ReportageNederland op slot

Door het virus neemt vogelen een vlucht. ‘Het is als jagen, maar dan zonder dierenleed’

Vogelaar Dirk-Jan Saaltink bij de Reeuwijkse Plassen.Beeld Emiel Hakkenes

Het land is gesloten. Hoe brengen Nederlanders de lockdown door? Dirk-Jan Saaltink herontdekt het vogelen.

Een waterkoude ochtend bij de Reeuwijkse plassen. Op een modderig pad loopt Dirk-Jan Saaltink. Wandelschoenen aan, verrekijker op de borst, een telescoop met statief op zijn rug. Rechts van ons vrijstaande villa’s, links het water. Duizenden vogels als dansende stipjes op de horizon. “Daarnet hoorde ik een ijsvogel”, zegt Saaltink (40). “Je hebt hier een hoge soortenrijkdom.”

Het is druk. Een parkeerplaats vol auto’s, volop wandelaars op de paden. “En het is niet eens zondag.”

De lockdown drijft mensen de natuur in, boswachters zijn ontstemd over de drukte. Het team van waarneming.nl, de meldingensite van natuurliefhebbers, formuleerde extra gedragsregels voor natuurvorsers: ‘Vermijd drukte, houd 1,5 meter afstand en draag een mondkapje. Wissel geen materiaal uit en gebruik je eigen optiek’. En de Dutch Birding Association, weet Saaltink, meldt vanwege corona geen signaleringen meer van zeldzame vogels, om oploopjes en groepsvorming te voorkomen.

Zelf is hij geen ‘diehard twitcher’, zegt Saaltink, zo iemand die alles uit zijn handen laat vallen bij de melding van een kleine klapekster of een Amerikaanse smient. “In Leiden zat laatst een Siberische tjiftjaf. Die heb ik aan mij voorbij laten gaan.”

Vogelaar Dirk-Jan Saaltink bij de Reeuwijkse Plassen.Beeld Emiel Hakkenes

Maar dat het vogelen vanwege het virus een vlucht neemt, merkt hij wel. “Mijn broer is er nu ook mee begonnen.”

Saaltink vogelt sinds zijn tiende. Hij ging biologie studeren, maar had daarbij meer interesse in apen dan in vogels. Toen zijn idool Frans de Waal geen stage te bieden had, verlegde hij zijn aandacht opnieuw en promoveerde op een onderzoek bij muizen. Het vogelen nam hij weer op toen hij vader werd: de hobby past goed in het gezinsleven omdat je er niet ver voor hoeft te reizen en er niet veel tijd aan kwijt hoeft te zijn. “Vorig jaar heb ik 116 verschillende soorten gezien. Dit jaar zit ik al op 145.”

Boven onze hoofden bromt een vliegtuigje. In de verte ruist de snelweg. Saaltink zet de verrekijker voor zijn ogen en wijst: “Daar zitten twee brilduikers.” En daar, in die rietkraag, zat deze zomer een grote karekiet. “Die had ik nog niet.”

We wandelen naar een kijkscherm, een stalen schutting met op ooghoogte uitsparingen voor de turende mens en zijn cameralens. De plek wordt overduidelijk druk bezocht. Op het drassige pad liggen witte tissues rond een hoop menselijke ontlasting.

Vogelaar Dirk-Jan Saaltink bij de Reeuwijkse Plassen.Beeld Emiel Hakkenes

Ja, zegt Saaltink, sinds de lockdown is hij weer actiever gaan vogelen. Nu hij thuiswerkt heeft hij er meer tijd voor. Zittend aan zijn bureau in de dakkapel ontdekte hij bovendien de vogelrijkdom in zijn tuin.

Het begint te regenen. Saaltink steekt de verrekijker onder zijn jas. Opeens houdt hij zijn pas in. “Kijk daar, een watersnip.”

Watersnip bij de Reeuwijkse Plassen.Beeld Dirk-Jan Saaltink

Vogelen, zegt Saaltink, is een soort jagen. “Maar dan zonder dierenleed.” En dat je ervoor naar buiten moet, is in tijden van gedwongen thuisblijven extra prettig.

Zijn telefoon zoemt. “Ah, mijn broer. Hij ziet nu de grote burgemeester. Dat is een bijzondere meeuw.”

Verslaggever Emiel Hakkenes reist door Nederland en peilt de stemming.

Lees ook:

Sinds de coronacrisis krijgt de gaswinningsellende minder aandacht, maar Bea Blokhuis wil dat het zichtbaar blijft.

Boer Harry Sol zorgt tijdens de lockdown voor Harmke 309, de oudste koe van Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden