ReportageVleet

Een rog van 2 meter, wanneer zien we die terug in de Noordzee?

De vleet, ook wel de Dipturus batis.Beeld Scottish Shark Tagging Programme

Door visserij zijn grote predatoren als haaien en roggen uit de Noordzee verdwenen. ARK Natuurontwikkeling en het WNF willen het tij keren. Komt ook de vleet terug?  

Een rog met een spanwijdte van 2 meter die het water van de Nederlandse Noordzee als een onderzeeër doorkruist. Vroeger, vóór de dagen van de intensieve visserij, was dat een gewoon beeld. De vleet, een imposante roggensoort, was destijds een van de toppredatoren van de Nederlandse wateren die, hoog in de voedselketen, hielpen het ecosysteem van de Noordzee in balans te houden. De soort is al lang geleden verdwenen. 

Maar nú is de tijd gekomen om te werken aan de comeback van de vleet, zegt Gijs van Zonneveld van Ark Natuurontwikkeling. “Want de laatste jaren is er veel veranderd op de Noordzee.” Zo bestaan er regels om de visstand op peil te houden en groeit het besef dat de natuur tijd nodig heeft om te herstellen van de schade door de intensieve visserij. De leefomstandigheden voor de imposante rog zijn dus aanmerkelijk verbeterd.  

Dat was in de tweede helft van de twintigste eeuw wel anders. Toen liepen door overbevissing talloze vissoorten fors in omvang terug. Zeeroofdieren kregen extra harde klappen, legt Van Zonneveld uit. “Niet alleen omdat er specifiek op ze gevist werd of omdat ze als bijvangst in visnetten terechtkwamen. Vooral het in rap tempo verdwijnen van vis, hun voedsel, droeg daaraan bij.” 

Uitzetten van stekelroggen in de Westerschelde.Beeld ARK Natuurontwikkeling/Gijs van Zonneveld

De impact van de grootschalige visserij was per saldo te groot, vindt Van Zonneveld, waardoor het ecosysteem destabiliseerde. “Terwijl een gezond, stabiel ecosysteem iedereen helpt: de zeedieren, mens en de economie. Er wordt weleens gezegd dat de Gouden Eeuw voor een groot deel het gevolg is van een florerende Noordzeevisserij. In die tijd kon je bij wijze van spreken over de vissen en schaaldieren naar Engeland lopen. Ruim een eeuw geleden was ook de vangst van één vleet genoeg om een dorp van 120 mensen te voeden.”

400 stekelroggen met een zendertje

Hoe kunnen die oude gloriedagen herleven? Daarvoor is actie nodig, beginnend bij de stekelrog, het kleinere broertje van de vleet. De afgelopen maanden zijn daarvan door Ark en het WNF zo’n 400 exemplaren uitgezet in de Westerschelde, stuk voor stuk uitgerust met een zendertje. “We weten dat de stekelrog het goed doet in de Noordzee, wat op zich al een goed teken is. We hopen met de informatie die deze stekelroggen ons geven, inzicht te vergaren in de leefomstandigheden en behoeftes van grote predatoren in de Noordzee, zodat we weten welke stappen we moeten zetten om de rode loper voor de vleet uit te leggen.” 

Stekelroggen uitzetten in de Westerschelde.Beeld ARK Natuurontwikkeling/Gijs van Zonneveld

Het direct uitzetten van de vleet, is geen optie, zegt Van Zonneveld. “De Noordzee kent alleen nog een kleine populatie bij Schotland, maar die is te kwetsbaar om er roggen uit te halen en naar onze wateren over te hevelen.” 

De Noordzee van nu

Pim Visser is directeur van VisNed, een belangenorganisatie voor de visserijbranche. Hij is enthousiast over de pogingen om grote predatoren terug te laten keren naar de Noordzee, omdat dat de biodiversiteit dient. Wel is hij sceptisch over de ‘melancholische toon’ die natuurorganisaties daarbij aanslaan. “Teruggaan naar de oude situatie is onmogelijk”, zo legt hij uit. “De Noordzee van toen is niet meer de Noordzee van nu.” Als belangrijkste oorzaak noemt Visser de klimaatverandering. “Vissers merken daar al lange tijd de gevolgen van. Zo zien we bijvoorbeeld ieder jaar dat de kabeljauw zo’n 12 kilometer verder naar het noorden zit en de schol duikt alsmaar dieper. Dan kan je wel mooie verhalen over vroeger vertellen, maar die situatie komt gewoon nooit meer terug.”

Ook denkt Visser dat het helemaal niet zo slecht gaat met de rog. “Vissers hebben soms hele netten vol rog en dat wordt de laatste tijd alleen maar meer. Als het waar is wat de wetenschap beweert, waarom zijn er dan toch zo veel roggen?”

Haaien en roggen in de Noordzee, is dat niet gevaarlijk?

Haaien, en mindere mate roggen, hebben de reputatie een bedreiging te vormen voor mensen. Maar volgens Gijs van Zonneveld van Ark Natuurontwikkeling is daarvan in dit geval geen sprake: “Hoewel de vleet en de zee-engel naar Nederlandse maatstaven groot van formaat zijn, vormen ze voor mensen absoluut geen gevaar. De vleet heeft geen stekels en is ook niet giftig, en de zee-engel voedt zich uitsluitend met kleine vissensoorten en andere kleine organismen. Bovendien leven ze op dieptes waar je als strandganger niet komt.” Van Zonneveld vindt de reputatie van zeeroofdieren als moordmachines onterecht: “Van de meer dan duizend soorten haaien en roggen, vormt slechts een handjevol soorten een reëel gevaar voor de mens – en zelfs van die soorten is het uiterst zeldzaam dat ze ook daadwerkelijk slachtoffers maken.”

Volgens Van Zonneveld zijn dat soort bevindingen exemplarisch voor de bestaande ‘delicate balans’ tussen wetenschap en visserij. “We merken dat wetenschappers en vissers pertinent andere ervaringen hebben over hoe het met de biodiversiteit, en dan specifiek de roggenstand, is gesteld. Er wordt nu zelfs onderzoek gedaan, het Innorays-project van de Wageningen Universiteit, om te kijken hoe die ervaringen met elkaar te rijmen vallen. Maar laten we wel wezen: een overvloed aan één of twee soorten roggen betekent natuurlijk niet dat de biodiversiteit volledig gezond is.” 

Zelfredzaamheid terugwinnen

Van Zonneveld benadrukt dat er geen sprake is van frictie tussen de beide partijen: “De visserijbranche is altijd bereid om met ons mee te denken en in gesprek te gaan.” Hij deelt ook Vissers’ zorgen over het klimaat. “Maar dat al die vissenpopulaties keihard naar beneden zijn gevist, heeft daar niets mee te maken. Klimaatverandering is van alle tijden, het probleem is nu gewoon erger dan ooit. Maar een gezond ecosysteem zoekt naar kansen, en vindt zelf manieren om met veranderingen om te gaan. Met onze acties zorgen we ervoor dat de natuur haar zelfredzaamheid terugwint – dat is in deze tijden júist van belang.”

Die ambitie stopt niet bij de vleet. Een ander roofdier waarvan de organisaties hopen hem ooit terug in de Nederlandse wateren te mogen verwelkomen, is de zee-engel, een middelgrote haaiensoort die hetzelfde lot trof als de vleet. Van Zonneveld hoopt dat zij op termijn het voorbeeld kunnen volgen van de platte oester: “Dat is een oestersoort die voor heel lange tijd als uitgestorven werd beschouwd, tot er recentelijk opeens een grote, gezonde populatie opdook rond het Haringvliet. Uit experimenten blijkt dat de populatie platte oester nu weer groeit als kool. Zo zie je maar: als je een gebied maar lang genoeg met rust laat, zal het systeem zich onder de juiste omstandigheden weer herstellen.”

Lees ook:

Op pad met stichting Ark, die al dertig jaar wilde natuur met succes laat terugkeren in Nederland

Al dertig jaar zet stichting Ark Natuurontwikkeling zich in voor hun plek in Nederland. Voor échte natuur. Op pad met Ark’er van het eerste uur: Hettie Meertens.

Een wisent als ‘buurman’? In De Maashorst vinden ze het maar niets

Met zijn ruige vacht en zeshonderd kilo lichaamsgewicht is de wisent een imposant beest. Een icoon voor menig natuurgebied. Maar wat als je zo’n icoon als buur hebt?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden