Jelle's weekdier

Een bananenspin in je schoen: beetje pijnlijk

De bananenspin (Heteropoda venatoria) vangt ander gedierte dat nog minder geliefd is, tot schorpioenen aan toe. Beeld COLOURBOX

Waarschuwing vooraf: mensen met een ernstige vorm van spinnenvrees moeten deze week het weekdier overslaan. Indien u aan een milde vorm van zulke arachnofobie lijdt, kunt u proberen deze column in het kader van uw gedragsconditionering toch te lezen, om daarbij te ontdekken dat het lezen over een spin geen kwaad kan. Zelfs als dat over de bananenspin gaat.

Deze soort, in wetenschappelijk Latijn Heteropoda venatoria geheten, komt van nature voor in de tropen: in het oorsprongsgebied in Oost-Azië, alsmede in Australië en Zuid- en Midden-Amerika. Op andere meer subtropische plaatsen zoals de zuidelijke staten van de VS is de spin als exoot geïntroduceerd geraakt. De naam bananenspin heeft hij te danken aan het feit dat hier af en toe een exemplaar wordt aangetroffen in een scheepslading uit Zuid- of Midden-Amerika afkomstige bananen. Bijgevolg worden ook in ons land soms levende bananenspinnen aangetroffen, niet alleen in de haven van Rotterdam, maar ook elders in het land. 

Het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam heeft één exemplaar in de collectie, dat op 24 september 2013 in Enschede werd verzameld. Grote broer Naturalis bezit 87 exemplaren, die meestal uit de tropen afkomstig zijn, maar soms ook uit Nederland, bijvoorbeeld eentje die in 1960 in Heerlen werd aangetroffen. De website Waarneming.nl geeft geen vermeldingen, waaruit maar blijkt dat ze slechts zeer zelden voorkomen. Een koude winter overleven ze niet. Laat dat de spinnenvrezers tot geruststelling strekken.

Hinderlijk gedierte

Toch wordt de bananenspin in andere delen van de wereld wel gekoesterd, zelfs in huis. Hij vangt namelijk ander gedierte dat nog minder geliefd is en wordt daarom in het Engels wel huntsman spider genoemd. Hij eet allerhande door ons als schadelijk of hinderlijk beschouwd gedierte, tot zelfs schorpioenen. Nu hebben we hier van schorpioenen meestal geen last, maar onze inheemse binnenspinnen (zoals de trilspin Pholcus phalangioides, de huissspin Eratigena atrica en de getijgerde lijmspuiter Scytodes thoracica) ontfermen zich met graagte over andere ongewenste medebewoners zoals vliegen, muggen, zilvervisjes, papiervisjes en stofluizen. Het verdient daarom aanbeveling om spinnen in huis te tolereren, hoewel ik me kan voorstellen dat men daarvoor bij de nogal forse en zwarte huisspin enige schroom moet overwinnen.

Acht lange poten

De bananenspin zelf bestaat voornamelijk uit poten. Het platte bruine lijf is met maximaal 2,5 centimeter lengte weliswaar ook fors aan de maat, maar daar steken dan acht poten uit die het geheel een diameter van wel 12 tot 13 centimeter kunnen verschaffen. Dat is ongeveer de maat van het uitgespreide handje van een achtjarig kind. Ik kan me levendig voorstellen dat je zoiets liever niet door de slaapkamer ziet wandelen. 

De bananenspin is niet buitengewoon harig, en heeft ook niet zulke dikke poten en lijf als de bekende vogelspin, die er daarmee angstaanjagender uit kan zien – en dat misschien ook wel is. Een bananenspin bijt een mens slechts in geval van nood, bijvoorbeeld wanneer er één in een schoen klem komt te zitten. De beet is een beetje pijnlijk en kan een lichte zwelling veroorzaken, maar je gaat er niet aan dood. Ook deze mededeling dient ter geruststelling.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt. Lees hier eerdere afleveringen van Jelle’s Weekdier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden