Ecoloog Alex Wieland.

ReportageNatuurterrein

Ecoloog Alex Wieland heeft de ideale locatie gevonden voor nieuwe natuur: het industrieterrein

Ecoloog Alex Wieland.Beeld Arie Kievit

Een industrieterrein is een ideale locatie voor nieuwe natuur, zegt ecoloog Alex Wieland. Dat het er voor dieren en planten goed toeven is, laat hij zien tussen de rokende fabriekspijpen in Terneuzen.

Plots kijkt ecoloog Alex Wieland (47) beteuterd. “Eigenlijk zou ik nu op groene safari zijn”, zegt hij. “Afgeblazen. Door corona, hè”, zegt hij met Zeeuwse tongval. Die ‘groene safari’ die hij misloopt gaat niet over een verre reis, naar Afrika of Azië. Het zou een educatieve groepstoer zijn, over een industrieterrein ten zuiden van Terneuzen. Hier zou Wieland ambtenaren, natuurontwikkelaars en ondernemers op sleeptouw nemen, om ze iets bijzonders te tonen. Broedende vogels, unieke insecten, jagende vleermuizen en bloemrijke velden, waar patrijzen en fazanten doorheen scharrelen. En dat allemaal tussen rokende schoorstenen en betonnen fabrieksloodsen in.

Wieland loopt een drassig stuk weiland op, bij industrieterrein De Groene Knoop vlakbij een blauw-witte fabriekssilo in Terneuzen. Hij haalt zijn verrekijker tevoorschijn en loert over een brede poel naar een steile zandberg. Vandaar klinkt er gekwetter. “Kijk maar eens goed”, zegt de ecoloog. In de zandberg zitten allemaal gaten, waar vogels in en uitvliegen. Oeverzwaluwen zijn het. Er zoeft meer door de lucht. “Daar schiet een witgatje voorbij.”

Grootste broedkolonie van Nederland

Deze locatie is speciaal aangelegd voor de oeverzwaluwen, die hier nu met honderden vertoeven. Ze hebben een hol, van een meter diep maar liefst, in de zandberg gemaakt. De jonkies zijn net uit hun ei. “Zie je, daar gaat er een voor de eerste vliegles”, zegt Wieland opgetogen. Oeverzwaluwen zaten er altijd wel een beetje in dit gebied, vertelt hij. “Het probleem was: ze kropen in gestort bouwzand naast fabrieken. Daar moest natuurlijk in gegraven worden.” Dat verstoorde niet alleen de vogels. De bedrijven moesten vanwege natuurbeschermingsregels werkzaamheden tijdelijk staken. De kunstmatige zandwal met oever bleek dé oplossing, met de grootste broedkolonie van oeverzwaluwen in Nederland als resultaat.

De zandberg vol gaten waar honderden oeverzwaluwen broeden.Beeld Arie Kievit

“Succes heeft vele vaders”, zegt Wieland. Maar toch: hij speelde een sleutelrol in het project ‘Biodiversiteit op bedrijventerreinen’. “Ik was de werkpakkettrekker”, zegt hij met gepaste trots. Projectleider dus. In die rol was hij maar wat druk met ‘2BConnect’, het gesubsidieerd project om natuur aan te leggen bij industrie. Behalve in Zeeland deden bedrijfsterreinen in Limburg en Brabant mee, en in Noord-België. “Knoop dat aan elkaar en je hebt een nieuw soort natuurnetwerk”, zegt Wieland. Natuur vooruit helpen zou op veel meer locaties bij Nederlandse bedrijventerreinen kunnen. Daar is de ruimte die nodig is om dieren en planten die elders in de knel zijn geraakt op adem te laten komen, en zich te laten verspreiden.

Een noodreserve water als ideale natuurlocatie

Wieland stapt in zijn witte busje en rijdt naar de fabriek van chemiebedrijf Dow, even verderop. Zo wordt het toch nog een ‘groene safari’, een exclusieve editie met alleen Trouw erbij. Wieland stapt uit langs de weg, waar vrachtwagens voorbij denderen richting fabrieken. Naast Dow ligt een flinke plas, gevuld met een noodreserve aan water, om te blussen of koelen. “Daar gebeurt normaal niets mee.” Dus heeft Wieland er een drijvend broedeiland in geplaatst. Daar zit het vol met visdiefjes. Hij bewondert ze door zijn kijker. “Superieur dit”, zegt hij. Tachtig visdieven telt hij. Zwartkopmeeuwen zitten er ook tussen. Ze vliegen langs, richting zee, om een hapje te gaan eten. “Zie je hoe ideaal zo’n locatie is?” Dat kan in Groningen ook, zegt Wieland. “Wat zeg ik? We kunnen natuurherstel uitrollen in alle bedrijfsterreinen van Nederland.”

Beeld Arie Kievit

Bedrijven werken graag mee, is zijn ervaring. Ze willen grond en water best ter beschikking stellen, om vogels en planten een plek te bieden. Dat gebruiken ze ook voor PR zoals reclamefolders, maar daar ziet Wieland geen kwaad in. “De bereidheid om mee te werken aan natuurherstel is er.” Dat levert medewerkers van fabrieken zelf een groene plek op, voor een ommetje in de pauze. Wel willen bedrijven soms vastleggen dat ze ooit, op termijn, nog mogen bouwen en werken op terrein dat ze vrijgeven voor natuur. “Tijdelijke natuur is ook mooi”, zegt Wieland. Maar, benadrukt hij, alleen als neergestreken dieren eventueel kunnen verkassen, naar natuur verderop. “We willen natuurlijk geen groene val creëren.” De eis is: natuur moet er minimaal één jaar zijn. Liever langer, of permanent.

Ruil prikkeldraad in voor een heg

Op weg naar de volgende stop wijst Wieland vanuit zijn busje op een tankstation van Tamoil. “Die gaan mogelijk ook meedoen.” Ze kunnen vleermuiskasten ophangen, en insectenhotels. Alle beetje helpen, vindt de ecoloog. Wat ook helpt is als bedrijven die grasranden langs hun terrein minder vaak snoeien. Of liever nog, er een mooie bloemenmix inzaaien. Wieland: “Dat kost je weinig, het staat geweldig.”

Ook door prikkeldraad in te ruilen voor een heg kunnen bedrijven zoogdieren enorm helpen, zegt hij. Met één gebouw op het bedrijvencomplex weet Wieland weinig raad: de kale, schuine vestiging van een indoor skibaan. “Het lelijkste gebouw van Zeeland”, vindt Wieland. Toch hoopt hij ook daar kasten te installeren voor de gierzwaluw, of een stukje groen dak. “Altijd denken in kansen en niet in problemen”, praat hij zichzelf moed in als hij de asgrauwe skihal bekijkt.

Ecoloog Alex Wieland.Beeld Arie Kievit

Aangekomen bij de gigantische, rokende schoorstenen van kunstmestfabriek Yara laat Wieland zien welke natuurpracht is verschenen op een voormalig kaal akkerveld. Uit een aangelegde poel in het veld stijgt geluid op, gekwetter en gekwaak. “De rugstreeppad”, hoort Wieland direct. De oeverlibel en de greppelsprinkhaan zijn hier ook blij mee, denkt hij. Om de poel heen bloeien klaprozen en kamille in een bonte bloemenmix. Vlinders fladderen er, libellen zoeven. “Dit ontstaat als je geduld hebt.” Dat mist Wieland soms bij bedrijven. Fabrieksbazen zijn geen natuurfanaten, zij verwachten soms bijna dat een natuurproject kant en klaar opgeleverd  wordt. “Ik zal nooit vergeten dat een directeur al snel na de aanplant van jong groen tegen me zei: het is totaal mislukt. Een jaar later was het één grote bloemenzee.”

Uilenkast

Bij een grauwe hal, een gemeentelijk afvalstation op het industrieterrein, laat Wieland een uilenkast zien. Er is geen uil te zien of horen, maar het houten hok in de nok van de loods is zeker gebruikt. Een verticaal spoor vogelpoep op de muur bewijst dat. “Een kerkuil zit erin”, weet Wieland. “Wat handig is voor het bedrijfsterrein: die uil helpt bij de rattenbestrijding.” Ook vleermuizen kunnen vrij simpel een huis krijgen op een industrielocatie door de plaatsing van een kast. “Daardoor hebben we hier vlakbij nu vier grootoorvleermuizen zitten, en een baardvleermuis.” Voor een kolonie watervleermuizen wil Wieland ook kasten gaan ophangen, in bomen naast een poel. Daar komen ze nu al insecten eten, maar ze moeten eerst een eind vliegen. Wieland weet dat precies. Hij volgt de de dieren met zijn ‘bat detector’, een kastje dat hun signalen opvangt.

Ook nog op zijn wensenlijst: het plaatsen van marterkasten. Die dieren heeft hij al gespot en die kunnen best een hok gebruiken op het industrieterrein, vindt de natuuradviseur. Overal waar Wieland kijkt ziet hij mogelijkheden, om tussen de schoorstenen, gasbuizen en silo’s de natuur te helpen. “Daar”, wijst hij. “Een geweldige plek om een permanente zandhoop te storten, voor de graafbij.”

 Online debat over soortenrijkdom

Trouw en Pakhuis de Zwijger organiseren woensdag 1 juli om 18.30 de livecast ‘Red de rijkdom’. Dit debat in de reeks Duurzame 100 gaat over het beschermen van bedreigde planten en dieren in Nederland. De gasten zijn: Paul van Wielink van Insecten Tellen (nummer 73 in lijst), Wilfred Reinold van Stop invasieve exoten (nummer 63), Franke van der Laan van M.E.E.R Groen (nummer 21). 

Verder doen mee: Hoogleraar Ecologie Louise Vet (WUR), jurylid van de Duurzame 100 (zelf nummer één in 2018) en hoogleraar Ecologie Han Olff (Rijksuniversiteit Groningen). U kunt via het scherm meeluisteren en praten, aanmelden via www.dezwijger.nl.

Lees ook: 

Nederland moet meer doen om de diversiteit van planten en dieren te behouden

Honderd milieuwetenschappers die hebben gestudeerd aan de Universiteit van Cambridge vinden dat landen veel sneller grote stappen moeten maken om het verlies aan soorten dieren en planten te beteugelen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden