null Beeld

Jelle's WeekdierTrekvis

Er zijn veel vissoorten die trekken; je zou ze trekvissen kunnen noemen

Bij het idee van dieren die trekken, denk je onwillekeurig aan vogels. Trekvogels dus, soorten die een ongunstige periode elders doorbrengen, die vanuit Nederland naar Afrika vliegen om aan onze winter te ontsnappen of die juist hierheen komen omdat het in Siberië te guur is – alles is relatief. Er zijn ook zoogdieren die trekken, iedereen kent wel de beelden van onafzienbare kuddes gnoes in Afrika. En er zijn vissen die migreren. Dat valt minder op omdat het zich onder het glinsterende wateroppervlak afspeelt. Er zijn veel vissoorten die trekken; je zou ze trekvissen kunnen noemen naar analogie van de term trekvogels. Een bekende trekvis is de paling, die om zich voort te planten helemaal vanuit Volendam naar de Sargassozee moet zwemmen en daarna als klein glasaaltje ook weer helemaal terugzwemt. Maar behalve palingen behoren ook driedoornige stekelbaarsjes, zee- en rivierprikken, zalmen, steuren, elften en finten, zeeforellen, spieringen en houtingen tot de trekvissen.

Daarvan zijn er twee categorieën. Je hebt soorten die als volwassen dier in zee leven en om zich voort te planten het zoete water opzoeken, de zogenoemde anadrome vissen. Daartegenover staan de catadrome vissen: die leven in zoet water en trekken voor de voortplanting juist naar zee – de genoemde paling is er een voorbeeld van. Er zijn ook zoetwatervissen die ­migreren, zoals snoeken en baarzen. Ze zoeken vanuit ­ruimer water smallere beken op met voldoende beschutting om te paaien en eitjes af te zetten.

Helse klus om je trekgedrag te kunnen uiten

Maar tot welke categorie je als vis ook behoort, het is tegenwoordig een helse klus om je trekgedrag te kunnen uiten. Om dichter Willem Elsschot te parafraseren: tussen droom en daad liggen dammen en sluizen in de weg, en praktische bezwaren. De mens maakt de trekvis het leven zuur met dammen en sluizen voor de bevaarbaarheid, watermolens in beken (ooit waren er duizenden watermolens in heel Europa), stuwdammen, en als klap op de vuurpijl de ­Afsluitdijk en de Deltawerken. Uiteindelijk bleven in Nederland alleen de Nieuwe Waterweg en de Westerschelde over als openingen waardoor trekvissen naar binnen konden komen, voor de rest stonden ze voor een dichte deur.

Langzamerhand is hierin een kentering zichtbaar. Sinds januari 2019 staan de Haringvlietsluizen af en toe op een kier; er is zelfs een officieel ‘Kierbesluit’ dat dat regelt. Op 17 december 2020 maakte Rijkswaterstaat vol trots bekend dat de sluizen voor de duizendste keer op een kier stonden. De Afsluitdijk – door velen beschouwd als de grootste milieuramp ooit in Nederland – wordt momenteel voorzien van een ingenieuze vispassage. De meest ingenieuze oplossing is deze week in Utrecht in gebruik genomen. Vissen die vanuit de Vecht via de ­Oudegracht naar de Kromme Rijn willen migreren, kunnen bij de Weerdsluizen, de enige versperring, voorbijgangers op een digitaal deurbelletje laten drukken waarna de sluiswachter de vissen ­erdoor laat. Met een onderwatercamera worden de vissen gedetecteerd en de ietwat troebele ­foto’s komen daarna op een website terecht. Het zou nog handiger zijn als de vissen zelf op de deurbel konden drukken, maar dat vereist een intelligentie die zelfs de slimste trekvis ontbeert.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden