ReportageCameraval

Een muisje wordt voor deze lens een olifant

Matthijs Smaal zet ‘de Struikrover’ klaar in de beschutting van het struikgewas, waar kleine marterachtigen graag vertoeven.Beeld Reyer Boxem

Een pvc-buis, een wildcamera en een blikje sardines is alles wat hovenier Matthijs Smaal nodig heeft. Daarmee ving hij al meer dan honderdduizend dieren op beeld.

 Drentenaar Matthijs Smaal duwt een prikkende struik opzij en stapt over een paar oude boomstammen. De grond aan de rand van de Drentsche Aa is vochtig, bedolven met takjes en dorre bladeren. “Zo’n stukje rommelige natuur is het mooist, daar houden dieren zich graag schuil.”

Zijn voorkeur voor het ongerepte komt deels voort uit zijn werk als hovenier: gewoonlijk moet hij strakke, nette tuinperkjes afleveren. Sinds een jaar of vijf doet hij daarnaast met een wildcamera onderzoek naar kleine zoogdieren. Dat doet hij samen met zijn jeugdvriend Willem van Manen, vogelaar bij Sovon Vogelonderzoek.

Een uit de hand gelopen passie, noemt Smaal het. “Als kind gingen we al achter de beestjes aan. Op een kaart tekenden we in waar we ze gezien ­hadden.” Dat is nu niet anders. Smaal opereert de cameraval en Van Manen houdt nauwkeurig de soorten en aantallen bij.

Tussen het gebladerte haalt Smaal trots zijn uitvinding tevoorschijn: een schuin afgezaagde pvc-buis met daarin een houten plank. Aan het ene uiteinde zit een wildcamera vast, aan het andere een sardienenblik. Door een piepklein gaatje in het blik komt elk dier binnen een radius van driehonderd meter op de geur van de lekkende visolie af. Bij bezoek van een snuffelaar springt de camera aan om een foto te maken.

De cameraval, die toepasselijk is gedoopt tot ‘de Struikrover’, was aanvankelijk bedoeld om kleine marterachtigen zoals wezels, otters en hermelijnen te bestuderen. Inmiddels telt Smaals collectie meer dan honderdduizend portretten van uiteenlopende soorten. “Er komen ook egels en allerlei muizen op af, zoals de waterspitsmuis. Die is zwaar beschermd in Nederland.” Ook grotere dieren, zoals hazen, vossen en reeën zijn al voor de lens van de Struikrover verschenen.

De Struikrover.Beeld Reyer Boxem

Ruige natuur

Het is een heus knutselwerk. Voor de camera heeft Smaal een klein brillenglaasje met plussterkte bevestigd, zodat die kleine dieren naar voren haalt. “Een muisje wordt voor deze lens een olifant.” De plank is stevig vastgeklemd, zodat vossen er niet mee vandoor gaan. En boven op de pvc-buis zit een zelfgemaakt lichtkoepeltje van plexiglas. Want, legt Smaal uit, voldoende daglicht geeft de mooiste kleurenfoto’s.

De Struikrover komt volgens de maker het best tot zijn recht in de door hem zo geliefde ‘ruige’ natuur, zoals overhoeken en houtwallen met voldoende begroeiing. “Marters stellen zich graag verdekt op.” Daarnaast moet het een plek zijn waar de cameraval ongestoord kan blijven liggen: “Er moeten geen maaibalken overheen komen of veel wandelaars toeven”. Ten slotte legt Smaal de loopbuis graag een tikje schuin voorover in de aarde. “Dan loopt er geen regenwater in, en kan ook een minuscuul dwergspitsmuisje goed naar binnen lopen.”

Een rosse woelmuis.Beeld Matthijs Smaal

Is er geen makkelijkere manier om kleine zoogdieren te observeren? Niet echt, zegt de natuurliefhebber. “Marters werden altijd onderzocht met een losse wildcamera en een sardienblik, vastgeknoopt aan een boom twee meter verderop.” Het principe is hetzelfde, vertelt Smaal, maar kleine marterachtigen zoeken nu eenmaal graag beschutting in het struikgewas. Voor een camera in open terrein zit een enkel grassprietje al ontzettend in de weg. “Bovendien moeten kleine dieren zoals muizen juist dichtbij zijn. Anders slaat de camerasensor niet aan, of kun je ze naderhand slecht onderscheiden.”

Inktkussen

Om deze problemen op te lossen, begon de hovenier te doe-het-zelven in zijn garage. De voorloper van de Struikrover was een nestkast: een houten kist met eenzelfde soort inloopbuis en -plank. Dieren liepen over een inktkussen en lieten zo hun sporen achter. Iedere maand fietste Smaal langs een stuk of dertig van die kastjes. Er was wel één probleem: hij kon aan de pootafdruk niet zien of het nou een wezel of een hermelijn was.

Een jaar of tien geleden werden wildcamera’s eindelijk betaalbaar voor hobbyisten, zegt Smaal, en dus kocht hij er een. Na veel uitproberen zijn de buis en plank gebleven, maar de kist ging de prullenbak in. “Het was daarbinnen veel te donker om heldere foto’s te maken.”

Een wezel.Beeld Matthijs Smaal

Voor Smaal is het allang niet meer alleen een hobby. In samenwerking met De Zoogdiervereniging en de provincie Groningen stelde hij van honderden kleine soorten in het Groningse landschap de aanwezigheid, aantallen en verspreiding vast. Een handvol camera’s in Drenthe houdt hij al twee jaar consequent bij.

Uilenbraakballen

“Voor vogels en grote zoogdieren zijn onderzoeksmethoden al veel verder ontwikkeld, maar voor kleine zoogdieren zoals marterachtigen is er nog geen standaard”, zegt Smaal. Ook de beschermde waterspitsmuis was tot op heden moeilijk vast te stellen. Onderzoekers zijn veelal aangewezen op achtergelaten muizenkeutels of het uitpluizen van uilenbraakballen. “Als iedereen jaarlijks een paar weken de Struikrover neerlegt, kun je licht schijnen op die kleine soorten.”

Een hermelijn.Beeld Matthijs Smaal

Ondanks een gebrek aan consistente metingen, is er volgens Smaal wel meer aandacht voor het behoud van soorten zoals de hermelijn. “Maar dan moet er wel iets te vreten voor ze zijn.” Om marters te beschermen, moeten de muizen die zij eten evenzeer behouden blijven, zegt Smaal. “Hetzelfde geldt voor de natuur waardoor je die muizen hebt.”

Toch vindt hij dat natuurbeheer in Nederland soms iets losser mag zijn. “Hier in Drenthe worden elzenbomen met kranen uit de grond getrokken, omdat er volgens de tekentafel lange zichtlijnen moeten zijn.” Maar, zegt Smaal, de natuur moet ook zijn gang kunnen gaan. “Het mooiste is om het waar mogelijk op zijn beloop laten, er een stoel bij te zetten en te kijken wat er gebeurt.”

Lees ook: 

Big Brother in de achtertuin... Kiekeboe!

Met behulp van nachtcamera’s wordt gehoopt meer zicht te krijgen op het soort zoogdieren dat tuinen bezoekt. De huiskat staat met stip op nummer één, maar ook de bunzing, steenmarter, das en vos worden gezien.

Wildspotten via wifi: de hulp van het publiek is hard nodig

Hordes natuurliefhebbers trekken jaarlijks naar de Veluwe in de hoop een glimp op te vangen van een hert, zwijn, ree of das. Maar de mooiste wildwaarnemingen vinden volgens deelnemers van ‘Snapshot Hoge Veluwe’ online plaats. ‘En je draagt meteen bij aan onderzoek.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden