Jelle’s weekdierStellerzeeleeuw

Een zeeleeuw in het bos

In de loop der eeuwen is aan veel zeeorganismen een volksnaam gegeven die suggereert dat het een landdier of -plant betreft. Zo kennen we zeehonden en zeekatten, zeekoeien, zeepaardjes, zeeolifanten, zeeleeuwen, alsook de zeewolf en de zeemuis. De plantenwereld zien we terug in zeeanemonen, zeekomkommers, zeedahlia’s, de zeebloemkool, de zeedruif en de zee-appel – wat toch echt allemaal dieren zijn; slechts zeegras en zeesla zijn echte planten. Het taalkundige verschijnsel komt voort uit vormovereenkomsten. Doordat een mannetjeszeeleeuw manen bezit, heet de zeeleeuw ‘zeeleeuw’, maar het is in feite een grote zeehond. Een zeeleeuw hoort in zee thuis. Dat simpele ecologische principe werd deze week door een zeeleeuw niet helemaal goed begrepen, waarop het dier besloot de zee te verlaten en het land op te gaan.

Binnen de grote zoogdierorde der vleeseters, de Carnivora, worden drie families onderscheiden die zich aan zee hebben aangepast, de zeehonden ofwel Phocidae, de walrussen of Odobenidae en de oorrobben of Otariidae. Vroeger werden deze drie families samen in een aparte orde geplaatst, de zogenoemde Pinnipedia, vinvoeters, omdat ze inderdaad een soort vinachtige flippers hebben. Zeeleeuwen zijn oorrobben, ze hebben inderdaad kekke kleine oortjes.

Een belangrijk anatomisch verschil tussen de oorrobben en de andere zeezoogdieren is dat de achterpoten van oorrobben minder ‘vissig’ zijn geworden, ze kunnen nog onder het lichaam worden gebracht om erop te steunen. Bij een zeehond is dat onmogelijk. Zeeleeuwen kunnen daardoor op land beter uit de voeten, ze kunnen in een soort galopperende waggel een flinke sprint trekken.

De grootste zeeleeuwensoort is de Stellerzeeleeuw, zo genoemd naar de Duitse bioloog Georg Wilhelm Steller (1709-1746), naar wie ooit ook de enorme, door traankokers uitgeroeide Stellerzeekoe is vernoemd. Een mannelijke Stellerzeeleeuw kan wel een halve ton wegen en ruim drie meter lang worden. Stellerzeeleeuwen staan als ‘bijna bedreigd’ op de Rode Lijst van IUCN, we hoeven ons dus niet onmiddellijk zorgen te maken maar moeten het wel in de gaten houden. Ze komen voor in het noordelijk deel van de Stille Oceaan, vooral langs de kusten, boven het continentale plat en soms tot in de benedenloop van grote ­rivieren, van Japan via Kamtsjatka en Alaska tot in de noordelijke staten van de VS. En het was daar, in de staat Washington, dat deze week een vrouwelijke Stellerzeeleeuw besloot het land op te gaan – om vervolgens in een bos te verdwalen. Het dier was al een aantal dagen gezien in Cowlitz County op grote afstand van de rivier, maar het is niet eenvoudig een zeeleeuw van 230 kilo te vangen. Dat lukte deze week; het dier werd via een haag van houten schermen en met zachte drang van stokken in een kooi gelokt en terug naar zee gebracht.

De vraag die bij me opkomt is hoe in het bos thuishorende dieren als herten en elanden op de aanwezigheid van de zeeleeuw hebben gereageerd. En of een zeeleeuw een hertje als een prooi ziet of niet. Het was dus eigenlijk ook een ecologisch experiment, waarvan helaas geen verslag is gemaakt. Het dier zwemt intussen weer in zee.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden