Reportage Natuurfotografie

Een libel vang je met je telelens

Pantserjuffer. Beeld Jan Katsman

Fotografie is een uitstekend middel om libellen te determineren; vangen met een netje is niet meer nodig. Daarom wordt het spotten van deze elegante diertjes onder het grote publiek steeds populairder. 

 Jan Katsman (69) staat met zijn wandelschoenen weggezakt in het veenmos en wijst op een pol pitrus. “Kijk, daar zit er één.” Op een spriet is zojuist een ­libel geland. Zonder zijn blik van het beestje af te wenden, pakt Katsman een toeter van een camera van zijn heup en brengt die voor zijn gezicht.

Even later toont hij een haarscherpe foto van een sierlijk beestje met een tenger groen achterlijf, een metaalgroen rugschild, bolle ogen en fragiele vleugels. Het is een gewone pantser­juffer, weet de libellenexpert af te leiden uit het groene vlekje op het heupschild. Het is één van de vier pantserjuffers die in het gebied voorkomen.

John Katsman in het Leersumse Veld. Beeld Jörgen Caris

We zijn in het Leersumse Veld en staan aan de rand van een ven. Katsman komt hier zo’n drie keer per week om ­libellen te inventariseren en te fotograferen. Het op naam brengen doet hij bij lastige soorten meestal achteraf, thuis, aan de hand van details op de foto’s.

Trappelen aan de grens

Onlangs verscheen zijn boek ‘Libellen van Nederland’, een fotogids met 71 soorten. Katsman werkte zes jaar aan het boek en gaf het in eigen beheer uit. “Ik heb de 37 soorten die in het Leersumse Veld zitten allemaal gefotografeerd”, vertelt hij als we verder lopen. “In de hele provincie Utrecht komen 54 libellensoorten voor, dus dat zijn er maar 17 meer. Toen ik die allemaal had, heb ik het boek ‘Libellen van Utrecht’ uitgegeven. Om heel Nederland te dekken, waren nog 17 andere foto’s nodig.” Urenlang lag hij ervoor in het veld, met zijn camera in de aanslag.

Zadellibel. Beeld Jan Katsman

Het lukte Katsman niet álle soorten zelf te fotograferen. Om foto’s van ontbrekende soorten te bemachtigen, deed hij een oproep op Facebook. “De dwergjuffer was de laatste waar ik een foto van kreeg. Die was in Nederland sinds 1912 uitgestorven, maar zit inmiddels weer in het oosten van ons land op een geheime plek die goed beschermd wordt. Ik kreeg van iemand die hem in Zweden had gefotografeerd foto’s; daar ziet de soort er precies hetzelfde uit als bij ons.” Katsman nam ook drie soorten op die officieel nog niet in Nederland voorkomen. “Die staan aan de grens te trappelen. Ik verwacht ze over vijf jaar zeker hier.”

Terwijl het met de meeste insecten sterk bergafwaarts gaat, doen de libellen het relatief goed. De verbeterde ­waterkwaliteit heeft daarbij geholpen, maar ook de klimaatverandering heeft invloed. Minimaal vijf in Nederland uitgestorven soorten keerden recent terug. Behalve de zojuist genoemde dwergjuffer onder meer ook de zuidelijke keizer­libel, die honderd jaar geleden één keer in Zuid-Nederland was gezien en zich nu weer definitief heeft gevestigd.

Een dergelijk scenario geldt ook voor de rivierrombout. De sierlijke witsnuit­libel werd in 1970 voor het laatst in Nederland gezien in het Groot Malpieven; dit jaar werd hij al op twintig verschillende plekken gesignaleerd. Van de zeer zeldzame oostelijke witsnuitlibel, die sinds 1999 als verdwenen werd beschouwd, doken in 2018 opeens weer enkele exemplaren op – waarschijnlijk met de oostenwind uit Duitsland meegevlogen. Of koudeminnende libellen naar het noorden trekken, weg uit ­Nederland, is minder duidelijk.

Zadellibellen

Er vliegt een libel over het pad, een net uit de larvenhuid gekropen exemplaar. “Zie je hoe onhandig hij fladdert?” vraagt Katsman. Het beestje vliegt met horten en stoten, waardoor het bijna een langpootmug lijkt.

Venwitsnuitlibel. Beeld Jan Katsman

Volgens Katsman is de aandacht van het grote publiek voor de libel de afgelopen decennia flink gestegen. “Net als voor vogels. Steeds meer mensen interesseren zich voor de natuur. Bij de libellen merken we dat ook. Vorig jaar was er een invasie zadellibellen in Nederland. Op Texel liepen we daar met vijftien man naar te zoeken.”

Katsman denkt dat fotografie heeft geholpen bij de toegenomen populariteit. Hij tikt op zijn zoomlens. “Tegenwoordig kunnen mensen zich dit soort dingen veroorloven.” Fotografie blijkt een uitstekende manier om libellen op naam te brengen – het vangen met een netje is daardoor niet nodig.

Ook Marcel Wasscher (61), die zich sinds 1975 met libellen bezighoudt en medeauteur is van de ‘KNNV Veldgids Libellen’, denkt dat fotografie libellen bij een breder publiek geliefd heeft gemaakt. “De populariteit neemt nog steeds toe”, zegt hij. “Dat merk ik in het veld, aan de hoeveelheid mensen die ik tegenkom bij het libellen kijken. Vroeger keek een handjevol, nu zijn het er ontzettend veel.”

Wetenschap

Behalve fotografie helpt het volgens Wasscher dat burgers de wetenschap helpen door hun waarneming door te geven op Waarneming.nl. “Toen ik met libellen kijken begon, schreef ik in mijn dagboek: ‘Het is eigenlijk best onzinnig wat wij doen: beestje vangen, determineren, naam opschrijven, los, volgende. Maar het is zo ontzettend leuk.’ We hadden geen idee waarvoor we het deden. Tegenwoordig ben je constant nuttig bezig door je bevindingen in te voeren op Waarneming.nl. Zo help je mee in kaart brengen waar de soorten voorkomen en hoe het met ze gaat.”

Precies voor die groeiende groep geïnteresseerden maakte Katsman zijn boek. Lijvige, prijzige veldgidsen met ­libellen van Europa waren al op de markt. “Ik wilde een simpel boekje maken, niet te duur. Aan de hand van foto’s en de determinatiesleutel kun je gemakkelijk opzoeken welke soort je ziet.”

John Katsman toont een zojuist gemaakte foto van een pantserjuffer. Beeld Jörgen Caris

Toch maakt Katsman zich ook zorgen om de stijgende populariteit van de libellen. “Als mensen massaal naar een ven trekken om zeldzame juffers te zien, houd ik mijn hart vast. Ze kunnen zomaar het gebied platstampen.”

Jan Katsman; ‘Libellen van Nederland – Fotogids met 71 soorten en determinatiesleutel’; Exciting Nature; € 17,50

Lees ook: 

Wyldemerk, een libellenreservaat dankzij de N359

Ooit zou de Wyldemerk het toneel van wilde taferelen zijn geweest, nu is het een idylle met libellen. Met dank aan de provinciale N359.

Op de Stabrechtse Heide zijn ze blij met een berg mestkevers

Zijn het de vogels? Zijn het de planten? Nee, het is vooral het beheer van insecten dat garant staat voor biodiversiteit, vindt Jap Smits, boswachter van de Strabrechtse Heide. Hij schreef een boek over zijn heide.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden