null Beeld Alamy Stock Photo
Beeld Alamy Stock Photo

Jelles WeekdierPaardenmossel

Een dode paardenmossel is als een piepklein scheepswrak

De Noordzee oogt als een eindeloze watervlakte waar (afgezien van windmolens en schepen) weinig te zien valt. Dat geldt eigenlijk voor alle zeeën; de werkelijke bezienswaardigheden bevinden zich onder de zilverig glinsterende golven. Vissen en inktvissen, garnalen en schelpen, wieren en koralen – staand op het strand of op het dek van een schip zie je er allemaal niets van.

Dat is vast ook de reden waarom we eerder ­geneigd zijn om een bos of een grasland als een natuurgebied te herkennen, terwijl in feite de Noordzee qua oppervlak ons grootste natuur­gebied is.

Twintigduizend jaar geleden was de Noordzee nog goeddeels droog, het strand zat ergens tussen Noorwegen en Schotland. Er liepen rivieren doorheen zoals de verlengde Theems, Rijn en ­Elbe en er waren heuvels à la de Utrechtse Heuvelrug die het landschap reliëf gaven. Er leefden mammoeten, neushoorns, elanden, herten, oerrunderen en wolven en af en toe een mens.

De muizen die waren achtergebleven, hadden pech

Toen begonnen de ijskappen te smelten, de streek liep langzaam onder water. Als laatste verzonk het heuvelland dat tegenwoordig Doggersbank wordt genoemd onder de golven. De dieren die er leefden, hadden zich teruggetrokken en de muizen die waren achtergebleven, hadden pech. Hun habitat werd overgenomen door de krabben en de vissen.

En de vissers. De ondiepe Doggersbank, zo meldt de website van Ark Natuurontwikkeling, is door intensief gebruik grotendeels veranderd in een kale zandvlakte met lege schelpen.

Alleen bij scheepswrakken wemelt het leven nog. Dat komt simpelweg omdat het voor veel soorten eenvoudiger is om zich te vestigen op een harde ondergrond dan op los zand. Koralen, zeepokken, zeeanemonen, oesters, mosselen en 1001 andere levensvormen hebben een hard substraat nodig. Waar de bodem grotendeels uit zand bestaat, kan een scheepswrak tot dat doel dienen.

Onderzoekers en een filmploeg verbaasden zich over de rijkdom aan levensvormen die op de Doggersbank voorkomen. Zachte koralen ofwel dodemansduim, grote Noordzeekrabben en kreeften, ‘joekels’ van kabeljauwen, en zelfs een octopus. En diverse schelpsoorten, waaronder de paardenmossel.

Ze blijven op hun plaats zoals een tent met scheerlijnen

Paardenmossels (Modiolus modiolus) zijn nauw verwant aan de bekende consumptiemossel; beide soorten behoren tot dezelfde familie, de Mytilidae, maar ze worden veel groter. Paardenmossels kunnen wel 17 centimeter lang worden en in uitzonderlijke gevallen zelfs meer dan 20 centimeter.

De schelp is dik en bol en de top is iets minder puntig dan die van de gewone mossel. Paardenmossels leven ook in dieper water; hun voorkeursdiepte ligt tussen 30 en 60 meter, maar zelfs op 200 meter diepte komen ze voor. Net als de gewone mossel hechten ze zich aan hun ondergrond vast met zogenoemde byssusdraden, die de dieren op hun plek houden als waren het de scheerlijnen van een tent.

Doordat ze zo groot worden en met meerdere exemplaren opeenzitten, vormen ze kleine riffen, zoals ook de invasieve Japanse oesters dat in de Oosterschelde doen.

Biologen die zich om het ecosysteem van de Doggersbank bekommeren, hopen met paardenmossels nieuwe habitats te creëren. Mandjes met paardenmossels worden uitgezet om riffen te laten ontstaan waarop zich vervolgens een ­hele levensgemeenschap kan ontwikkelen. Een dode paardenmossel is eigenlijk een piepklein scheepswrak.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden