Eendenkooi met Kooiker Chris van der Vliet en zijn kooiker hond Gijs.

ReportageNatuurbeheer

Donateurs redden Eendenkooi ’t Zand: ‘Voor je het weet heb je hier weer een woonwijk of distributiecentrum’

Eendenkooi met Kooiker Chris van der Vliet en zijn kooiker hond Gijs.Beeld Maartje Geels

Van de ruim 1100 eendenkooien een paar eeuwen geleden telt Nederland er nog maar 110. Een certificatenactie moet Eendenkooi ’t Zand redden.

Annelies Roon

Een eend eet de eerste weken van zijn leven vooral insecten”, doceert Chris van der Vliet bij eendenkooi ’t Zand in de kop van Noord-Holland. Maar die insecten dus, daar gaat het slecht mee. “Dat komt door spuiten, maaien, lage grondwaterpeilen”, somt Chris van der Vliet op. “En minder insecten betekent ook: minder eenden.” Zoals de meeste eendenkooien heeft dit type ‘roggenei’ de vorm van een vierkant, met smalle uitlopers – de vangpijpen – op elke hoek. Inderdaad precies de vorm van een roggenei, zoals dat wel eens op het strand aanspoelt.

Zelf oogt Van der Vliet, in grijsgroen boswachterstenue, embleem van Landschap Noord-Holland op de borstzak, precies zoals je je een boswachter of kooiker, voorstelt: groot, kalm, baard, hoed, hond. Toch was hij tien jaar geleden nog ICT’er bij defensie. “Daar zat ik echt aan de ramen te krabben: ik wil naar buiten! Toen kwam er een vacature voor boswachter voorbij. Ik beheer, samen met vier collega’s, de regio Kop van Noord-Holland, zo’n beetje het gebied tussen Den Helder en Callantsoog.” Het kooikerswerk komt daar nog eens bij.

Grotere schermen staan als een trechter langs de plas

“Ik kom hier elke dag om de eenden te voeren”, zegt Van der Vliet. Hij opent een grote bak in de observatiehut naast de plas en neemt een schep tarwe om te tonen wat er voor de eenden op het menu staat. “Ik heb hier 150 ‘eigen eenden’. Die zijn mak, die blijven. Dan zijn er nog staleenden: die slapen hier, maar foerageren ergens anders.” En over een week of twee verwacht hij de wilde eenden weer. Dan begint de vogeltrek op gang te komen. De tamme eenden zijn nodig om de wilde te vangen, legt de kooiker uit.

Tijd voor een demonstratie. In de lengte langs de vangpijpen staan rietschermen in een zigzagpatroon als graankorrels in een korenaar. Grotere schermen staan als een trechter langs de plas op de ingang van de vangpijp gericht. In één zo’n scherm zit een klein luik. Van der Vliet opent het luik voor kooikershond Gijs, die direct gefocust is. De eenden houden zich op het moment schuil, maar Gijs en zijn baas doen graag voor hoe je ze vangt als ze zich wél laten zien.

Chis van der Vliet en zijn kooiker hond Gijs.  Beeld Maartje Geels
Chis van der Vliet en zijn kooiker hond Gijs.Beeld Maartje Geels

Gijs hupt door het luikje, pluimstaart fier omhoog. Buiten het scherm om dribbelt hij terug de vangpijp in. “Eenden zien zijn staart en denken dat het een vos is”, legt de kooiker uit. “Je kan je roofdier altijd beter vóór je hebben, dus ze volgen hem naar de vangpijp.” Gijs slalomt tussen de schermen door, terwijl Van der Vliet hem bij elke bocht, uit het zicht van de afwezige eenden, een brokje toestopt. “Zo komen de eenden steeds verder de pijp in. Als er een flink aantal in zit, loop ik naar voren.”

De wilde eenden gaan het hoekje om en ‘de pijp uit’

Van der Vliet beent terug in de richting van de plas, vanuit de vangpijp wél zichtbaar tussen de rietschermen, en maait met zijn armen. “Je kan je de paniek wel voorstellen. De wilde eenden vliegen nog verder de vangpijp in, en zodra ze dit luik zijn gepasseerd…” (de kooiker trekt aan een touw, een houten frame met kippengaas slaat met een knal dicht) “… laat ik het dichtklappen. De tamme eenden kennen het trucje. Die zwemmen terug naar de plas, nadat ze een graantje hebben meegepikt. De wilde eenden gaan het hoekje om en ‘de pijp uit’. Onze taal zit vol met zulke kooikersgezegden, wist je dat?” Jaarlijks vangt Van der Vliet nog zo’n honderd eenden, schat hij. Hij ringt ze en meldt de bijbehorende gegevens aan het vogeltrekstation in Arnhem. “Sommige kooikers nemen ook een uitstrijkje uit de cloaca, om te controleren op vogelgriep. Maar dat doe ik niet.”

Worden de geringde eenden elders geschoten of gevonden, dan krijgt het vogeltrekstation een melding. Zo helpen kooikers de vogeltrek in kaart te brengen. “In de winter heb ik wel eens een eend geringd, die in de zomer erna met jongen werd gesignaleerd in het stadspark in Helsinki.” Van die tocht heeft Van der Vliet een geplastificeerd landkaartje gemaakt, dat hij in het kleine bezoekerscentrum bij de eendenkooi laat zien. “Hemelsbreed zo’n 1500 kilometer. Maar eenden volgen vaak de kustlijn, dus tel daar nog maar een paar honderd bij op.”

Met karrenvrachten naar Amsterdam werden vervoerd voor het vlees

Zodra het vriest, komt de wintertaling weer op bezoek. Kuifeenden heeft hij voorbij zien komen, de smient, de tafeleend. Zijn meest exotische trekgast? Van der Vliet denkt even na. “De brilduiker. Die zie je hier haast nooit.”

Rust en stilte zijn een voorwaarde voor het vangen van eenden. Al vanaf de tijd dat de eenden nog met karrenvrachten naar Amsterdam werden vervoerd voor het vlees, geldt het zogenoemde afpalingsrecht. Dit betekent dat er hier in een cirkel van 752 meter rondom het midden van de kooiplas geen verstoring mag plaatsvinden zonder toestemming van de kooiker.”

“In ons drukke land is dat steeds moeilijker vol te houden. Eendenkooi ’t Zand is deels omringd door weidevogelgebied, maar ook door bollenboeren; even verderop ligt een industriegebied en staan woningen. De druk op het landschap en de rust wordt steeds groter. In tien jaar tijd zag Van der Vliet het aantal eenden op zijn kooiplas ongeveer halveren. Om deze reden probeert Landschap Noord-Holland de gronden rond de kooi te verwerven.

Voor je het weet heb je hier ineens een nieuwe woonwijk vlakbij

Per 1 augustus kocht de natuurorganisatie, met steun van de provincie, ruim vier hectare grasland aan, voor het eerst met geld uit het Noord-Hollands Natuurfonds. Dit fonds is mede opgebouwd uit donaties van duizenden leden en andere natuurliefhebbers. Voor 7,50 euro krijgen donateurs een symbolisch aankoopcertificaat van één vierkante meter grond. Het fonds is bedoeld om de versnipperde natuur in de provincie weer meer volume en veerkracht te geven. Andere aangrenzende percelen rond de eendenkooi werden al eerder opgekocht, maar de cirkel is nog niet rond. Er staan nog meer percelen rond de kooi op het verlanglijstje. Van der Vliet: “Voor je het weet heb je hier ineens een nieuwe woonwijk vlakbij, als er een perceel vrijkomt, of een distributiecentrum. Dat zou funest zijn voor de eendenkooi. Zo is dat gelukkig voorkomen.”

Ook de oprukkende brandnetels en bramen zullen misschien wat minder welig tieren naarmate er op de omringende percelen minder geboerd wordt, hoopt de kooiker annex boswachter.

Bramen en brandnetels doen het goed waar veel stikstof neerslaat

“Tien jaar geleden kon je op veel plekken in het omringende bos zó op de plas kijken; nu groeien die woekeraars metershoog. Bramen en brandnetels doen het goed waar veel stikstof neerslaat. Daarom is het zo belangrijk dat er gewerkt wordt aan robuustere natuurgebieden. Meer natuur zorgt voor lagere stikstofuitstoot.”

Op het aangekochte perceel komt bloemrijk grasland, waar insecten en dagvlinders van kunnen profiteren. Daar komen op hun beurt weer weidevogels op af. Dat betekent niet alleen rust, maar ook een grotere soortenrijkdom. “Deze kooi bestaat al meer dan 400 jaar. Zo’n landschappelijk pareltje moet je beschermen, toch?”

Lees ook:

Het raadsel van de vrouwtjeseend: waar is zij?

Het is een gegeven: je hebt mannetjes en vrouwtjes. Zo ook bij eenden. Toch, bij sommige eendensoorten zijn er veel meer mannetjes dan vrouwtjes. Veldonderzoek moet het antwoord opleveren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden