Reportage Konijnenonderzoek

Een tamme fret helpt kwakkelende duinkonijnen

De fret wordt door Michael Moerman uit het hol gehaald. Beeld Olaf Kraak

Het gaat slecht met het duinkonijn, een groot onderzoek langs de hele kust moet duidelijk maken waarom. Onmisbaar hierbij: een tamme fret met een matig jachttalent.

Dit is zo’n gebied waar nog maar heel weinig konijnen voorkomen”, zegt zoogdierexpert Jasja Dekker in een duinvallei van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, waar hij samen met wetenschappers van Stichting Bargerveen, Science 4 Nature en Bureau Drees onderzoek doet naar de konijnenpopulatie. Ooit waren deze dieren talrijk in de duinen, maar het dodelijke virus myxomatose zorgde in de jaren tachtig voor een slachting. Eind jaren negentig ging het beter met het konijn, maar toen kwam er een nieuwe ziekte overheen, het virus VHS.

“Op industrieterreinen en golfbanen doet het dier het prima, maar in de duinen komt na een kleine opleving steeds weer een grote terugval”, zegt Dekker. “Het lijkt erop dat de populatie elke keer zo door een flessenhals gaat, dat de dieren die het overleven bijvoorbeeld wel resistent zijn tegen VHS, maar dat de resistentie tegen myxomatose uit de populatie is verdwenen.”

Dekker loopt met een rugzak met daarbovenop een stapel kooitjes. Voor hem uit loopt Michael Moerman met een houten kistje met daarin twee fretten. Moerman is een zogeheten fretteur en helpt samen met zijn fretten om de konijnen voor het onderzoek te vangen.

“Marterachtigen zijn natuurlijke vijanden van het konijn”, legt Moerman uit. “In Nederland is dat vooral de bunzing. Fretten zijn gedomesticeerde bunzingen, het zijn huisdieren. Daardoor is hun jacht lang niet zo efficiënt als die van een bunzing. Het zijn eigenlijk slechte jagers en daar maken wij gebruik van. De konijnen vluchten voor de fret en rennen dan hun hol uit, waardoor wij ze levend kunnen vangen voor het onderzoek.”

Juist in de duinen heeft het konijn een belangrijke functie

De onderzoekers willen de konijnen vangen om bloed af te nemen, als onderdeel van een groot tweejarig konijnenonderzoek in duingebieden in Nederland. Ze doen dit in opdracht van het programma Ontwikkeling en Beheer N­­­atuurkwaliteit, waarin natuurbeheerders en wetenschappers samenwerken om vragen die bij meerdere beheerders leven te kunnen beantwoorden. Het konijnenvraagstuk is er zo een. Juist in de duinen heeft het beest een belangrijke functie in het open en dynamisch houden van het duin.

Michel Moerman op zoek naar een konijn. Beeld Olaf Kraak

“De gegevens die er nu zijn over de aantallen konijnen komen van de zogenoemde gereden transecten. Dit houdt in dat duinbeheerders ’s avonds door een specifiek deel van hun gebied rijden en alle konijnen tellen die in de koplampen komen”, vertelt Dekker. “Wij hebben op basis van die gegevens 25 gebiedjes geselecteerd waar we nader onderzoek gaan doen. Sommige met veel en sommige juist met heel weinig konijnen, en gebieden waar een duidelijke verandering is te zien. We hopen met dit onderzoek te kunnen zeggen waarom het op de ene plek beter gaat met het konijn dan op de andere.”

Het is tijd voor actie: Dekker en Moerman hebben een burcht met recente sporen gevonden. “We moeten zo stil mogelijk werken, dan is de verrassing voor het konijn het grootst”, zegt Moerman.

Ze plaatsen rondom stalen kooitjes bij de kleine uitgangen tussen de struiken, het grotere gat wordt met netten afgedekt. De fret wordt in een van de pijpen losgelaten en verdwijnt onder de grond. Moerman zoekt met zijn ontvanger langs de grond tot hij gaat piepen. Kriskras over de bult volgt hij de fret onder de grond, is hem even kwijt, en vindt hem dan meters verderop. “Kun je nagaan hoe lang die gangen zijn”, zegt Moerman. Hij houdt even stil. “Je kunt het konijn horen stampen.” De zender verplaatst zich weer naar de bult, vlak bij een van de pijpen. Moerman twijfelt geen moment en grijpt met zijn arm in het gat. Mis.

De ontvanger wordt weer tegen de grond gedrukt, het geluid verplaatst zich naar de andere kant van de burcht, vlak bij een opening. Het konijn moet dichtbij zijn. Eerst gaat een arm in het gat, dan zelfs het hoofd van de fretteur. Met een schop maakt hij extra ruimte en niet veel later verdwijnt zijn bovenlichaam onder de grond. Met een hoofd vol zand en een konijn in de hand komt hij boven. ”Meestal gaat het makkelijker”, verzucht hij.

Dekker neemt het konijn over in een zak. Terwijl Moerman op zoek gaat naar de fret, start de zoogdierexpert zijn onderzoek. Hij steekt een oortje van het konijn uit de zak en maakt er een prikje in. Met een rietje wordt bloed afgenomen en in twee vaatjes gestopt. “Die sturen we op naar Science4Nature, die het DNA bestudeert om te zien of de genetische basis van de populatie misschien te klein is. Het andere bloedmonster is voor het meten van immuniteit tegen het virus VHS.” Het dier wordt gewogen en opgemeten. Na tien minuten mag het konijn weer veilig het hol in.

Jasja Dekker haalt een konijn uit de zak om te onderzoeken. Beeld Olaf Kraak

Het onderzoek gaat verder dan alleen de konijnen. Ook de leefomgeving wordt onderzocht. Zo is Marijke Drees vandaag mee voor beschrijving van de vegetatiestructuur. “Ik bekijk in het veld waaruit de vegetatie bestaat en ik gebruik luchtfoto’s om de verhoudingen te bepalen tussen open duin, begraasde vegetatie, doorgeschoten oneetbare vegetatie en struiken.”

De samenstelling van de open begroeiing is van belang voor de overleving. “Konijnen eten heel selectief, het is belangrijk dat er keuze is. We zien hier bijvoorbeeld wat grassen staan, die zijn goed als basis en ook erg belangrijk om te overleven in de winter. En gelukkig ook veel kruiden, een belangrijke eiwitbron en essentieel voor de voortplanting in­­ het voorjaar.”

De voedselkwaliteit van het terrein wordt niet alleen bepaald aan de hand van de begroeiing, maar ook aan de hand van verzamelde konijnenkeutels. “Die gaan we vandaag ook nog rapen en stichting Bargerveen analyseert de uitwerpselen op de hoeveelheid eiwitten, calcium en magnesium.”

Met dit onderzoek hopen beheerders nieuwe handvatten te krijgen om de populatie op te krikken. “Misschien moeten we het vooral zoeken in het beïnvloeden van het voedsel, dat is iets waarop de beheerder kan sturen”, zegt Dekker.” Maar het kan ook zijn dat we voorstellen om de genetische basis te vergroten door konijnen bij te zetten of te gaan mixen.”

Halverwege 2020 komen ze met hun advies om het konijn ook in de duinen weer op volle sterkte terug te krijgen.

Lees ook: 

Het konijn moet Schier bevrijden

De duinen van Schiermonnikoog zijn groen geworden. Stikstofneerslag zorgde voor meer struiken, terwijl het grazende konijn door ziekte nagenoeg verdween. Tijd voor nieuwe exemplaren?

Er broeden weer tapuiten op Schier

Tapuiten broeden in konijnenholen en jagen in kort gras achter insecten aan. De konijnen zijn gedecimeerd door ziekten, maar wat betekent dat voor de tapuit? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden