Jelle's Weekdier Noorse Stern

Een onsje vogel dat rustig 22.000 kilometer aflegt

De noordse (en niet Noorse!) stern heet ‘noords’ omdat hij uit noordelijke streken afkomstig is. Het adjectief ‘noords’ komen we bijvoorbeeld ook tegen bij de noordse woelmuis en de noordse stormvogel. Een synoniem voor noords is boreaal, maar dat woord gebruiken we momenteel liever niet.

Sterns zijn snelle visetende zeevogels die uiterlijk veel weghebben van meeuwen maar dan eleganter en ranker. In de diersystematiek werden sterns vaak ondergebracht in de meeuwenfamilie Laridae, maar tegenwoordig hebben ze een eigen familie, de Sternidae. In ons land komen – afgezien van schaarse doortrekkers – zeker negen soorten voor: de dwergstern, de grote stern, de reuzenstern, witwangstern, de noordse stern, de zwarte stern en de zeldzame lachstern en witvleugelstern, en dan nog een soort die geen stern heet maar visdiefje. De meeste leven bij zee, maar sommige, zoals de zwarte stern, komen vooral voor in plassen en moerasgebieden in het binnenland. Sterns zijn echte trekkers en de absolute recordhouder is de noordse stern. Dit dier pendelt niet zoals de meeste trekvogels tussen Nederland en Afrika, of tussen Siberië en ons land, maar vliegt met gemak de halve aardbol rond. En weer terug. Het lijkt een onbegrijpelijke uitkomst van de evolutie; terwijl in de natuur veel is gericht op het besparen van moeite en energie, vliegt de noordse stern met gemak tweemaal jaarlijks zo’n 20.000 kilometer, ofwel in totaal de hele aardbol rond!

De wikipagina van de noordse stern vermeldt dat in oktober 1982 een geringde vogel in drie maanden van de Britse Farne Islands naar Melbourne vloog, wat neerkwam op een afstand van 22.000 kilometer en een gemiddelde snelheid van 240 kilometer per dag. Dat is toch een hele prestatie voor een beestje met een gemiddeld gewicht van ongeveer een ons.

De gedachte alleen al

Er is tegenwoordig een complete website gewijd aan de trekvogeltjes: www.arctictern.info. Daar staat een interessant filmpje op over onderzoek aan noordse sterns die elk jaar van het noorden van Groenland naar de Weddellzee bij Antarctica heen en weer vliegen en daarbij snelheden van driehonderd mijl (ongeveer 480 kilometer) per dag bereiken, wat neerkomt op twintig kilometer per uur ofwel een flinke fietssnelheid. Overigens vliegen de sterns niet in een rechte lijn van a naar b; in 2007 werd een exemplaar met een zendertje uitgerust en een jaar later teruggevangen. Hij had 70.000 kilometer afgelegd. De noordse stern is een vliegmachine. De rozerode pootjes zijn welhaast bespottelijk klein, de vleugels lang en smal als van een zweefvliegtuig.

De vraag is wat zo’n klein diertje bezielt om helemaal van het Noordpoolgebied naar Antarctica te vliegen en weer terug, en dat ieder jaar opnieuw. Je zou moe worden van de gedachte alleen al. In de zomer in het hoge noorden en in onze winter in het zuiden (waar het dan zomer is), lijken de diertjes erop gericht om vrijwel uitsluitend daglicht te zien, alsof ze bezig zijn met een daglichttherapie om een depressie te voorkomen. Ze staan dan ook bekend als de diersoort die het meeste daglicht ziet van alle soorten op aarde. Maar misschien zijn ze gewoon bang in donker.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt. Lees hier eerdere afleveringen van Jelle’s Weekdier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden