BoekbesprekingGids voor de Winterswijkse steengroeve

Eindelijk, een gids voor de groeve van Winterswijk

Paleontologen doen onderzoek in de steengroeve bij Winterswijk. Ze zoeken naar fossielen van miljoenen jaren oud. Beeld Herman Engbers

Het Nederlands landschap is enorm gevarieerd. Neem de duinen, of de Achterhoek, waar een groot gapend gat zorgt voor de nodige opwinding. 

Natuurlijk, we weten dat de aarde stokoud is. Dan heb je het niet over een millenniumpje meer of minder, het gaat al snel over miljoenen, honderden miljoenen zo niet enkele miljarden jaren. Wie dat met eigen ogen wil zien, hoeft niet ver te reizen. De Achterhoek is ver genoeg, om precies te zijn: de Steengroeveweg van Winterswijk. Daar ligt een steengroeve die je een royale blik op het verleden biedt, al vereist dat wel een geoefend oog. Geen nood, want Jelle Reumer, paleontoloog en bij de lezers van Trouw vooral bekend als schrijver van de wekelijkse column Weekdier, staat je bij met zijn nieuwste boek: de ‘Gids voor de Winterswijkse steengroeve. Fossielen en mineralen’.

Het werd natuurlijk hoog tijd voor zijn gids, want naar Europese maatstaven is de groeve een geologisch unicum, zoveel interessants is daar te vinden op een paar vierkante kilometer. Reumer kent de plek ook goed. Iedere zomer doet hij daar met een groep studenten en collega-wetenschappers weken achtereen onderzoek. 

De gids bevat afbeeldingen van geologische en fossiele vondsten, handig voor wie wil weten wat de betekenis van ‘Winterswijk’ nu precies is. Maar het is ook handig voor de kenner/hobbyist die zelf ook een kijkje wil nemen, 30 meter onder het maaiveldoppervlakte. Vooral uit het Trias zijn mooie vondsten gedaan, het geologisch tijdperk dat 251 miljoen jaar geleden begon en vijftig miljoen jaar duurde. 

Geregeld nieuwe soortresten

Voor mineralen hoef je niet zozeer in Winterswijk te zijn. Slechts acht soorten komen er voor, al blijft het natuurlijk leuk om pyrietkubussen of gipskristallen te vinden. Spectaculairder zijn de fossielen of de sporen van fossielen en dan vooral die van (zee)reptielen. Geregeld worden er nieuwe soortresten aangetroffen. Beroemd hoogtepunt is natuurlijk de Nothosaurus Winkelhorsti, waarvan naamgever Herman Winkelhorst, amateurpaleontoloog, in 1990 een schedeltje aantrof. Het schedeltje van deze nieuwe soort, het oudste en kleinste zeereptiel dat in de Nederlandse bodem is blootgelegd, is in de collectie van het Leidse natuurhistorisch museum Naturalis opgenomen. Verwacht geen T-rex-achtige taferelen: het schedeltje is slechts 46 mm lang, maar ook dat maakt de vondst zo bijzonder. 

 In de gids staat Reumer uitvoerig stil bij het ontstaan, de ontwikkeling én de natuurwaarde van de nog steeds commercieel geëxploiteerde afgraving. Per saldo is het gidsje lekker geschreven, informatief en goed gedocumenteerd. Wie dit leest, krijgt vooral zin om met een geologenhamer naar Winterswijk af te reizen. 

Gids voor de Winterswijkse steengroeve. Fossielen & mineralen,Jelle Reumer, 136 blz. Uitgeverij Matrijs, € 19,95
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden