ReportageDuurzaam verbouwen

Forteiland Pampus: straks modern en duurzaam zonder geschiedenis te verloochenen

Zo moet het forteiland Pampus er straks uit gaan zien. vanaf het bezoekerscentrum heb je uitzicht over het IJ.Beeld Paul de Ruiter Architects

Het mag wat kosten, maar forteiland Pampus is dan over twee jaar wel helemaal klimaatneutraal. Het gaat draaien zonder fossiele brandstof en eten komt uit de eigen moestuin.

Tweehonderd soldaten zaten er vier jaar lang te niksen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wachtten ze op het forteiland Pampus in de Zuiderzee op een vijand die niet kwam. Uitzicht op Amsterdam maar geen vaste verbinding met de wal, ook geen kabels of leidingen, alleen een telegraaf. Er was een kolenveld voor de energie, een eigen drinkwaterzuivering, een moestuin. Zo zelfvoorzienend werkt het nog steeds. Alleen zijn het nu dieselgeneratoren en boten die voorzien in energie en vaten drinkwater. Niet erg duurzaam. Daarom is er nu een plan dit onderdeel van ‘de Stelling van Amsterdam’, dat op de lijst Unesco Werelderfgoed staat, helemaal uitstootvrij te maken.

“Het forteiland was de JSF van de negentiende eeuw: duur en discutabel”, vertelt directeur Tom van Nouhuys van de Stichting Forteiland Pampus, staand op de hoogste betonnen glooiing van het bouwsel, tussen de twee karakteristieke koepels. “Het fort telt tachtig kamers en is gebouwd op vierduizend heipalen. Onder de twee koepels zaten twee kanonnen, gericht op het noorden waar de vijand vandaan moest komen. Die waren net zo duur als het hele eiland”, wijst Van Nouhuys naar links en rechts. “Maar er is nooit een schot gelost. In de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers de kanonnen en de stalen koepels meegenomen, een soort cradle-to-cradle-principe.” De huidige koepels zijn grotendeels van hout en er later weer opgezet.

Anarchie op het eiland

Door de opkomst van het gevechtsvliegtuig had het fort geen verdedigende functie meer in WOII. Daarna was er vijftig jaar ‘anarchie’ op het eiland. Hippiefeestjes, wildkampeerders, een verwilderd stukje grond in het IJmeer. Tot een groep Muidenaren het initiatief nam om het eiland nieuw leven in te blazen. Ze kochten het in 1990 voor 50.000 gulden, zo’n 23.000 euro, van de staat en maakten het weer toegankelijk voor bezoekers. Ze regelden een veerboot vanuit de haven van Muiden of IJburg, en zetten een houten paviljoen neer met restaurant.

Paul de Ruiter, verantwoordelijk voor de herinrichting van het forteiland Pampus

Architect Paul de Ruiter kwam er ook wel eens in de anarchistische periode. “Als kind zeilden we vaak naar het verlaten fort.” Nu laat hij op het plein aan de ‘veilige’ zuidkant, vlakbij de aanlegsteiger van de veerboot, de ontwerpen zien voor een duurzaam bezoekerscentrum en energiesysteem. “Als je nu aankomt op het eiland is het eerste dat je ziet het paviljoen. Dat neemt het zicht op de koepels weg. Alle niet-oorspronkelijke bebouwing gaat eraf. In de aarden wal rondom het fort gaan we het bezoekerscentrum bouwen, zodat het opgenomen is in de contouren van het monument zelf.”

Dat betekent graven in de oostelijke wal waar nu hoog gras en struiken groeien en een stuk door de drie meter dikke betonnen muren boren. Het fort is dan zo binnen te lopen vanuit het 800 vierkante meter grote bezoekerscentrum. De toegankelijkheid van Pampus gaat erop vooruit, nu maken trappetjes en bruggen het fort tot een haast onneembare vesting voor rolstoelen en rollators. Door een grote glazen gevel zal er uitzicht ontstaan op het IJmeer.

Energie voor het eiland zal komen van zonnecellen die de plaats van het kolenveld innemen en twee – bescheiden – windmolens. Beeld Copyright Paul de Ruiter Architects D&N herinrichting Pampus

Eigen moestuin

“We gaan zoveel mogelijk circulaire materialen gebruiken. De energiebalans van het gebouw is gunstig doordat het in de grond komt”, zegt De Ruiter. Energie voor het eiland zal komen van zonnecellen die de plaats van het kolenveld innemen en twee – bescheiden – windmolens. Voedsel voor het restaurant komt zoveel mogelijk uit de moestuin. Het snijafval gaat in de innovatieve biovergister, die er gas voor de restaurantkeuken en plantenmest van maakt. “De hoeveelheid energie die op het eiland op te wekken is, is beperkt en niet altijd hetzelfde. Dat betekent dat het restaurant bijvoorbeeld het menu moet richten op hoeveel energie er beschikbaar is. Is er veel dan kun je bitterballen maken, is er minder dan moet je de kookkunsten aanpassen.”

Een smart grid, gecombineerd met batterij-opslag, moet de energie zo efficiënt mogelijk verdelen. Een kleine batterij staat nu al op het eiland, gerecycled uit een elektrische auto. Een filterinstallatie voor schoon drinkwater, met een innovatief nanofilter, draait al in een proefopstelling. Water uit het IJmeer is op die manier om te zetten in schoon water. Drinkbaar is het al, alleen moet er nog een officieel certificaat op. Dat moet de aanvoer van drinkwater per schip, niet erg duurzaam, gaan vervangen.

De ingrepen zijn zodanig bedacht dat de erfgoedstatus van Pampus verzekerd blijft. Sterker, door het huidige paviljoen weg te halen en een aantal originele elementen in ere te herstellen, lijkt het meer op hoe het was, zegt Tom van Nouhuys. Achter het fort aan de noordkant wijst hij op een laag gebouwtje met schuin plat dak. “Dat waren de zogeheten vredesprivaten. Soldaten konden daar naar de wc, maar alleen als er geen gevaar was want anders zat je in het schootsveld, vandaar de naam.”

Directeur Tom van Nouhuys van de Stichting Forteiland PampusBeeld Ivo van der Bent

Proeftuin voor ander erfgoed 

Ze krijgen opnieuw een sanitaire bestemming, maar mét verzonken zonnepanelen. Daar vlakbij staat een houten torentje in aanbouw, het ‘mistklokhuisje’, de audio-variant van de vuurtoren, dat nu opnieuw verrijst. De oorspronkelijke moestuin even verderop, met hoge knoflookstengels langs de rand, is nog in gebruik, maar enigszins verwaarsloosd als gevolg van corona.

Het project moet als proeftuin dienen voor ander erfgoed dat duurzaam wil moderniseren zonder de geschiedenis voor het hoofd te stoten. Makkelijk is dat niet. Er is vele jaren aan het plan gewerkt met publieke en private partijen. Financiering van de zo’n 5,5 miljoen euro kostende verbouwing is nog niet helemaal rond en komt van alle kanten: subsidie, fondsen en risicodragende investeringen. Verschillende bedrijven en instellingen, zoals het architectenbureau en de Rabobank, die de bio­vergister mede financiert, steken er vooraf geld in. Zonder garantie op rendement. Moderniseren is juist voor het behoud noodzakelijk, stelt Van Nouhuys. “Er komen nu 65.000 betalende bezoekers per jaar. Die heb je nodig voor de exploitatie. Dat kunnen er, op verantwoorde wijze, meer zijn maar dat vraagt wel om nieuwe voorzieningen.”

De eerstkomende stap is het zoeken van een bouwer voor het project. Als alles goed gaat kan volgend jaar de eerste schep in de grond en kan in 2022 het nieuwe bezoekerscentrum open.

Lees ook:

Duurzame schoen op erfgoed van de mijnen

De historische schoenlapperij van de Limburgse Emma-mijn is nu de grootste fabrikant van veiligheidsschoenen van de Benelux. En hij is nog ‘groen’ ook. Hoe krijgen ze dat voor elkaar?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden