Duurzaamheid Mode

Duran Lantink maakt van afdankers nieuwe, speelse mode

Beeld Robert Oosterbroek

Duurzaamheid, mode en artistieke vrijheid gaan heel goed samen. Dat laat Duran Lantink zien in het Utrechtse Centraal Museum.

De jongste golf afgestudeerde modeontwerpers is niet meer geïnteresseerd in het opzetten van een eigen modelabel, waarmee ze ‘rijk en beroemd’ willen worden. De glamour-geur van mode is er voor hen wel af. Tijdens hun opleiding zijn ze voortdurend bestookt met indringende ontwerpvragen die passen bij deze tijd. Welke bijdrage ga jij leveren aan de enorm vervuilende kledingindustrie met haar overproductie? Hoe wil jij straks in het modeveld functioneren? Kortom: waar sta je? Ze beseffen terdege dat ze met hun ontwerpvisie verantwoordelijk zijn voor toekomstige modeontwikkelingen.

De afgelopen weken was in de eindexamenpresentaties van de diverse kunst- en mode-opleidingen en tijdens het ‘We make M-ode’-evenement goed zichtbaar dat veel jonge ontwerpers de complexe modeproblematiek aankaarten of duurzame oplossingen bedenken. Veelal gericht op hergebruik of recycling.

Intuïtieve ontwerper

Maar een aanzienlijk deel van deze generatie prille modevormgevers is ‘duurzaamheids-moe’. Niks ontwerpen vanuit maatschappelijke relevantie; ze kiezen voor een persoonlijke emotie en nemen hun ‘particuliere zelf’ als uitgangspunt. Zij zijn zich heus bewust van hun toekomstige rol en verantwoordelijkheden, maar willen zich vrij voelen in hun artistieke focus.

Beeld Jan Hoek

Dat die twee invalshoeken ook heel goed kunnen samengaan, is nu te zien op de zolderetage van het Utrechtse Centraal Museum. Daar krijgt Duran Lantink (31) de ruimte om zijn ideeën over duurzaamheid en kunstenaarschap te presenteren. Lantink is een intuïtieve ontwerper met een sterk gevoel voor de huidige modeontwikkelingen. Zonder belerende vinger of gerichte oplossingen, mixt hij speels onderdelen van bestaande kledingstukken tot nieuwe, unieke en vrolijke vormen.

Ontzamelingsproces

Het liefst gebruikt hij hoogstaande designerstukken. Zonder schroom knipt hij de mouwen uit een Chanel jasje en combineert die met onderdelen van jurken van Lanvin of Marni. Er zijn ook enkele museumschenkingen verwerkt. Modeconservator Ninke Bloemberg: “Dat past in ons ontzamelingsproces. Soms krijg je een halve klerenkast van iemand en daar zitten onderdelen tussen die niet in onze collectie passen en we dus niet opnemen. Het is fijn dat die kleding op deze manier toch een mooie bestemming krijgt.”

Lantink doet aan upcyclen. Dan gaat de kwaliteit van de producten door het hergebruik niet omlaag, maar krijgen ze juist meer waarde. Dat ervaart de expositiebezoeker letterlijk in de eerste museumruimte. Je loopt over ‘neergesmeten’ zwarte kledingstukken en dat voelt nogal ongemakkelijk. Lantink: “De kleren komen van het Leger des Heils, maar zijn best nog goed. Je vertrapt dus de massaproducten en dat doet echt een beetje pijn.” Tussen de zwarte ‘afdankertjes’ stralen zijn vijf kleurrijke ontwerpen een onbegrensd optimisme uit. Is het niet moeilijk om de schaar in die designerskleding te zetten? Lantink: “Ik vind het heerlijk! Ik geef zo’n jasje of jurk een nieuw leven en maak er iets nieuws, iets unieks van. Ik hoop dat mensen daardoor op een andere manier naar kleding gaan kijken.” Op de achtergrond klinkt een knisperend geluid. De ontwerper verwijst daarmee naar grote labels die hun onverkochte stukken verbranden.

Transgender sekswerkers

De ontwerpen van Lantink lijken op collages van lukraak bij elkaar gebrachte fragmenten. Dat is tevens de manier waarop hij ook foto’s te lijf gaat. Zo knipte hij de door fotograaf Ari Versluis en stylist Ellie Uyttenbroek strak geregisseerde foto’s van hun langlopende project ‘Exactitudes’ aan flarden en voegde de stukjes opnieuw samen. De oorspronkelijke afdrukken tonen mensen die er allemaal vrijwel hetzelfde uitzien en passen binnen een specifieke subcultuur. Lantink: “Ik doorbreek graag de kledingcodes van groepen en omarm juist mensen die niet in een hokje te plaatsen zijn.”

Beeld Jan Hoek

Dat wordt extra duidelijk in zijn project ‘Sistaaz of The Castle’. Samen met fotograaf Jan Hoek trok Lantink in Kaapstad langs op straat levende transgender sekswerkers. De ontwerper ontwikkelde voor hen een persoonlijke ‘droom-couture -outfit’. Hoek fotografeerde ze als ware diva’s. Zo droomde de een ervan om een bruid te zijn of te baden in weelde. Een ander is idolaat van Céline Dion, Cleopatra of andere grootheid. Alle droomoutfits zijn uiteraard gemaakt van hergebruikte materialen.

Zachte dood

Het hergebruiken van materialen is zeker niet nieuw. Labels die unica’s maken van anonieme tweedehands kleding, schoten rond 2000 als paddenstoelen uit de grond. En stierven snel een zachte dood. Ze kregen opvolging in een meer persoonlijke benadering. Op festivals en beurzen kun je je eigen oude kleding laten upgraden en zo een tweede leven geven. Op de mondiale catwalks neemt de aandacht voor ‘duurzaamheid door hergebruik’ momenteel sterk toe. De Nederlandse designer Ronald van der Kemp wordt internationaal geprezen vanwege zijn respectvolle materiaalgebruik en zijn kritische houding tegen de dolgedraaide mode-industrie. 

Hij verwerkt bestaande items (zoals afgedankte vlaggen) en ‘old stock’-reststoffen van designercollecties en vormt ze om tot rode-loper-outfits. Onlangs werd hij daarvoor onderscheiden met De Grand Seigneur. Het label ‘Hacked’ van Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum, geeft onverkochte confectiekleding een twist, waardoor het een verrassende uitstraling krijgt. Beide labels ontwerpen kleding om verkocht en gedragen te worden. Bij Lantink speelt dat geen rol; de items balanceren op de rand van mode, kunst en design.

Hebzucht

Lantink probeert bezoekers bewust te maken van de hebzucht naar telkens nieuwe kleding en de schadelijkheid daarvan. Online influencers bevorderen die begeerte met een constante stroom aan nieuwe looks die uitnodigen tot meer kledingconsumptie. Trendwatcher Jan Agelink van Buro Jantrendman bespeurt tendensen die dit misschien kunnen indammen. Agelink: “Laat influencers geen echte kleren laten dragen maar digitale. Op het shop-portal van Carlings (https://digitalcollection.carlings.com/) upload je een geposeerde foto van jezelf en kiest een kledingstuk. 3D-designers van het portal maken dat perfect passend op je digitale foto. Zo lijkt het alsof je het kledingstuk ‘echt’ draagt. Die foto kan je dan via de sociale media delen.” De organisatie van de Stockholm Modeweek beraadt zich trouwens op de duurzaamheid van hun tweejaarlijkse mode-evenement en showt aanstaand seizoen niet. Zou de volgende stap zijn dat toekomstige ontwerpers louter virtueel gaan showen?

Info 

-Nog een tip van Agelink: “Met de digitale winkelhulp ‘save your wardrobe’ kun je checken of een eventuele aankoop wel bij je garderobe past en voorkom je miskopen.”
-Duran Lantink: Old Stock, op de zolderetage van het Centraal Museum in Utrecht, t/m 13 oktober. www.centraalmuseum.nl
-Foto’s van ‘Sistaaz of the Castle’ ook in Tassenmuseum Amsterdam, t/m 1 september. www.tassenmuseum.nl

Lees ook:

Oog in oog staan met een uitgestorven neushoorn? In Kerkrade kan het

De expositie ‘Nature’ in het Limburgse museum Cube is een ode aan de ecologische rijkdom. Bezoekers worden hard geconfronteerd met het verlies aan biodiversiteit. Maar slimme oplossingen om dieren en planten op aarde te beschermen, maken de tentoonstelling toch optimistisch.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden