Monique Sweep van Coöperatie Deltawind: ‘We zijn niet lief en schattig, we spelen serieus mee. Maar dan moet je wel met de grote jongens in zee.’

ReportageGoeree-Overflakkee

Een windcoöperatie in een neoliberale wereld. ‘Het grootkapitaal duwt een burgerinitiatief de markt uit’

Monique Sweep van Coöperatie Deltawind: ‘We zijn niet lief en schattig, we spelen serieus mee. Maar dan moet je wel met de grote jongens in zee.’Beeld Roos Pierson

In de tijd dat het neoliberalisme de wind in de zeilen had, werd de energievoorziening een markt. Grote bedrijven gingen de dienst uitmaken. Burgerinitiatief Deltawind uit Zuid-Holland biedt tegengas. Kan het trouw blijven aan zijn idealen, nu het een serieuze speler is?

“Die nieuwe turbines leveren zó veel energie op, joh”, zegt Monique Sweep (1962) enthousiast. In een elektrisch stadsautootje rijdt ze de Grevelingendam op, tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland in Zeeland. Rechts schieten zeven ultramoderne windmolens de dichtbewolkte lucht in, met wieken die tot de helft van de mast komen. Van dichtbij zie je pas goed hoe vervaarlijk lang die zijn.

“Enercon-molens”, onderwijst Sweep. “Gemaakt van beton, een beetje plomp zijn ze wel. Maar moet je nagaan, de mast is 140 meter hoog, de wieken komen tot 200 meter!” Links doemen ook windmolens op, die ietwat slanker ogen. Hun wieken zijn nog langer, ze raken bijna de grond. “Nordexjes”, knikt Sweep, haast vertederd. Van een ander bedrijf, Nordex, dat molens uit staal vervaardigd. “Ze zijn gloednieuw. Ik zie ze nu voor het eerst draaien.”

Dit zijn haar molens. Of althans, haar coöperatie heeft ze laten bouwen. Sweep is directeur van Deltawind, een van de grootste energiecoöperaties van Nederland. Van een handjevol vrijwilligers groeide de coöperatie­­ uit tot een flinke speler in de regio, met 2400 leden, elf betaalde medewerkers en 59 molens (in mede-eigendom), plus een zonnepark.

Een alternatief voor kapitalisme

Deltawind, opgericht in 1989, hoorde bij de eerste generatie energiecoöperaties in Nederland, zegt Sweep. “Daar zijn er zeven van over.” Rond 2006, na An inconvenient truth, de film die Al Gore maakte over klimaatverandering, kwam er een tweede golf, vooral gericht op zonne-energie. Er zijn nu 623 energiecoöperaties.

Sweep werkt al haar hele leven voor coöperaties. Tijdens haar studie voor bouwkundig ingenieur in Delft richtte ze haar eerste coöperatie op, voor bewoners van nieuwbouwwijken die iets wilden doen tegen bodemvergiftiging. Daarna volgden andere, tot ze in 2009 bij Deltawind kwam en naar Goeree­­-Overflakkee verhuisde.

Het mooie aan coöperaties vindt ze dat ze “van en voor de mensen zelf” zijn. Daarmee bieden ze een alternatief voor het kapitalisme: “Grote bedrijven zijn gericht op aandeelhouders, hebben louter een winstoogmerk en staan ver van de gewone mensen af.” Coöperaties zijn ‘verenigingen met een bedrijf’, die niet uitsluitend op winst gericht zijn, of zelfs helemaal niet. “Het idee is: je hebt als burgers een gezamenlijk belang en bundelt je financiële middelen om voor elkaar te zorgen.”

null Beeld Roos Pierson
Beeld Roos Pierson

“Kijk, hier, ja ‘t is maar heel weinig hoor”. Akkerbouwer Frank van Oorschot (56) in Achthuizen wijst naar een veld waarop een laagje groen schemert. Op twee derde van zijn grond (50 hectare) strooit hij ’s winters een “mengsel van wel twintig zaden: gele mosterd, Japanse haver, bladrammenas”. Van Oorschot doet mee aan het project koolstofboeren van Deltawind. “Normaal staat je veld ’s winters zwart, maar door het groen te houden sla je meer CO2 op.”

Coöperaties ontstonden in de negentiende eeuw in de agrarische sector en in de wereld van de verzekeringen. Energiecoöperaties kwamen eind jaren tachtig van de twintigste eeuw op, in een tijd dat het neoliberalisme politiek de wind in de zeilen kreeg, zegt Sweep: openbare nutsbedrijven werden geprivatiseerd, energievoorziening werd een markt waarop multinationals de dienst uitmaken. “Die boden geen duurzame energie. Wie dat wel wilde, moest zelf iets organiseren. Een windmolen kun je niet in je eentje betalen, dus richtten burgers coöperaties op.”

Deltawind begon met twintig mensen. “Die bouwden in 1991 hun eerste turbinetje.” Ze glimlacht: “Een tweewieker, 18 meter hoog.” De eerste dertien jaar was Deltawind een vrijwilligersorganisatie. “Alle winst uit die eerste turbine werd gebruikt om een tweede te bouwen. En toen nog een, en nog een. Toen kwam er genoeg geld binnen om een windpark van zeven molens te bouwen. En daarna eentje van twaalf. In 2002 kwam de eerste medewerker in dienst, parttime.”

Het was een omslagpunt: “De gemeente begon ons echt als een bedrijf te zien, zoals Eneco. Je moet professionaliseren, anders word je niet serieus genomen.”

‘De bank wil niet dat de leden als kikkers alle kanten op springen’

Dat was ook nodig om financiering te krijgen. “Vroeger bezat Deltawind zelf de turbines. Maar bij een windpark gaat dat niet meer. De bank stopt er veel geld in en wil niet dat alle 2400 leden als kikkers in een kruiwagen alle kanten op springen. Windparken moesten we dus in een bv stoppen.”

Sinds drie jaar geeft Deltawind obligaties uit voor projecten. “Daar krijgen leden rente over, tussen de 4,5 en 6,5 procent – als het hard waait. Critici zeggen: leden zijn in feite aandeelhouders geworden. Dat is een discussie die we met andere coöperaties voeren. Wel geldt bij die obligaties een beperking: een maximum van 5000 euro per volwassene per project. En je moet op het eiland wonen.”

Kan een grote coöperatie een burgerinitiatief blijven, trouw aan haar oorspronkelijke missie? Dat is het dilemma van Deltawind, zegt Sweep. Om écht invloed te hebben, moet je groeien en meedoen met de grote concerns. Met het risico dat je je op zeker moment niet meer van hen onderscheidt.

Halverwege de Grevelingendam draait Sweep de weg af, de Philipsdam op, die naar Sint Philipsland leidt. Nu doemen nog veel meer windmolens op. De 34 molens van Windpark Krammer staan op en rond de Krammersluizen, een enorm complex tussen de zoute Oosterschelde en het zoete water van de Krammer en het Volkerak.

Monique Sweep:  ‘We moesten vaak zeggen: oké, dit zou niet onze keuze zijn geweest, maar hier moeten we genoegen mee nemen. Aan de andere kant: we zetten wel iets neer.’ Beeld Roos Pierson
Monique Sweep: ‘We moesten vaak zeggen: oké, dit zou niet onze keuze zijn geweest, maar hier moeten we genoegen mee nemen. Aan de andere kant: we zetten wel iets neer.’Beeld Roos Pierson

“Molens op een dam neerzetten, gaat niet zomaar”, zegt Sweep. “Kijk, die daar staan half in het water, op een soort puist van beton. Dat was een hele klus.”

Bij de opening in 2019, door koning Willem-Alexander, was het windpark het grootste burgerinitiatief van Nederland. Deltawind ontwikkelde het met zustercoöperatie Zeeuwind (ook 2400 leden). Het is Sweeps trots, al bleek juist bij dit windpark hoe moeilijk het is voor een coöperatie om haar identiteit te bewaren.

“Onze vorige windparken waren 100 procent van ons, maar met dit park was 200 miljoen euro gemoeid. De hele voorbereiding hebben we uit eigen zak betaald: tien jaar werk, 7,5 miljoen euro. Maar voor het bouwen van die molens hadden we het geld niet. Dat lukte alleen als we Enercon, een multinational, voor 49 procent eigenaarschap gaven.”

‘We zijn niet schattig en lief, we spelen serieus mee’

Dat was niet de enige concessie aan het ‘grootkapitaal’. “Hoe groter je wordt, hoe minder zeggenschap je hebt. We konden niet meer zelf kiezen met wie we samenwerkten. Zo wilden we een duurzame bank, maar er was een consortium van vier banken nodig, en we konden niet zeggen: die willen we wel en die niet. Die vier banken wilden weer advies en die haalden de Zuidas erbij.”

Dat wrong, zegt ze. “Bij zo’n project zit je niet meer zelf aan tafel. We moesten vaak zeggen: oké, dit zou niet onze keuze zijn geweest, maar hier moeten we genoegen mee nemen. Aan de andere kant: we konden wel randvoorwaarden stellen. En we waren wel iets aan het neerzetten. We hadden het gevoel: dit is ook belangrijk voor andere coöperaties, we zijn een rolmodel. We zijn niet lief en schattig, spelen serieus mee. Maar dan moet je wel met de grote jongens in zee.”

Laurens Huizer. Beeld Roos Pierson
Laurens Huizer.Beeld Roos Pierson

“Zie je dat, bij de kruipruimte? Hartstikke rood.” In Stad aan ’t Haringvliet toon Laurens Huizer (54) op zijn laptop een warmtescan van een huis: waar die rood is, lekt warmte weg. “Onder de vloerverwarming ligt geen isolatie. De warmte gaat naar beneden, niet naar boven.” Huizer is energiecoach van Deltawind, als vrijwilliger, en helpt eilandbewoners gratis om hun huis energiezuiniger te maken. “Veel huizen zijn hier van voor de oorlog. Er valt veel winst te boeken.”

Leidde dat tot onvrede onder leden? “We bespreken aan de voorkant altijd alles; tijdens de jaarlijkse ledenvergadering kan erover worden gestemd. Maar als we eenmaal midden in het project zitten, hebben leden niet meer op elk onderdeel invloed. Een enkeling vonden dat we te groot werden en zegde zijn lidmaatschap op.”

Op een schaars begroeid veld naast de sluis grazen wilde paarden, pal naast het windmolenpark is een natuurgebiedje. Deltawind wil ook een drijvend zonnepark bij Windpark Krammer bouwen. Het Rijksvastgoedbedrijf wilde de locatie in principe aan Deltawind vergeven, vertelt Sweep, al nodigde het ook andere partijen uit om zich te melden. “Maar wij hebben de netaansluiting in eigendom, het is duidelijk dat wij dit het goedkoopst kunnen. Andere concerns toonden dan ook geen interesse. Tot zich Sunrock meldde, een grote ontwikkelaar van zonneprojecten. In een openbare aanbesteding gaat veel tijd en geld zitten.” Sunrock gebruikt dat volgens haar als drukmiddel om mede-eigenaar van het project te worden.

Boos: “Sunrock is van de familie Brenninkmeijer, van C&A. Dus ja, hier duwt het grootkapitaal een initiatief van lokale burgers de markt uit.”

Sunrock zegt juist te hebben gereageerd op de uitnodiging van de overheid aan andere partijen om zich ook te melden, en met Deltawind te willen samenwerken.

‘Waar ben je dan mee bezig, je wilt toch draagvlak’

Overheden zijn bang voor het verwijt dat ze staatssteun verlenen, zegt Sweep. “Openbaar aanbesteden is een soort heilig moeten geworden. Maar dat benadeelt burgerinitiatieven soms. Coöperaties werken jaren aan een plan en dan zegt een overheid doodleuk: dit wordt een openbare aanbesteding. Ik denk dan: als burgers zelf met een initiatief komen en je laat dat door een externe partij uitvoeren, waar ben je dan mee bezig? Je wil toch draagvlak? De overheid zou lokale binding soms als voorwaarde moeten stellen, zeker bij de energietransitie.”

Haar eigen lokale binding wil Sweep niet kwijtraken. “Wij richten ons op het eiland, alleen daar doen we projecten. En alle winst vloeit terug naar het eiland. Ik spiegel ons wel eens aan de Rabobank, die begon als een coöperatie en dat in naam nog steeds is. Maar daar heeft een lid absoluut niks meer te zeggen over wat die bank wereldwijd aan het doen is. Je moet herkenbaar en aanspreekbaar blijven. Anders ben je geen burgerinitiatief meer.”

Soms, zegt ze, terwijl ze terugrijdt naar het eiland, is ze jaloers op kleinere coöperaties. “Samen met je laarzen in de modder staan om die eerste windturbine te bouwen. Dat creëert toch een ander gemeenschapsgevoel.”

Lees ook:

Niet langer neoliberaal

Waar partijen ook over strijden deze verkiezingen, over één ding lijken ze het eens: het neoliberalisme moet gestuit. Ze keren zich tegen een geestverschijning, vindt Patrick van Schie, terwijl Ewald Engelen vreest dat afschaffing van het neoliberalisme alleen met de mond wordt beleden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden