Jelle's weekdierBobbitworm

Een zeebewoner, vernoemd naar een vrouw die de piemel van haar man afsneed

De tentakeltjes steken omhoog als de periscoop van een onderzeeër.  Beeld Hollandse Hoogte / Nature Picture Library
De tentakeltjes steken omhoog als de periscoop van een onderzeeër.Beeld Hollandse Hoogte / Nature Picture Library

Je moet je voorstellen dat je ergens rustig wandelt, op de heide bijvoorbeeld, en dan plotseling door een in het zand verborgen monster wordt gegrepen en onder het zand getrokken en terstond wordt verorberd. Precies dat overkomt menig visje, niet wandelend op de heide maar rustig en argeloos zwemmend boven de bodem van de zee. De dader: een borstelworm met de romantische naam Eunice aphroditois, genoemd naar de gracieuze nimf Eunice uit de Griekse mythologie en Aphrodite, godin van de liefde.

Een ontoepasselijker naam lijkt me niet mogelijk. In het dagelijks spraakgebruik wordt de naam bobbitworm gebruikt. Die naam is afgeleid van het Amerikaanse echtpaar John en Lorena Bobbit; Lorena had na een dronken binnen-echtelijke verkrachting met een keukenmes de piemel van haar man afgesneden. Ook hier ontgaat het verband met de worm mij volledig, want het dier is niet seksueel gewelddadig, alleen hongerig. En groot! Veel groter dan zijn verre neef de wadpier, die we hier te lande goed kennen.

De bobbitworm ziet eruit als de kruising tussen een adder en een duizendpoot met de dikte van een brandslang. Het dier bestaat uit honderden segmenten die elk aan beide zijden een tweetal pootachtige uitsteeksels bezitten en heeft een griezelige kop met tentakels en een stel tangen als monddelen. Bobbitwormen leven in de Indische en Stille Oceaan, in L-vormige tunnels in het zand. De tentakeltjes steken uit het zand omhoog als de periscoop van een onderzeeër; je ziet die hele worm dus totaal niet zitten. Een visje wordt door de tentakels opgemerkt en bliksemsnel in een wolk opstuivend zand naar beneden getrokken om te worden opgepeuzeld. Zodra het zand weer is neergedaald is er niets meer van te zien. Worm en prooi zitten onzichtbaar voor de buitenwereld in de tunnel.

Een sporenfossiel, vergelijkbaar met de voetafdrukken van dinosauriërs

Wanneer een worm doodgaat – en dat doet-ie uiteindelijk toch een keer – vult de tunnel zich met sediment. Zo’n tunnel kan dan fossiliseren wanneer de zeebodem in de loop van de tijd tot zandsteen verhardt. Omdat het zand zelf en de opvulling van de tunnel een net iets andere samenstelling hebben, bijvoorbeeld omdat de opvulling meer klei bevat of nog resten organisch materiaal, is het vaak mogelijk om in zandsteenafzettingen dergelijke tunnels te ontwaren in de vorm van lichter of donkerder gekleurde pijpen. Het is dan uiteraard niet het fossiel van de worm zelf (of van een kreeft, sommige soorten kreeften graven ook tunnels), maar een zogenoemd sporenfossiel, vergelijkbaar met de voetafdrukken van dinosauriërs of kruipsporen van slakken.

In Taiwan hebben paleontologen onlangs enkele honderden van dergelijke fossiele tunnels ontdekt met een vorm en een maat die sterk doet denken aan de tunnels van de bobbitworm. Ze zitten in een fijnkorrelige zandsteen aan de punt van een schiereiland, het Yehliu Geopark, waar ook veel andere soorten sporenfossielen zijn gevonden; het was kennelijk een biodivers milieu. De sporen van de fossiele bobbitwormen dateren uit het Mioceen en zijn zo’n 20 miljoen jaar oud.

Dat het voor argeloze visjes gevaarlijk is om laag boven de zeebodem rond te zwemmen, dateert dus niet van gisteren.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden