Column

Een hond die uit zijn krachten gegroeid is

Beeld Maartje Geels

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. In maart verschijnt zijn boek ‘Rotgrond bestaat niet’.

Ik kon maar beter niet naar Nimshuscheid lopen met Elvis, zei buurman Klaus. Hij en Monika hadden op de radio gehoord dat daar een herdershond vergiftigd was. Op zijn eigen terrein. Iemand had er een stuk worst met rattengif neergelegd. Nu was ik dat sowieso niet van plan, omdat je om in Nimshuscheid te komen stukken langs de weg moet lopen. En Elvis kan nou juist zo fijn los lopen. Los en toch in de buurt.

Hij is zo’n hond die de hele tijd omkijkt of zelfs terug komt dansen om te zien of ik er nog wel ben. Als hij dat doet, stop ik hem iets lekkers in zijn enorme bek. Dansen. Dat doet hij. Niet in huis, binnen is hij een hond die uit zijn krachten gegroeid is. Alles gaat moeizaam en schokkerig. Gaan zitten, gaan liggen, weer overeind komen. Het is een rotgezicht en het doet je beseffen dat honden gemaakte dieren zijn. Gefokt op het soort werk dat voor ze bedacht is. Deense doggen zijn gefokt voor de jacht op zwijnen, beren en grote herten.

Moeilijk voor te stellen

Als je Elvis ziet dansen door het bos, is dat moeilijk voor te stellen, en uitgerekend bij een pad dat ’s nachts door everzwijnen wordt omgewoeld, loopt hij door alsof zijn neus bloedt. Ik las ergens dat die doggen tijdens de jacht beschermende kleding droegen en dat was geen overbodige luxe als je ziet hoe Elvis na een tocht door het bos thuiskomt: vol schrammen en butsen. Gevoelig huidje.

Als ik ’s ochtends beneden kom, staat hij overdreven luid gapend al met zijn staartje te zwaaien. Dolblij met een levend wezen. In de avond duwt hij graag zijn enorme kop tegen me aan. Dan heeft hij behoefte aan bevestiging en liefde.

Welk dier

Een lezeres vroeg me of ik nou eens wilde laten weten welk dier - dat ik maar steeds aanduidde als ‘onbekend dier’ - er op mijn zoldertje zat. Sinds gisteren weet ik het min of meer. Ik kwam met Elvis achter het huis, nét op het moment dat een kat van onder het dak kwam. Die wist niet hoe snel hij zich om moest draaien, maar hij kwam daarbij vermoed ik vast te zitten, want die kont en ene achterpoot verdwenen maar niet opnieuw onder het dak. Ik zag alleen het terugvluchten. En aan die ene achterpoot meende ik Felix, de kater van Klaus en Monika, te herkennen.

Toen ik kort daarop koffie dronk bij Klaus en Monika, bekeek ik de achterkant van Felix nog eens goed. Ik twijfelde. Hij wordt elke avond buiten de deur gezet en na een rondje jagen gaat meneer dus schijnbaar op mijn zolder slapen. “Maar snurkt Felix wel-eens?” vroeg ik. Nee, Klaus en Monika hadden Felix nog nooit horen snurken. Mijn tot nu toe onbekende dier heeft me weleens wakker gehouden met zijn gesnurk. Felix dus. Of is het toch een wilde kat met een kontje dat lijkt op dat van Felix?

Lees hier meer afleveringen van Tuin in de Eifel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden