn hier bijeen om voor onze kinderen en kindskin­deren te behouden de parnassia, de gevlekte orchis, de moeras­wespenorchis, de welriekende nachtorchis, het rondbladig wintergroen, de blauwe zeedistel, de zeewinde, de zonnedauw en de prachtig blauwe klokjesgentiaan. Wij zijn hier bijeen om te waarborgen dat ook onze kindskinderen tijdens hun levenswandel over nog onuitgestippelde paden zullen worden vergezeld door zilvermeeuwen, scholeksters, ganzen, kievieten, wulpen, grutto’s, kluten, eidereenden en lepelaars.”

Hier spreekt geen boswachter, bioloog of milieu-activist. Het zijn de woorden van een centrale bankier, afgelopen najaar uitgesproken op Terschelling in de tochtige Tonnenloods. Frank Elderson, directielid van De Nederlandsche Bank, mocht er de tweede dag van conferentie Springtij openen. Tegenover zo’n 700 mensen die professioneel met duurzaamheid bezig zijn, hield hij een gloedvol betoog over Terschelling, het klimaat en de haute ­finance. Het leverde hem een staande ovatie en hier en daar zelfs vochtige ogen op.

Elderson wist in een bijna poëtische preek duidelijk te maken dat er inmiddels een rechte lijn loopt van de wereld van de duurzaamheid naar de wereld van de Zuidas. Dat het klimaatprobleem, de gevaarlijke opwarming van de ­atmosfeer, een onderwerp is dat is doorgedrongen tot de vergadertafel op de 36ste verdieping van het glimmende kantoor van de ­Europese Centrale Bank in Frankfurt. “Alsof de Brandaris niet langer slechts dient ‘Tot waarschouwinge aller seevarende’, maar ook tot baken voor hen die hun koers moeten bepalen tussen de verraderlijke stromingen en ondiepten van de financiële wateren”, componeerde Elderson. Het licht van de vuurtoren schijnt voortaan op de grijze krijtstrepen van de financiële mannen en vrouwen.

Netwerk van centrale banken

Dat is mede de verdienste van Elderson, die klimaat en duurzaamheid op de agenda van De Nederlandsche Bank zette. Hij was daarnaast medeoprichter van een platform voor een duurzame financiële sector in Nederland, was nauw betrokken bij het vormen van een soortgelijke club in Europa en is sinds ruim een jaar de eerste voorzitter van een snel uit­dijend internationaal netwerk van centrale banken, dat zich buigt over klimaatrisico’s. Die inspanningen leverden hem in één klap de vierde plaats op in de recentste Duurzame 100 van Trouw, een van de hoogste nieuwkomers ooit. Bij het uitkomen van de lijst was Elderson als financiële toezichthouder zo in beslag genomen door de witwaszaak bij ING, dat hij niet beschikbaar was voor een gesprek. Nu is het wat rustiger aan het Frederiksplein in Amsterdam, waar De Nederlandsche Bank huist.

De jury van de Duurzame 100 is onder de indruk van de ‘systeemverandering’ die Elderson richting geeft. Om de economie te vergroenen en klimaatbestendig te maken, moet aan vele knoppen worden gedraaid. Een hele belangrijke is het geld, de gigantische financi­ele stromen binnen en buiten Nederland. Die stromen kunnen investeringen in schone energie en groene productie versnellen, maar als ze niet tijdig verlegd worden, kan de stabiliteit van het financiële stelsel gaan wankelen.

De rol van banken

“Het klopt dat er een systeemverandering gaande is”, beaamt Elderson. “Er zijn heel veel risico’s waar wij als toezichthouder naar kijken. Klimaatrisico is wel echt bijzonder, omdat het onomkeerbaar is. Als het klimaat eenmaal is veranderd en het 4, 5 of 6 graden warmer is ­geworden eind deze eeuw, gaan we dat in vele honderdduizenden jaren niet terugdraaien. Daarnaast raakt het niet slechts één of twee deelsectoren van de economie, maar alles. Dat is een inzicht dat wij afgelopen jaren gekregen hebben. 

“Regeringen hebben elkaar in Parijs op de Klimaattop in 2015 heel serieuze maatregelen beloofd. Als ze zich daaraan houden, zal er een gigantische transitie in de economie gaan plaatsvinden. Groter dan misschien welke ook sinds mensenheugenis. Wat er gaat gebeuren, is dat jij en ik nog gaan meemaken dat er geen kolencentrales meer zijn, geen dieselauto’s meer rondrijden, we afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Dat moet, want dat hebben we met elkaar afgesproken. En als we dat niet doen, ontstaan er dusdanig grote risico’s als ­gevolg van klimaatverandering dat die de financiële sector ook weer raken.”

Als Elderson nu afreist naar Frankfurt om op de 36ste verdieping te vergaderen – en dat doet hij regelmatig, omdat hij lid is van de ­Supervisory Board van de Europese Centrale Bank – is hij niet meer bang om als ‘die klimaatman’ gezien te worden. Dat was tot voor kort, zo’n vijf jaar geleden, anders. “Ik voelde me in het begin een beetje een roepende in de woestijn. Ik was ervan overtuigd dat er iets moest gebeuren vanuit de financiële sector, maar toen was nog niet helemaal duidelijk wat, we hadden nog niet alle gegevens en ­genoeg economisch onderzoek. Dan zijn er nog veel mensen die je voor gek verklaren. Maar nu is het één. 

“Die boodschap wilde ik op Springtij uitdragen. Je maakt je niet meer óf als ngo zorgen over het klimaat, óf als finan­ciële instelling. De Zuidas op Terschelling: dat voelde voor mij als een synthese. Dat we als mensen in staat zijn de plek waar we leven leefbaar te houden voor ons allemaal en dat dat alleen maar kan door ook die mensen uit de ­reële economie en de financiële sector erbij te betrekken. Dat netwerk van centrale banken dat zich verdiept in klimaatrisico’s groeit snel: van nul naar acht naar 24 nu en dat aantal zal snel verder stijgen. De Wereldbank en de Oeso zijn er op de achtergrond bij en zetten hun onderzoeksafdelingen erop in. De Bank of England doet mee, de Bundesbank, de ECB. Waar je drie, vier jaar geleden nog erg moest uitleggen wat onze rol is in relatie tot klimaatverandering, is dat nu geaccepteerd. Dat is echt een kantelpunt.”

Klimaatstresstest

Die rol krijgt op verschillende manieren vorm, legt Elderson uit. Zo heeft De Nederlandsche Bank financiële instellingen onderworpen aan klimaatstresstesten, als één van de eerste centrale banken ter wereld. Van pensioenfondsen is in kaart gebracht of ze een duurzaam beleggingsbeleid hebben; de wet schrijft voor dat ze daarover rapporteren. Ook is het ­risico van een uiteenspattende ‘koolstofzeepbel’ berekend: belangen in de fossiele industrie die waardeloos worden als reserves aan olie, kolen en gas onder de grond blijven. Het advies is niet: investeer niet meer in fossiel. Dat zou het mandaat van de centrale bank als toezichthouder te boven gaan. Wel moeten financiële instellingen weten en laten zien welke gevaren ze lopen en hoe ze daarmee omgaan.

Daarnaast heeft DNB uitgezocht in welke mate banken gebouwen met energielabel D of lager op de balans hebben. “Dat willen we weten, omdat kantoren per 1 januari 2023 minimaal een C-label moeten hebben. Als jij dan een kantoor met een D-label hebt, kun je dat vanaf die datum niet meer gebruiken of verhuren. Wij zeggen niet tegen een bank: je mag geen geld meer lenen voor dergelijke kantoren. Maar je moet wel je risico’s managen en beheersen. Toen we daar anderhalf jaar geleden naar keken, wist de helft van de banken nog niet welke risico’s ze liepen. Nu is een ­inhaalslag gemaakt.”

Gevolg van zo’n inventarisatie is dat er een ‘hefboom’ in werking treedt. Wat een centrale bank poneert, verspreidt zich rap over de hele financiële sector. “Die banken gaan niet zitten afwachten tot het 2023 is. Zij kunnen bijvoorbeeld naar klanten gaan en zeggen: jij hebt een gebouw dat dan niet meer te verhuren is, maar ik kan je helpen een oplossing te verzinnen en het gebouw energiezuiniger maken.”

Achterblijvers

Beeld Maartje Geels

Volgens Elderson is daaraan te zien dat het ­klimaatbewustzijn in zijn sector snel toeneemt. DNB kan daarbij leunen op zijn ‘con­venient power’, ofwel als een centrale bank iets zegt of een evenement organiseert, maakt dat indruk en komt men. Toch zijn er nog altijd instellingen die achterblijven of niet iedereen meekrijgen. Een groep managers van ABN ­Amro trok een paar maanden geleden aan de bel, omdat de top van de bank teveel met duurzaamheid bezig zou zijn. “Ik doe geen uitspraken over individuele instellingen”, reageert ­Elderson. “In zijn algemeenheid is het zo dat iedereen die een verandering in gang wil zetten, iets harder zal moeten roepen, anders ­verandert er niks. Als mensen zouden vergeten dat er ook nog een paar andere dingen in de ­gaten moeten worden gehouden, gaat het ­natuurlijk mis, maar dat is niet zo.”

De aandacht van de financiële wereld voor de toekomstige houdbaarheid van de economie mag dan snel toenemen, het is misschien wel wat laat. “We zijn als wereld natuurlijk laat, laat ik dat vooropstellen”, antwoordt Elderson. “Er zijn mensen die in de jaren zeventig hebben gewaarschuwd en zelfs al voor die tijd. Het was een zegen geweest als we met z’n allen eerder hadden gedaan wat we nu doen. De laatste klimaatrapporten laten ook zien dat er nog maar een heel kleine kans is dat we het 1,5-gradenscenario kunnen halen. Er is dus geen tijd te verliezen, maar er ontstaan ook veel kansen.”

Houd de moed erin

“Er zullen miljarden, triljarden zelfs, richting een duurzame economie gaan en dat zal geen overheidsgeld zijn. Er is alleen in Nederland al ruim 1300 miljard aan pensioengeld, ­iedere investeringsbeslissing heeft invloed. Er zijn ook heel veel groene winstgevende mogelijkheden. En dat kan nog veel sneller gaan als we CO2 zouden beprijzen, waardoor veel bruine bedrijvigheid niet meer rendabel zal zijn.”

Dat klinkt optimistisch, net als zijn toespraak op Springtij. Toch: “De situatie is wereldwijd uiterst urgent volgens klimaatdeskundigen. Als we onvoldoende doen, zijn de gevolgen ingrijpend, ook voor de financiële stabiliteit. Maar we moeten de moed erin houden, omdat we de dingen moeten doen die we nog kunnen doen. Er is een moreel imperatief – dat klinkt heel duur en groot, maar dat is zo – om optimistisch te zijn, anders halen we niet genoeg energie uit elkaar om te doen wat gedaan moet worden.”

Wie is Frank Elderson?

Frank Elderson (1970) studeerde Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast studeerde hij aan de universiteit van Zaragoza en aan Columbia Law School in de VS. Elderson werkte vanaf 1995 bij advocatenkantoor Houthoff en stapte in 1999 over naar De Nederlandsche Bank. Sinds 2011 is hij lid van de directie van DNB.

Lees ook:

De Nederlandsche Bank waarschuwt de financiële sector voor ecologische risico’s

Door waterschaarste, verlies aan biodiversiteit en gebrek aan grondstoffen kan de waarde van het vermogen van financiële ondernemingen flink gaan krimpen. Als eerste centrale bank heeft De Nederlandsche Bank financiële instellingen nu doorgelicht op ecologische risico’s.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden