Beeld Loek Buter

ColumnRenske Jonkman

Een toverhazelaar, een kardinaalsmuts, in de tuin kan er altijd nog wat bij

Voor mij op tafel ligt de tuin van afgelopen jaar. De opgedroogde Afrikaanse lelie in een bruine envelop, die ene Rudbeckia die zo mooi bloeide, zonnebloemenzaden, misschien wel een handvol, en ook de Echinacea wist ik blijkbaar nog net op tijd te redden, zo zie ik tot mijn verrassing. Géén Akelei, géén Verbena, notoire woekeraars die het daar buiten zelf wel redden.

Over de eettafel spreid ik alle enveloppen uit waarop met pen de namen staan genoteerd en ontleed de zaadhoofden. Wat is er overgebleven van afgelopen zomer? Het is een soort verlate pakjesavond, en het uitpakken verloopt in alle rust en eenzaamheid, dat is nou juist het mooie ervan.

In deze tijd van het jaar is de tuin zo goed als imaginair. Niet dat hij gestopt is met bestaan, nee, als ik naar buiten kijk, dan oogt hij zelfs erg aantrekkelijk met z’n winterse graspluimen, de roestbruine koppen van de pluimhortensia, maar feitelijk gezien groeit er niks of nauwelijks iets, is al het leven verdwenen. Leegte. Stilte. Rust.

Dus maak ik nieuwe plannen, volg het imaginaire gedeelte, want natuurlijk kunnen er altijd wat struiken bij, misschien wel een toverhazelaar of nog een kardinaalsmuts, en dan onder de prunus een zee van blauwe Camassia’s, vooral dat laatste zie ik heel duidelijk voor me. Maar voor het planten van bollen ben ik alweer te laat.

Ik vrees dat ik erfelijk ben belast. Ook mijn vader was een tuinier, eind jaren zeventig sleepte hij in z’n duffelse jekker het onkruid uit het plantsoen mee naar huis in een poging ‘een wilde bloementuin’ aan te leggen in onze achtertuin, waar uiteindelijk vooral de reuzenberenklauw floreerde. Over dat onkruid gesproken, afgezien van de tirannieke soorten als weegbree en zevenblad, waait er soms zomaar iets fraais over de tuinhekken: zaden van de rode papaver, wilde margrieten…

Daar hoef je dan helemaal niks voor te doen of te bewaren. Zelfs geen gemeenteplantsoen voor te plunderen. Maar toch, voor je het weet staat je hele tuin vol met dit soort overgewaaide soorten die zich maar lastig laten voorspellen en vooral, niet laten temmen. Dan toch maar liever plannen maken. De tuin in bruine enveloppen bewaren totdat het lente wordt.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden