WeekdierVondelparksluipwesp

Een nare parasiet uit het Vondelpark

Dat er in het Vondelpark een voor de wetenschap nieuw soort wespje is gevonden, kan u deze week niet zijn ontgaan. Van De Telegraaf tot NRC berichtte erover, en deze krant ook, om over andere media nog maar te zwijgen. Aphaereta vondelparkensis heet het minuscule insectje. Wetenschappelijke soortnamen die op -ensis eindigen, geven de plaats van herkomst aan, zowel bij dieren als bij planten. Brede waterpest heet Elodea canadensis – u raadt het al. De kiwi (de vrucht, niet de loopvogel), waarvan we denken dat die uit Nieuw-Zeeland komt, maar die eigenlijk uit China afkomstig is, heet Actinidia chinensis. De soortnaam vondelparkensis voor het wespje is dus even toepasselijk als grappig. Intussen is het diertje ook in het Quackjeswater bij Oostvoorne aangetroffen; als daar het eerste exemplaar was opgedoken, had hij wellicht Aphaereta quackjeswaterensis geheten.

Het herkennen van de Vondelparkwesp als iets nieuws was een klus voor gevorderde entomologen. Het beestje lijkt erg op een andere sluipwesp, maar verschilt door het bezit van net iets andere kleuren, andere verhoudingen van lichaamsdelen en een ander aderpatroontje in de vleugeltjes. Het hele diertje is minder dan 2 millimeter groot – de antennen en de legboor niet meegerekend. Echt heel klein dus.

Maar het is niet zozeer de minuscule afmeting die het sluipwespje interessant maakt, het is vooral de leefwijze van sluipwespen die zo boeit. Er bestaan vele duizenden soorten sluipwespen (wel 22.000 volgens wiki en sinds deze week dus nog één meer) en het zijn allemaal parasieten. We mogen wel stellen: nare parasieten, want wie ermee te maken krijgt, vertelt het niet na. Sluipwespen leggen hun eitjes in levende rupsen die vervolgens langzaam van binnenuit worden opgegeten. In plaats van een vlinder (vlieg, kevertje of ander insect) komt er uiteindelijk een hele stoet jonge sluipwespjes uit de arme rups tevoorschijn.

Door inzet van sluipwespen kunnen insecticiden achterwege blijven

Een voordeel is dat sluipwespjes wel worden ingezet als biologische bestrijding. Door sluipwespen eitjes te laten leggen in rupsen van schadelijke motjes die een gewas kaalvreten of larven van andere plaaginsecten, kan de toepassing van insecticiden achterwege blijven. Maar het blijft een weinig vrolijk stemmende manier van voortplanten. Leuker kunnen we het niet maken, de natuur is nu eenmaal onbarmhartig en zonder enige vorm van moraal.

Deze eigenaardige wijze van voortplanten werd al in de zeventiende eeuw opgemerkt, toen ­natuurvorsers ontdekten dat sommige rupsen van koolwitjes geen koolwitje voortbrachten, maar een kluwen van tientallen kleine maden. Die maakten naast de intussen dode rups zijden coconnetjes en verpopten zich. Even later kwamen daar kleine ‘vliegjes’ uit: sluipwespjes. Een raadsel! Was de ene soort in de andere veranderd? Waren die kleine maden spontaan ontstaan?

In de negentiende eeuw maakte men zich ook zorgen over de amoraliteit van de natuur, want hoe kan de barmhartige schepper een prachtige door hemzelf geschapen soort nu zo akelig langzaam ­levend laten opvreten? Dergelijke ethische vragen roepen de Vondelparkwespjes tegenwoordig niet meer op. Die leggen hun eitjes in de maden van stront- en aasvliegen en dat is weliswaar zielig voor die vliegen, maar daar kunnen we er wel een paar van missen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden