Duurzame 100 Nummer 24

Ecologisch bouwen, juist in vol Nederland

Marleen Kaptein in haar wijk EVA-Lanxmeer. Beeld Patrick Post

De eerste grootschalige ecologische wijk van Nederland, EVA Lanxmeer in Culemborg, geldt als duurzaam voorbeeld. Juist nu Nederland kampt met klimaatproblemen, verdient deze manier van bouwen navolging, vindt grondlegger Marleen Kaptein. De wijk staat op 24 in de Duurzame 100.

Over smalle laantjes en kruipdoor-sluipdoorpaadjes gaat de wandeling door de wijk. Langs fruit­bomen, heggetjes, zonnebloemen, door houten hekken, onder priëlen, voorbij kruidentuinen. Op open plekken staan picknickbanken, is een zandbak aangelegd of een glijbaan in een heuveltje gegraven. Marleen Kaptein loopt met gezwinde pas door de wijk EVA Lanxmeer in Culemborg en laat het allemaal zien.

Het is een gewone buurt, vlakbij het station, maar toch ook weer niet. De straten zijn smal, achter de huizen is het een groene oase. Schuttingen zijn er niet, de tuinen lopen over in de publieke ruimte. Auto’s staan aan de rand van de wijk geparkeerd, middenin ligt een waterwingebied, er is een stadsboerderij. Maar de ­samenstelling is ‘gewoon’: apparte­­menten en huizen, sociale huur en koop, klein en groot, een buurt van 340 woningen, scholen en ­enkele bedrijfsgebouwen.

De wijk geldt in Nederland en daar buiten als hét voorbeeld van ecologisch wonen met veel zeggenschap van de bewoners. Kaptein, grondlegger van de wijk, leidde al vele dele­gaties rond. Ze wees de weg aan groepen uit Nederland, Europa, tot aan China en de VS, ­architecten, ambtenaren, politici, studenten en promovendi. Het verhaal van EVA Lanxmeer beslaat inmiddels de hele tweede verdieping van Kapteins houtskeletwoning. Daar ligt het archief: vele documenten, boeken en rapporten beschrijven de geschiedenis van de wijk.

Toneelhoedenmaker

Die begint eind jaren tachtig, als Kaptein (75) geïnteresseerd raakt in bouwen met oog voor mens en natuur. Daarvoor werkte ze twintig jaar als freelance toneelhoedenmaker voor alle Nederlandse toneel- en balletgezelschappen. Een opleiding binnenhuisarchitectuur in de avonduren en een geslaagde verbouwing brachten haar in andere werelden. Als medewerker bij de Delftse faculteit bouwkunde, kwam ze vervolgens in aanraking met alle ideeën en ­projecten op het gebied van duurzaam en ecologisch bouwen die toen in opkomst waren.

Beeld Patrick Post

In 1993 formuleerde Kaptein de eerste ideeën voor een woonwijk volgens ecologische principes, het zogeheten EVA-concept. Een veelomvattende benadering: het gaat niet ­alleen om de huizen zelf, ook de waterhuis­houding, energie- en voedselvoorziening en de sociale cohesie zijn belangrijk. Een wijk func­tionerend als een ecosysteem in de natuur, ­divers en veerkrachtig. Het plan werd uitgewerkt met experts uit haar netwerk, het zoeken was daarna naar een geschikte plaats. “Dat was verrassend gemakkelijk”, vertelt Kaptein. “Culemborg bleek enthousiast en had ruimte. De directeur stadsontwikkeling had van het plan gehoord. Hij herkende de duurzame ­ambities van de gemeente en er was een perfecte locatie beschikbaar. De provincie steunde het ook en gaf toestemming voor de bouw van aanvankelijk tweehonderd woningen.”

Die omvang was nieuw voor Nederland. “De bouw van enorme Vinexwijken door reguliere projectontwikkelaars, bedoeld om duurzaamheid ‘op de kaart te zetten’, was net begonnen en vormde een nieuwe bouwpraktijk in Nederland”, schetst Kaptein de achtergrond. “Al snel bleek echter dat de grote winsten die hier ­werden gemaakt, ten koste gingen van de duurzame ambities.” Daarnaast ontstonden er wel projecten voor ecowijken, maar met hooguit enkele tientallen huizen.

Grote rol gemeente

“De grootste winst van ecologisch bouwen zit juist in de infrastructuur. Een grotere schaal is daarvoor nodig. Dan kun je de waterhuis­houding regelen, een stadsboerderij voor lokaal voedsel meenemen, de energievoorziening integreren.” Hoewel nieuw, durfde de gemeente Culemborg het experiment aan. “De gemeente heeft een grote en unieke rol gespeeld in de ontwikkeling van de wijk. Er is geen projectontwikkelaar bij betrokken geweest. Onge­bruikelijk, maar dat heeft heel goed uitgepakt. Daardoor bleef er veel meer geld over om in duurzaamheid en het groen te investeren.”

Neem de waterhuishouding. Er zijn twee rietvelden met helofytenfilters die het huishoudelijke ‘grijze’ afvalwater zuiveren. Alleen het ‘zwarte’ toiletwater gaat naar het riool. ­Wadi’s, ofwel greppels, voeren het regenwater van de straten af. Vijvers vangen het regenwater van daken op. Middenin de wijk ligt een ­waterwingebied van Vitens. De verwarming voor de huizen draait grotendeels op warmte uit het water. Zo lopen in Kapteins huis buizen door de wanden met lage-temperatuurwarmte. In andere huizen is vloerverwarming. Op de daken liggen zonnepanelen, een deel van de woningen heeft glazen wanden ter isolatie.

Beeld Patrick Post

Net als een ecosysteem, staat de wijk niet stil. Het warmtenet is in 2008 van waterbedrijf Vitens overgenomen door energiebedrijf Thermo Bello, opgericht door de bewonersvereniging. Eerder gebeurde dat met het groen. In stichting Terra Bella ­hebben bewoners sinds 2004 het onderhoud van het publieke gedeelte in de wijk op zich ­genomen.

Rolstoeltoegankelijk

De wijk is stukje bij beetje bebouwd en bestaat deels uit particuliere initiatieven. Het Kwarteel bijvoorbeeld, een halfrond houten appartementencomplex, is een initiatief van een groep ouderen. Alle woningen zijn rolstoeltoegankelijk, er zijn voorzieningen als een gemeenschappelijke ruimte, logeerkamers voor familie en een gedeelde wasserette. Er omheen ligt een prachtig aangelegde, voor iedereen ­toegankelijke tuin waar een inmiddels 80-jarige landschapsarchitecte die in het gebouw woont het ontwerp voor heeft bedacht.

Kaptein had verwacht dat EVA Lanxmeer meer navolging elders in Nederland zou krijgen. “Achteraf is het wel begrijpelijk dat dit niet is gebeurd. De leidende rol van grote projectontwikkelaars in de laatste decennia en de economische crisis die in 2009 uitbrak, hebben daaraan bijgedragen.” Nu ziet ze weer nieuwe kansen voor ecologische wijken. Het Klimaatakkoord van Parijs is getekend, gemeenten zijn veel meer met duurzaamheid bezig. Tegelijk ligt er een enorme bouwopgave voor Nederland, geschat op zo’n miljoen huizen.

Dat de regels voor stikstofuitstoot die doelen nu in de weg zitten, toont alleen maar de noodzaak aan van natuurvriendelijk bouwen, vindt Kaptein. “Dat kan juist de oplossing zijn. De meeste huizen hier zijn lichte houtskeletwoningen, gebouwd op een fundering van schuimbeton. Ze drijven bij wijze van spreke op de grond. Dat is goed voor de bodem, die heeft niet te leiden gehad van zware bouwwerkzaamheden en heipalen. Op de locatie van wijk zat eerst een boer met een maïsveld en grasland. De kwaliteit van het landschap en de biodiversiteit is nu veel hoger dan toen.”

Lees alles over de Duurzame 100 op Trouw.nl/Duurzame100

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden