Een groen buurtbedrijf? Dat vergt een pitbull-mentaliteit

Beeld ANP

Het aantal energiecorporaties loopt op. Het klinkt ook aanlokkelijk: in de straat of regio een eigen groen bedrijf oprichten. Samen, zonder al te veel bemoeienis van buitenaf. Klopt, zeggen ervaringsdeskundigen, maar onderschat het niet. ‘Dit is iets voor echte doorzetters, het is geen hobby.’

Eerst even wat cijfers. Bijna 70.000 Nederlanders zijn nu lid van een lokale energiecorporatie – vaak kleine, maar officiële bedrijven. Zij hebben samen zoveel windmolens en zonnepanelen in bezit dat ze stroom produceren voor liefst 140.000 huishoudens. Twee keer zoveel als nodig is voor de apparaten in hun eigen woningen dus. Daardoor zijn de corporaties ook echte energiebedrijfjes, die energie leveren aan het netwerk.

Aardgasvrij

In 2018 steeg het aantal corporaties met 85 tot 484, turfde HIER Klimaat­bureau, dat burgers en bedrijven adviseert bij investeringen die goed zijn voor het klimaat. De corporaties waarin burgers samen een energiebedrijfje runnen, zijn in alle provincies te vinden. De meeste zijn er in Noord-Holland (77 stuks) en Gelderland (66). “Energiecorporaties komen steeds weer met verrassende, nieuwe ideeën”, zegt HIER. De meest experimentele initiatieven richten zich op autodelen, opslag van groene energie en zelfs handel op de professionele energiebeurs.

Er zitten heel wat buurtprojecten aan te komen, vooral met windmolens, waardoor HIER nu al een verdubbeling van de lokale energieproductie voorspelt. Er zijn ook corporaties die op eigen houtje beginnen met de productie van biogas of schone warmte, om aardgasvrij te worden. In zeventien Nederlandse wijken kijken bewoners ernaar. Begint het te kriebelen om ook eens te kijken naar een eigen corporatie? Een handleiding in vier stappen, op basis van ervaringen uit de praktijk.

1. Bedenk: is een corporatie nodig? 

Dat is echt niet vanzelfsprekend, als je een duurzaam buurtinitiatief wil beginnen. “Een corporatie richt je op om langdurig economisch actief te worden”, zegt Katrien Prins, expert en adviseur bij HIER. Stel, je wil met wat buren samen zonnepanelen inkopen, of isolatie voor je huis, dan kan dat prima zonder corporatie. Bij het opzetten van een buurttuin is simpele, onderlinge samenwerking vaak ook genoeg. Bovendien, zegt Prins, bestaat de kans dat er al een initiatief of corporatie in de buurt is of komt. “Zorg dat je weet wat er speelt. Loopt er al een initiatief in de buurt, of het nu over kunst of de buurtborrel gaat, dan zit daar al kennis. Wil je met de buren iets nieuws beginnen voor duurzaam, kan het nooit kwaad om daar je licht op te steken. Zoek samenwerking, voorkom dubbel werk.”

Een corporatie is een serieuze, juridische entiteit, zegt Prins. Je moet inschrijven bij de Kamer van Koophandel, en voldoen aan bedrijfsregels. “Als je met de regio windmolens wil plaatsen of veel zonnepanelen, is dat wel nodig.” Met vrijwilligers kom je een eind, als ze het enthousiasme hebben om er tijd en moeite in te steken. Een groep van gedreven doorzetters is daartoe bereid, zegt Prins. Wie weet waar hij of zij aan begint kan erg succesvol zijn.

2. Maak een gedegen plan

Alleen als het plan serieus genoeg is – voor een lokaal bedrijf met zonnepanelen, windmolens of schone warmtebronnen – kies dan voor een corporatie. “Trek dan wel direct aan de bel bij de gemeente, en de energienetbeheerder”, zegt Wanka Lelieveld. In de Benedenbuurt van Wageningen werkt hij met wijkbewoners aan een plan om aardgasvrij te worden, een initiatief dat dit jaar het Lokaaltje won, de aanmoedigingsprijs van de Trouw Duurzame 100. “Om te starten moet je, het liefst samen met wat gelijkgestemden, een goed plan schrijven. Het blijft overzichtelijk als de meest gedreven groep het voortouw neemt, zegt hij. “Let er wel op dat je iedereen op de hoogte houdt. Dat kan op een buurtfeest, maar ook via een mailinglijst. Dan is het zaak dat bekend is welke bestaande plannen er al liggen voor de buurt.” 

Lelieveld ontdekte zelf, in gesprek met Wageningen, dat het riool aan vervanging toe is – een uitgelezen kans om een schoon energienet aan te leggen. “Zo kun je samen optrekken.” Het kan ook zijn, zegt Lelieveld, dat de gemeente juist níet direct staat te juichen. “Dan weet je dat. Een sterk inhoudelijk plan kan hopelijk overtuigen.” Niet alles hoeft tot in de puntjes uitgewerkt te zijn, aldus Lelieveld. Liever niet zelfs, want het is goed als er ruimte blijft voor aanpassingen, in overleg. Maar het is wel zo handig als belangrijke opties, voor techniek en geld, bekend zijn.

3. Betrek de buurt bij het initiatief

Zodra de hoofdlijn van het initiatief op papier staat is het handig de buurt erbij te betrekken, zegt Joost Brinkman, een van de initiatiefnemers van Rijne Energie in de regio Utrecht. Die corporatie is afgelopen maand net gestart, maar heeft de eerste ledenvergadering er al op zitten. Zo’n 100 mensen willen al meedoen, met het plan voor een zogenoemd energielandschap, met zonnepanelen en windmolens in de regio. “Het spreekt aan, omdat we kunnen laten zien dat de corporatie er echt voor de omgeving wil zijn”, zegt Brinkman, zelf werkzaam met innovaties en energie. De baten van de energieopbrengst wil de corporatie lokaal besteden. Weerstand van regiobewoners, die tegen windmolens en zonneweides zijn, is er ook al. “Maar als ons plan genoeg gaat leven in wijken rond Utrecht, IJsselstein en Nieuwegein kan het een succes worden.”

De gemeente moet nog wel akkoord gaan. Daarom wil Rijne Energie aantonen dat er genoeg draagvlak is. Wat kan helpen, zegt Brinkman, is dat de windmolens en zonnepanelen er eerder komen dan nieuwbouw die in de regio gepland staat. “Dan weten mensen die er komen wonen hoe het energielandschap eruitziet. Dat voorkomt dat er weerstand is van bewoners die overlast vrezen.” Dat is een les die is opgestoken bij Energie-U. Die corporatie wilde ook windmolens bouwen, bij industrieterrein Lage Weide, maar de bewoners werden daar zo ongerust over dat de gemeente de stekker uit het plan trok. Ook als alles op rolletjes loopt kan het enkele jaren gaan duren voor het ‘energielandschap’ er is, zegt Brinkman. Er moet een milieueffectrapportage komen, en het project moet door procedures heen.

4. Onthoud: taaie kost hoort erbij 

Wat begint met een sprankelend idee, ­levert ook rompslomp op. “Dat wordt weleens onderschat”, zegt Brendan de Graaf. Hij kan het weten, want hij was een van de pioniers die aan de gang ging met een lokale energiecorporatie. Bijna tien jaar terug al, op de Wadden, met Texel Energie, waarmee hij doordrong tot de Trouw Duurzame 100. Daarna ondersteunde De Graaf andere corporaties en hij schreef een boek over de beste aanpak bij corporaties.

“Het is serious business”, zegt hij. “Het is belangrijk dat er mensen bij betrokken zijn die kennis hebben van techniek en financiering.” Vandaar dat veel buurtcorporaties toch nog in zee gaan met een ander energiebedrijf, zoals Greenchoice, dat zich toelegt op lokale ondersteuning. Of ze kopen de diensten in, of haken aan bij een koepelclub voor lokale energieprojecten, zoals OM Energie of Energie van Ons. “Je hoeft niet altijd zelf het wiel uit te vinden, voor de organisatie en financiering”, aldus De Graaf. Als een corporatie eenmaal bestaat, is het project niet af. Dan begint het eigenlijk pas. “Dit is iets voor echte doorzetters, het is geen hobby.” Er komt boekhouding bij kijken en bestuur.

De Graaf, nog altijd actief in duurzame energiesystemen, juicht het toe als burgers zelf een corporatie beginnen. “Neem het wel serieus, ik heb het soms faliekant zien mislopen”, zegt hij. Ja, een corporatie is er om de eigen boontjes te doppen met energie. Maar het idee dat iedereen over alles kan meepraten is volgens hem een idylle. “Ik vergelijk dat met de veerboot bij Texel, die ook in corporatie opereert. Wanneer je leden over alles laat meebeslissen dan zou die boot alle kleuren van de regenboog hebben en honderd soorten stoelen. Maar om een corporatie gezond perspectief te bieden moet je wel iemand hebben die belangrijke knopen doorhakt. Een les: degene die met het top­idee voor een corporatie komt, is niet altijd de ideale bestuurder.”

Lees ook: 

Wie is aangesloten op een warmtenet kan straks ook voor groene energie kiezen

Ook een huis dat is aangesloten op een warmtenet kan straks worden verwarmd met schone energie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden