Jelle's weekdier Spitssnuitdolfijn

Een nieuwe spitssnuitdolfijn met een tongbrekende naam

Een op Hokkaido aangespoelde Berardius minimus. Beeld Yasushi Shimizu, Nature.com

Zes dode spitssnuitdolfijnen bij het Japanse eiland Hokkaido vormden aanleiding tot de ontdekking van een voor de wetenschap nieuwe soort; de publicatie verscheen deze week in Nature Science ­Reports. Van zoogdieren wordt verondersteld dat we ze zo ongeveer wel allemaal kennen. Heel soms wordt nog een nieuwe muizensoort ontdekt op een afgelegen berg ergens in de jungle, maar daar blijft het meestal bij. Maar nu dus een compleet nieuwe dolfijnensoort, een spitssnuitdolfijn. Spitssnuitdolfijnen zijn zeldzaam. Meerdere soorten zijn slechts bekend van één of enkele aangespoelde exemplaren. De zojuist nieuw beschreven ­Berardius minimus werd ontdekt dankzij die zes dode exemplaren bij Hokkaido. De eerste van de zes spoelde in verrotte toestand op 6 juni 2008 bij Kitami aan, zoals het in de publicatie heet als ‘a fairly well decomposed stranded carcass’. De kleurenfoto bij het artikel toont een dolfijn in verregaande staat van ontbinding. Je ruikt op de foto de vergankelijkheid van het leven.

Twee daaropvolgende strandvondsten in 2009 en 2012 alsmede drie ronddobberende drijflijken, plus een aantal exemplaren die bij de Aleoeten (Alaska) waren aangetroffen, bleken allemaal flink kleiner dan de al sinds 1883 bekende soort Berardius bairdii. Die laatste bereikt een lichaamslengte van zeker tien meter, terwijl de recent gevonden dolfijnen alle korter dan zeven meter waren, maar toch volwassen.

Eenzaten die zelden in de buurt van mensen komen

De auteurs, zes Japanners en één Amerikaan, ontdekten meer verschillen. Zo was de spitse snuit van de zo terecht ‘spitssnuitdolfijnen’ genoemde dieren relatief korter, waren ze veel zwarter van kleur en vertoonden ze opvallend veel littekens van bijtwonden die door cookiecutter sharks werden veroorzaakt. Deze kleine haai maakt diepe beetwonden die eruitzien alsof ze door een koekjessnijder zijn uitgestanst, zo’n ijzeren rondje waarmee je koekjes uit een deegplak drukt. Kennelijk zijn deze haaien verzot op hapjes Berardius minimus.

De schedels van spitssnuitdolfijnen zien er bijzonder uit. Alle soorten hebben een langgerekte snuit met slechts enkele, vaak grote tanden in de onderkaak. De snuit is inwendig voorzien van een langwerpig bot, samengesteld uit de tandeloze bovenkaaksbeenderen. Bij veel soorten is dat bot extreem zwaar en massief, het lijkt dan wel op een honkbalknuppel. Fossiele spitssnuitdolfijnensnuiten worden soms gevonden doordat ze van de zeebodem worden opgevist; onder andere uit de Westerschelde zijn ettelijke snuiten opgedregd van een reeds lang uitgestorven soort. Uitgestorven is de nieuwe soort gelukkig niet, hoewel spitssnuitdolfjnen nooit in grote aantallen voorkomen. Het zijn echte eenzaten, die de diepe oceaan bewonen en slechts zelden in de buurt van mensen komen. Pas als ze dood zijn, kunnen ze ronddrijvend worden aangetroffen of ergens aanspoelen. En soms blijkt het dan een voor de wetenschap nieuwe soort te betreffen, die een nieuwe naam moet krijgen. Het ‘minimus’ duidt uiteraard op de relatief geringe afmeting van de dieren. Hij kreeg meteen ook een volksnaam. De ‘oude’ soort bairdii wordt in Japan tsuchi-kujira genoemd. Vissers hadden al eerder in de gaten dat deze kleine zwarte spitssnuitdolfijn anders is en noemden hem kuro-tsuchi, wat zoveel betekent als ‘zwarte dolfijn’. In het artikel wordt als Japanse naam voor de nieuwe soort kurotsuchikujira voorgesteld, zonder verbindingsstreepjes; een echte tongbreker.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden