Jelle's weekdier Het geplette insect

Een alarmerend voorruitfenomeen

Jelle's nummerbord na 3500 kilometer rijden. Beeld Jelle Reumer

Afgelopen voorzomer heb ik ruim vier weken door Frankrijk gereisd met auto, tent en een kist boeken, via Maas en Rhône naar de Aveyron en de Bouches-du-Rhône en via de Bourgogne weer omhoog. Je hebt het niet zo snel in de gaten, maar na afloop stond er ongeveer 3500 kilometer op de teller. Wat je ook niet onmiddellijk opmerkt, is het verschijnsel dat bekend is komen te staan als het windshield phenomenon, oftewel het voorruitfenomeen.

En een fenomeen is het! Drieënhalfduizend kilometer door een zomers Europa rijden en na afloop zegge en schrijve slechts drie geplette insectjes op de voorkant van de auto aantreffen, is toch wel een bijzonder en alarmerend verschijnsel. De foto toont de slachtoffertjes op mijn nummerplaat: boven de H en naast de 2 twee kleine motjes, nachtvlinders van de orde Lepidoptera, en schuin boven de 2 één zweefvliegje, een lid van de familie Syrphidae van de tweevleugeligen of Diptera. Er zitten verspreid nog wat minuscule andere restjes, klein grut met de maat van knutjes, maar insecten die je met het blote oog kunt zien, dat waren er maar drie.

Ooit moest de automobilist om de haverklap bij een benzinepomp stoppen om de voorruit te reinigen. Pompstations hadden voor dat doel emmers water klaarstaan, met een harde spons en rubber trekker aan een steel. Das war einmal. Het is nog maar hoogst zelden dat je al rijdend opschrikt van een harde tik en een vieze spetter. In de VS is ooit onder de titel ‘That Gunk on Your Car. A Unique Guide to Insects of North America’ een gidsje verschenen waarmee de aldus vermorzelde geleedpotigen kunnen worden gedetermineerd. Een vergelijkbaar werkje voor Europa lijkt overbodig geworden. De humor is er intussen ook wel af.

Die hakken moeten echt uit het zand!

In 2017 verscheen in Science een artikel van Duitse en Nederlandse entomologen over de ­teloorgang van de insecten in een Duits natuurgebied, de Orbroicher Bruch, niet ver over de Nederlandse grens. Tussen 1989 en 2013 bleek de biomassa van insecten er met 78 procent afgenomen. In 24 jaar tijd was dus driekwart van de insecten verdwenen! 

Onlangs verscheen een vergelijkbaar artikel over insecten in Engeland. Ook daar werd een dramatische afname geconstateerd. En juist deze week werd in het tijdschrift Insect Conservation and Diversity een vergelijkbaar onderzoek gepubliceerd over de insectenafname in natuurgebieden bij Tilburg en Wijster. Ook hier blijkt een dramatische teloorgang. Afhankelijk van de insecten­orde werden afnames tussen 3,8 en 9,2 procent ­gemeten. Per jaar! Wantsen lijken stabiel te blijven, een schrale troost. En dan hebben we het nog niet over vergelijkbare ellende bij andere diergroepen. Zo werd onlangs gemeld dat er in Noord-Amerika miljarden vogels minder leven dan enkele ­decennia geleden.

Alles in de natuur grijpt in elkaar: van de achteruitgang van planten, insecten en vogels (die weer van die insecten moeten leven), de verzuring en verdroging van natuurgebieden, de enorme stikstofdepositie, het spuiten met neonicotinoïden en glyfosaat, tot de vele menselijke hakken in het zand. Om met dat laatste te beginnen: die hakken moeten echt uit het zand!

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden