Zeearend

Europa’s grootste, de zeearend, voelt zich thuis in Nederland

Zeearendvrouw vliegt naar haar uitkijkboom aan het water in de IJsseldelta. Beeld Martijn de Jonge

Meer dan twintig jonge zeearenden staan in Nederland op het punt van uitvliegen. Sinds 2006 broedt de zeearend met succes in Nederlandse natuurgebieden en elk jaar kruipen er meer uit het ei. In de IJsseldelta woont al enkele jaren een succesvol paar.

Een donkere prop is het, in de boomkruin. Met trage vleugelslag streek ze neer, vanaf een paar honderd meter ­afstand niet eens zo opvallend. Pas in het vizier van een verrekijker blijkt wat voor imposante vogel heeft plaatsgenomen op een top vanwaar ze vrijwel de hele IJsseldelta met haar scherpe, felle blik kan overzien. Die donkere prop is een zeearend, die als een majesteit in haar bruin verenkleed met witte staart heeft plaatsgenomen op haar troon.

Het is maar waaibomenhout, dat is opgeschoten op de eilandjes in de monding van de IJssel, met links het Ketelsteen en rechts, achter de Ramspolbrug, het Zwarte Meer. Els, populier en wilg, niet bepaald de stevige takken van beuk, eik of vliegden waaraan de zeearend van nature gewend is. Toch heeft de grootste jagende roofvogel van Noord-Europa, waarvan de spanwijdte kan oplopen tot bijna tweeënhalve ­meter, zich begin deze eeuw definitief gevestigd in Nederland. Juist de door mensen gevormde natte natuur blijkt een aantrekkelijk leefgebied.

Beeld Louman & Friso

Met een hoog schel geluid, dat doet denken aan een keffende meeuw, roept ze haar man, die even later antwoordt maar zich nog niet laat zien. Zij plukt in haar verenpak, de zomer is de tijd van de rui. En ze is nat, blijkt als opeens ook haar man op een tak zit en zijn vleugels spreidt om het water eruit te schudden. Hij lijkt wat gerafeld door de regen, als een oude kat die er niet meer in slaagt zijn hele vacht te poetsen. De weidse vlakte van wat ooit de Zuiderzee was, biedt weinig beschutting voor zo’n grote vogel. Maar ze zitten hier veilig. Vis en kleine watervogels zijn hier volop, en ook wat klein wild, terwijl de vogel geen vijand te duchten heeft, op de mens na.

Een nest om de hoek

Fotograaf Martijn de Jonge heeft zijn boot vanuit Schokkerhaven langs het IJsseloog – een kunstmatig eiland om verontreinigd slib uit het Ketelmeer en rivierhavens te bergen – naar het ­eiland gestuurd waar dit paar al enkele jaren broedt. Vorig jaar vlogen er twee jonge zeearenden uit, dit jaar zijn er waarschijnlijk weer twee kuikens. De fotograaf, die zich heeft gespecialiseerd in grote roofvogels als arenden en gieren, volgt dit paar bij hem ‘om de hoek’ al enkele jaren op de voet, zij het op ­gepaste afstand, vanaf het water. Daardoor weet hij nog niet of er een of twee kuikens zijn. Nadat het eerste nest twee jaar geleden bij een storm uit de boom waaide, heeft het paar een nieuw nest gebouwd dat lager en beter verscholen zit. Voor de meeste kreken tussen de eilandjes van de IJsseldelta geldt verboden toegang, dus pottenkijkers en rustverstoorders blijven op afstand.

Beeld Martijn de Jonge

Deze zeearendman zit met nat afhangende vleugels op de uitkijk in de IJsseldelta. Deze Duitse man (2006) en zijn Nederlandse vrouw (2007, foto boven) vormen een paar in de IJsseldelta dat de afgelopen negen jaar negen jongen heeft groot gebracht. Momenteel staan de jongen op uitvliegen en zitten de oude vogels vaak in de omgeving van het nest om de jongen tot uitvliegen te bewegen. Het nest in de IJsseldelta zit verscholen buiten het zicht, de arenden kunnen het van hun boomtop goed in de gaten houden. Als de jongen uitvliegen zullen ze nog twee-drie maanden bij de ouders blijven om de fijne kneepjes van de jacht en voedselkeuze te leren.

De Jonge publiceerde begin dit jaar ‘De zeearend in Nederland, in 15 jaar naar 15 paar’. Het boek vertelt, in woord en beeld, over de succesvolle vestiging van de zeearend, een gevolg van de snelle uitbreiding van de populatie in Duitsland en Polen, waar ook Denemarken van profiteert. Zeearenden overwinterden al langer in Nederland, in 2004 bouwde het eerste paar hier zijn nest in de Oostvaardersplassen. Dat was in vijfhonderd jaar niet gebeurd, weet De Jonge. Dat er niet meteen kuikens kwamen is logisch, legt hij uit. Het duurt altijd even voordat een ‘verlovingspaar’ echt gaat broeden. In 2006 was het raak en inmiddels neemt de ­reproductie jaarlijks toe, er zijn al zo’n zeventig succesvolle broedpogingen ­geweest, vertelt De Jonge op basis van tellingen van de Werkgroep Zeearend Nederland. Dit jaar vliegen, tussen nu en ergens in augustus, voor het eerst meer dan twintig jonge zeearenden uit.

Dicht bij de bewoonde wereld

Over het kabbelende water scheren boerenzwaluwen, om insecten te vangen. Het water oogt grijs, de lucht een paar tinten lichter. Tussen de dobberende zwanen bij de rietkragen staat her en der een zilverreiger, ooit een zeldzaamheid, inmiddels heel gewoon in dit ­waterrijk. In de verte pieken enkele windmolens, de pas achttien jaar oude Eilandbrug voert de N50 sierlijk over de delta, het jachtige leven van drukbezet Nederland is vlakbij. In andere landen krijgt de zeearend zeer uitgebreide ­bescherming en totale rust, legt De Jonge uit. Hier lukt dat maar ten dele, omdat ze soms dicht tegen een openbare weg, vaarwater, dijk of bebouwing aan nestelen. Ze passen zich uitstekend aan.

Er zijn tot nu toe, volgens De Jonge, twee gevallen bekend van een zeearend die in botsing moet zijn gekomen met een windmolen. Meer gevaar hebben ze van elkaar te duchten. Territoriumdrift kan tot onderlinge ruzies leiden, en soms pikt een volwassen vrouw de man van een ander in. Dat is vermoedelijk begin dit jaar gebeurd in het Zwarte Meer, waar in maart de vrouw van een paar dood werd gevonden. Haar geringde man vormt sindsdien een paar met een vrouw die, zo laten de gegevens van haar kleurring zien, een jongere zus van hem moet zijn. Broeden doen ze nog niet.

Behalve van ringen probeert de werkgroep ook zoveel mogelijk jonge zeearenden te voorzien van een zender, waarmee ze kunnen worden gevolgd. Ze zijn door heel Europa terug te vinden, zegt De Jonge. Met hun machtige vleugels zoeken de vogels thermiek, stromingen in de lucht, waarop ze zich laten voortdrijven. Dan kost vliegen veel minder kracht en zijn grote afstanden makkelijk te overbruggen. Organisaties als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en It Fryske Gea zien de komst van de zeearend als de kroon op hun werk, zegt De Jonge. Maar, stelt hij, we moeten vooral de landen rond de Oostzee dankbaar zijn voor hun beschermende werk, waardoor Europa’s grootste zich hier kon vestigen.

Dikke vrouw

Een volwassen zeearend kan ruim 90 centimeter groot zijn, de spandwijdte van de vleugels reikt tot bijna 2,5 meter. Vrouwtjes zijn groter dan mannetjes. Een dikke vrouw kan wel 7 kilogram wegen. Een paar broedt doorgaans op twee eieren, de broedtijd duurt 38 dagen per ei. Na 70 tot 90 dagen vliegen de jongen uit. Ze worden in 5 à 6 jaar volwassen. Een zeearend kan 20 jaar oud worden.  

Lees ook:

Nederland investeerde elf miljard tevergeefs in de natuur. ‘Er moet iets rigoureus veranderen’

Het verlies aan biodiversiteit is niet afgewend door dertig jaar natuurbeleid, blijkt uit onderzoek van Trouw. De natuur is nog even versnipperd en soorten gaan in Nederland nog steeds achteruit.

Zeearend doet het goed in Nederland

De zeearend is in Nederland met een gestage opmars bezig. In 2006 broedde het eerste paar in de Oostvaardersplassen, vorig jaar waren er 8 paren en nu 12.

Zeearenden worden vaak gepest door buizerds, dat kan riskant zijn

Buizerds zijn grote roofvogels, maar veel kleiner dan zeearenden met hun soms wel tweeënhalve meter spanwijdte. Nu staan die reuzen onder vogelaars bekend als log en traag en dus niet zo gevaarlijk, maar dat is ­onterecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden