Eten we straks allemaal een patatje zonder uitstoot?

Beeld Arie Kievit

De patatmakers van Farm Frites willen in 2030 geen broeikasgassen meer uitstoten. Op naar een duurzame frietketen, een patatje zonder CO2.

Een bezoek aan de patatfabriek zet alle zintuigen aan het werk. Eerst is er, buiten al, de geur: de zoete, wat weeë lucht van verwarmde aardappelen. Eenmaal binnen komt daar het geluid bij: geraas, gestamp en gesis van machines en transportbanden. Het oog registreert ondertussen metershoge zilverkleurige apparaten, omgeven door trappen en loopbruggen van ijzer. Daartussen schuift de friet voorbij: lichtgele aardappelreepjes zover het oog reikt, in onvoorstelbare hoeveelheden. Vóór in de fabriek, waar de aardappelen met stoom van hun schil worden ontdaan, is het warm. Achterin, bij de vriestunnel, juist koud.

Beeld Arie Kievit

Modderige knol

Richard van der Meijde werkt sinds zijn zestiende in de patatfabriek van Farm Frites in Oudenhoorn bij Hellevoetsluis. De ‘teamleider cleaning’ laat alle stappen van het productieproces zien. Geroutineerd, maar niet zonder trots somt hij op: elk jaar gaan er hier duizenden vrachtwagenladingen aardappelen doorheen. In krap twee uur tijd verandert een modderige knol in een bevroren frietje, gesneden op de maat en in de vorm die de klant wenst. De aardappelen zijn dan gewassen en geschild, gedroogd en geblancheerd, voorgebakken en afgewogen. Elke twee minuten is er een pallet klaar, vol dozen gevuld met zakken diepvriespatat. Deze ochtend, zegt Van der Meijde, wordt er een bestelling ‘gedraaid’ voor een grote fastfoodketen in Groot-Brittannië.

Farm Frites, een familiebedrijf dat bestaat sinds begin jaren zeventig, behoort met concurrenten als Aviko, McCain en Lamb Weston tot de wereldspelers op de frietmarkt. Aan tafel in het bedrijfskantoor schuiven duurzaamheidsmanager Rutger de Kort en directeur Pieter Kruithof aan. Ze hebben nieuws: de frietfabriek wil klimaatneutrale patat gaan produceren. Met de provincie Zuid-Holland, de Wageningse universiteit en de agrarische HAS Hogeschool heeft Farm Frites zich verenigd in een ‘groene cirkel’, een samenwerkingsverband om de patatproductie te verduurzamen. Wie daarvoor welke stappen kan zetten, lichten de mannen toe.

De boer

“Zonder aardappelen geen friet”, zegt Kruithof. Farm Frites werkt voornamelijk met vijf aardappelrassen, van de langwerpige Innovator tot de lichtgele Fontane. De patatmaker sluit contracten met aardappelboeren: tegen een vaste prijs laten zij het door Farm Frites aangeleverde pootgoed uitgroeien tot piepers, die zij aan de fabriek verkopen.

De voornaamste klimaatbelasting bij de teelt, zegt Kruithof, komt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Om de CO2-voetafdruk van de friet te verminderen, is hier dus winst te boeken. Hoe? Door voortaan biologische aardappelen te gebruiken, waarbij kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen niet zijn toegestaan? “Nee”, zegt Rutger de Kort. “Biologische aardappelen zijn te gevoelig voor ziektes en schimmels. Als je daardoor de helft van de oogst moet weggooien, is dat allesbehalve duurzaam. Wij zien meer in technieken voor precisiebemesting, met behulp van satellieten.”

Om in droge zomers water voor beregening uit te sparen, hoopt de Groene Cirkel een droogteresistente aardappel te ontwikkelen. En ziekte of ongedierte in het gewas kunnen wellicht op een natuurlijke manier bestreden worden.

Het transportbedrijf

De aardappelen moeten vervolgens naar de fabriek worden gebracht. Tussen juni en oktober, zegt De Kort, kan dat rechtstreeks vanaf de akker. De rest van het jaar komen de aardappelen uit de opslag. ‘De goederenstroom van en naar de fabriek is substantieel qua omvang en relatief stabiel’, schrijven de deelnemers aan de groene cirkel in een gezamenlijke folder, waarin ze hun ambities verwoorden. “We hebben ons eigen transportbedrijf”, zegt Pieter Kruithof. “De pendelwagens van de fabriek naar het koelhuis op de Maasvlakte rijden al op vloeibaar aardgas. Dat heeft niet de fijnstofuitstoot van diesel. Ik denk dat in 2030 onze vrachtwagens elektrisch worden aangedreven of op waterstof rijden.”

Beeld Arie Kievit

De duizenden vrachtwagens die elk jaar weer de patatfabriek aandoen, veroorzaken overlast in Oudenhoorn en het naastgelegen Hellevoetsluis. De fabriek ligt nog steeds aan de dijk. Het is plek waar de oprichter het bedrijf begon, toen hij bijna een halve eeuw geleden besloot om zijn aardappelen niet alleen te verbouwen, maar ook zelf te verwerken tot friet – op kantoor zegt iedereen ‘friet’ en niemand ‘patat’.

Farm Frites hoopt op een ‘emissieloze, veilige en hindervrije corridor’ van de fabriek naar de haven. Concreet betekent dat: de aanleg van een nieuwe weg, die in de volksmond Patatweg heet. Rutger de Kort benadrukt: bij de aanleg van de Patatweg, waarover de gemeente Hellevoetsluis nog een besluit moet nemen, zal er volop aandacht zijn voor de natuur en het landschap. De weg moet aan weerszijden een wal krijgen, van zand dat in de fabriek van de aardappelen is geschud. Die wallen, met ‘bijvriendelijke beplanting’, moeten geluid van motoren dempen en het licht van koplampen afschermen.

De fabriek

Farm Frites in Oudenhoorn. Elke twee minuten rolt er een pallet vol diepvriesfriet van de band. Beeld Arie Kievit

Het maken van friet, zegt Kruithof, kost veel water en veel energie, bijvoorbeeld voor het wassen en voorkoken van de aardappelen. “Ons doel is minder water te verspillen en ons afvalwater te zuiveren en opnieuw te gebruiken. In onze Belgische fabriek lukt het al om zo de helft minder water te gebruiken. We willen dat het 100 procent wordt.”

Farm Frites wil bovendien de fabriek in Oudenhoorn op termijn volledig laten draaien op hernieuwbare energie. Er ligt een vergevorderd plan om een veld met zonnepanelen, ongeveer veertig voetbalvelden groot, aan te leggen. De gemeenteraad van Hellevoetsluis zal ook daarover binnenkort beslissen.

De patat van Farm Frites, zegt Rutger de Kort, wordt al verpakt in dozen van gerecycled en gecertificeerd karton. De plastic zakken zorgen nog wel voor hoofdbrekens. “Het mooist zou zijn als die van een afbreekbaar folie zijn, bijvoorbeeld op basis van zetmeel. Het is de vraag of dat werkelijk duurzamer is. Voor dat zetmeel moet je namelijk weer afzonderlijk aardappelen telen. Misschien dat er een materiaal te maken is uit de schillen van onze aardappelen. We hopen dat onderzoekers uit Wageningen zich daarover willen buigen.”

Het zeetransport

De friet gaat in zakken, de zakken in dozen, de dozen op pallets, de pallets in containers, de containers op een schip. Zeeschepen hebben een slechte en vervuilende reputatie, weet Farm Frites. De patatmaker heeft zich inmiddels aangesloten bij een duurzaamheidsinitiatief voor de zeevrachtvaart. Dit Biceps Network is in 2015 opgericht door een handvol multinationals, waaronder FrieslandCampina en AkzoNobel, met als doel inzicht te krijgen in de duurzaamheidsinspanningen van de containervaart. Bij de keuze van hun vervoerder houden de bedrijven daar rekening mee. Farm Frites stuurt jaarlijks meer dan vijfduizend containers de wereld over. “Onze afnemers verlangen dat wij duurzaam werken”, zegt Pieter Kruithof. “Het is een must.”

Richard van der Meijde vervolgt de rondleiding: hij opent een deur en stapt naar buiten. Daar wordt gebouwd: de vraag naar patat en aardappelproducten stijgt werelwijd, Farm Frites breidt uit. De vernieuwde fabriek moet uiteindelijk circulair werken. “Er komt een dag dat wij geen enkele uitstoot meer hebben.”

Multinational

Farm Frites in het Zuid-Hollandse Oudenhoorn maakt voornamelijk friet, maar ook aardappelpartjes, kroketjes, rösti en aardappelpuree. Het bedrijf is opgericht in 1971 door Gerrit de Bruijne, die er fortuin mee maakte. De verdiensten uit de frietfabriek leverden De Bruijne een notering in de ‘Quote 500’ op. Via de havens van Rotterdam en Antwerpen gaat de patat vanuit Oudenhoorn de aarde over. Behalve in Zuid-Holland heeft de patatmaker fabrieken in België en Polen, Egypte en Argentinië. In China wordt een productielocatie gebouwd, Kazachstan staat op stapel. Er werken wereldwijd ruim tweeduizend mensen voor Farm Frites.

Beeld Arie Kievit

Uitstoot

Farm Frites publiceert sinds enkele jaren een duurzaamheidsverslag, waarin het uiteenzet hoeveel broeikasgas het bedrijf uitstoot. In het jaar 2017 was dat 282 kilo CO2-equivalenten per ton geproduceerde friet. Dat betekent dat een kilo patat ongeveer 30 gram CO2-uitstoot oplevert. Ter vergelijking: de productie van een kilo melk leidt tot ongeveer een kilo CO2-uitstoot. Het grootste deel, bijna driekwart, van de CO2-voetafdruk van patat komt voor rekening van het telen en transporteren van de aardappelen en de inkoop van goederen en materialen. De rest is toe te schrijven aan het verbruik van gas en elektriciteit door de fabriek.

Lees ook:

De grootste vijand van de aardappelboer wordt eindelijk verslagen

Bioboeren worstelen met de bestrijding van de aardappelziekte phytophthora. Dankzij nieuwe afspraken kan Nederland binnenkort ‘robuuste’ aardappelen eten: ziektebestendig én onbespoten.

Door de droogte krijgen we kortere friet en minder zakken chips

De droge zomer van 2018 zorgde voor kortere friet en minder zakken chips. De Europese telersorganisatie luidde de noodklok.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden