Een paviljoen bouwen met geleende materialen

De bekleding van het People’s Pavilion is gemaakt van lege shampooflessen en ander plastic afval dat door Eindhovenaren is ingezameld. Na afloop krijgen zij een tegel. Foto: Jeroen van der Wielen Beeld TRBEELD

Tijdelijke evenementen leveren doorgaans een berg afval op. Op de Dutch Design Week die vandaag begint, pakken ze het anders aan. Het People’s Pavilion is gemaakt met geleende spullen die na afloop worden teruggegeven aan de eigenaars.

 Heb je twaalf heipalen voor ons? Je krijgt ze over een paar maanden terug.” Een nogal ongebruikelijke vraag aan een maker van betonnen funderingen. Normaal verkoopt hij heipalen om ze, soms voor altijd, onder de grond te zien verdwijnen. Maar de ontwerpers van een paviljoen voor de Dutch Design Week wilden ze ‘lenen’’. Het gebouw staat er maar even, tijdens de negen dagen van het evenement in Eindhoven. Wat zou het mooi zijn, redeneerden ze, als alle onderdelen daarna weer terug zouden kunnen naar hun oorspronkelijke eigenaar.

“Dat is gelukt”, constateert ontwerper Hester van Dijk, een dag voor de opening van de Dutch Design Week. “Zo was de fabrikant van heipalen heel makkelijk, hij wilde meteen meewerken.” Van Dijk staat in het People’s Pavilion, waar de komende negen dagen continu lezingen en presentaties zullen plaatsvinden. Tussen de betonnen heipalen, die los op de grond op een klein matje staan, zijn glaswanden geplaatst tot zo’n 2,5 meter hoogte. Op de palen rust een knutselwerk van houten balken. De muren bestaan uit staalmatten bekleed met ‘leien’ van gerecycled plastic. Naar boven kijk je door de glazen daken van gebruikte tuinbouwkassen.

Foto: Jeroen van der Wielen Beeld TRBEELD

De heipalen waren dan soepel geregeld, het hele proces was ‘een enorm gepuzzel’, vertelt Van Dijk, die met Reinder Bakker van bureau Overtreders W en architectenbureau SLA het ‘leenidee’ uitwerkte. “Als je alles leent, kun je niet gaan schroeven, zagen of lijmen. Je wilt het in dezelfde staat terugbrengen zoals je het gekregen hebt. Je moet dus ook werken met standaard maten.”

Dat bracht ontwerpers en bouwers, maar ook leveranciers, op onbekend terrein. “Het houtbedrijf was eerst wat sceptisch. Is dat niet uit gesloopte panden te halen?, vroegen ze zich af. Maar na een bijeenkomst met een paar grote leveranciers werden ze enthousiast.” De ontwerpers kregen een lijst van de maten van de balken maar later bleek dat lang niet alles voorradig was. “Het hele ontwerp moest toen weer aangepast. Er gebeuren voortdurend dingen die je niet voorzien had”, lacht Van Dijk, “maar dat maakt het juist leuk”.

Spijkerloos

Vervolgens was de vraag hoe de balken aan elkaar en aan de betonnen palen vast te maken zonder spijkers, schroeven of bouten te gebruiken. De keus viel op stalen banden, waarmee ladingen op pallets ingesnoerd worden. “Je weet alleen niet precies hoe stevig dat wordt. Uiteindelijk is de constructie getest in een lab van de Technische Universiteit Eindhoven om te zien bij welke druk die zou bezwijken. Zo heeft ook de gemeente kunnen beoordelen of het veilig is.”

Soms hadden de makers geluk. “De glazen ondergevel is geleend uit een kantoor van Capgemini dat verbouwd wordt voor Bol. Die bleek toevallig precies tussen de palen te passen.” Het plastic waarmee de leien zijn gemaakt, is deels ‘geleend’ van inwoners van Eindhoven. Die konden gedurende een paar weken hun lege shampooflessen en wasmiddelverpakkingen inleveren bij een tijdelijke milieustraat. Op kleur, zodat het plasticrecyclebedrijf er verschillende tinten tegels van kon maken.

“Iedereen die mee heeft gedaan, krijgt na afloop zo’n lei. Dan houden we over, maar voor de rest vinden we wel een andere bestemming.” Het tijdelijke pand is met maar liefst 9500 leien bekleed, vooral in paarse, blauwe en groene tinten. Een enkele gele springt er tussenuit, gemaakt van bierkratjes. Eindhovenaren leverden ongeveer 1500 kilo plastic in, de rest van de benodigde 7000 kilo kwam van recyclepartijen, zoals mislukte flessendoppen.

De tegels zijn een voor een door 25 vrijwilligers op hoogwerkers met tiewraps aan het betongaas vastgemaakt, aan de hand van Van Dijks kleurontwerp.

Die samenwerking, met inwoners, vrijwilligers, leveranciers, constructeurs, is essentieel, stelt Van Dijk vast. “Bij het begin van het ontwerp moet je er al mensen bij halen, tot op het allerlaatste moment.”

Het is een manier van werken die Van Dijk aanspreekt, ook al betekent het dat het ontwerp voortdurend opnieuw bekeken moet worden.

Foto: Jeroen van der Wielen Beeld TRBEELD

Materialenbibliotheek

Niet alleen het paviljoen zelf, ook de ­inrichting is geleend. Er staan rijen ­opklapbare kerkbanken uit de Keizersgrachtkerk in Amsterdam klaar, plastic banken komen van het recyclebedrijf, andere meubels uit een designshowroom die later, na een sopje, weer ­verkocht zullen worden. Ontwerpen met bestaande spullen, is verrijkend, vindt Van Dijk, die eerder met Bakker en bureau SLA een barretje bouwde van alleen spullen van Marktplaats. “Die manier van werken kan je veel brengen. Je moet ontwerpen in een bepaalde context, maar dat vind ik geen beperking maar juist een toevoeging. Die materialenbibliotheek is er, daar moet je iets mee doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden