Reportage

Dit sorteerbedrijf geeft onze afgedankte vodden weer waarde

Sorteerbedrijf Wieland Textile verwerkt 30 tot 80 ton textiel per dag. Beeld Olaf Kraak

De berg aan kleding die Nederlanders weggooien, wordt steeds groter. Bij sorteerbedrijf Wieland Textile in Wormerveer helpt een vezelverdeler met het selecteren van de materialen. Hierdoor kan de kleding beter worden hergebruikt.

De ijzeren kooien met opeengehoopt textiel vullen het duffe pakhuis in Wormerveer tot de nok. Het beeld is tekenend. Het sorteerbedrijf Wieland Textile verwerkt bergen aan textiel per dag. “Soms 30 ton, soms 80 ton”, vertelt directeur Hans Bon. Hij lacht smakelijk. “Als je bedenkt dat zo’n kooi van twee bij twee al 700 kilo weegt. Dan heb je een idee.”

Bon wenkt met zijn hoofd richting de lopende band waar medewerkers van het sorteerstation de bergen kledij doorploegen. Er werd net een hele vracht uit Zaanstad op de band gekieperd. Hij schat die op ‘een kuub of vijf’, zegt hij, met een vet Amsterdams accent. Hier, aan het begin van het recyclingproces, wordt de eerste ruwe schifting van het textiel gemaakt.

Het bedrijf verwerkt onder andere de kleding uit de ruim tweeduizend straatcontainers van het Leger des Heils – de oudste en grootste textielinzamelaar van Nederland. De liefdadigheidsinstelling krijgt een totaal van 30 miljoen kilo per jaar binnen. In Bons bedrijf wordt de niet-herdraagbare van de herdraagbare kleding gescheiden, waarna die laatste kleding weer wordt doorverkocht. Maar dat wordt steeds lastiger, zegt Jolande Uringa verantwoordelijke van de textielafdeling van het Leger des Heils. “De berg niet-herdraagbare kleding wordt steeds groter.” Jaarlijks krijgt de textiel­inzamelaar 30 miljoen kilo per jaar binnen, een stijging van vijf miljoen kilo in vijf jaar.

Fast fashion

Elke week een nieuwe collectie in de etalage, een T-shirt voor een paar euro, broekenprijzen die de dubbele cijfers niet eens halen: de markt van ‘wegwerpkleding’, de zogeheten fast fashion, rukt met rasse schreden op. De afgelopen decennia verdubbelde de wereldwijde kledingconsumptie. Elke seconde levert de industrie een vuilniswagen vol afgedankte kleren af. En dat heeft gevolgen: jaarlijks gooien Nederlanders zo’n 235 miljoen kilo textiel weg. Dat is zo’n 14 kilo per persoon.

“Heel verontrustend”, zegt Uringa. “De kledij die textielgiganten als Primark en H&M op de markt brengen, wordt niet alleen goedkoper, ook de kwaliteit ervan daalt. De vaak wisselende seizoenen en de goedkope kleding leiden tot meer aankopen, die na enkele keren wassen in onze textielcontainers eindigen.” Intussen is in Nederland geen vraag meer naar veertig procent van de kleding die het Leger des Heils inzamelt. Uringa: “Dat is een enorme hoeveelheid textiel die niet meer als tweedehandsje verkocht kan worden in onze winkels.”

Sorteerbedrijf Wieland Textile Beeld Olaf Kraak

Tot voor kort belandden die afdankers al snel in landen als Bangladesh, Vietnam, Thailand en Indonesië: “Maar de voorbije jaren is meer inzicht verkregen over dat plaatselijke verwerkingsproces. Daar belandt onze afgedankte kleding op de vuilnisbelt, op de brandstapel, of wordt door kinderen versneden en gebleekt in chloorbaden, waarvan de resten in meubels worden verwerkt. Heel lang vonden we het oké om kapotte spullen naar het buitenland te sturen. Maar één ding weet je zeker: ook daar gaan ze niet met kapotte spullen rondlopen.”

Dat kunnen we niet meer negeren, vindt Uringa. “Zodra het ons land verlaat, verlies je de controle over de eindbestemming. Voor wat er verder mee gebeurt, kunnen we onze ogen niet meer sluiten.” De oplossing? Het afval dichter bij huis verwerken en het in eigen hand houden, zoals hier in Wormerveer ­gebeurt, zegt Uringa. “We hebben moeten ­inzien dat de vodden eigenlijk geen waarde hebben. Alleen als we ze terugbrengen tot hun grondstof kunnen we er nog iets mee.”

In hal 3 van het sorteercentrum in Wormerveer komt het aanstekelijke popdeuntje dat op de achtergrond speelt met moeite over de ronkende machines heen. Druk gesticulerend roepen magazijnmedewerkers elkaar onverstaanbare aanwijzingen toe. Vorkheftrucks rijden heen en weer, en geregeld klinkt het fluitende gepiep van de achteruitrijstand. Maar het voortdurende geraas van de Fiber Sort Machine (letterlijk: vezelverdeler) domineert de ruimte het meest.

De optische sorteerinstallatie, waarbij een net een lopende band met een tiental manden enkele meters lager verbindt, scant textiel op zuivere grondstoffen. Boven iedere kar hangt een sticker: ‘100 procent wol’, of ‘100 procent katoen’. Zo gaat het verder: van acryl en polyester tot viscose en polyamide. Afgedankte kleding kan zo met grote snelheid worden gesorteerd naar samenstelling, kleur en structuur van de stof.

De machine scant het textiel op zuivere grondstoffen. Beeld Olaf Kraak

Met een schril blaasgeluid spuwt de Fiber Sort Machine een violetkleurige blouse van een lopende band af tegen een van de netten. Als een basketbal belandt het kledingstuk in de ‘katoenmand’.

De in rap tempo ophopende stapels die uit de machine komen, zijn bestemd voor textielbedrijven, zodat zij er nieuwe kleren van kunnen maken. De machine wordt gevoed door een medewerker die haast ritmisch kledingstukken op de band legt. “Vervolgens houdt de machine het materiaal tegen een infrarood licht aan”, legt Bon uit. “En aan de weerkaatsing van dat licht leest de machine af welke stof het is.”

Bon tovert een plastic bewaarzakje boven met een grijze, pluizige vezelstof erin. “Dit komt van een afgedankte wollen trui, die helemaal uit elkaar is geplozen. Het doel is om het textiel terug te brengen tot een lont, die geschikt is om te spinnen. Dan kun je er een nieuw kledingstuk mee maken.”

Pasklare stoffen

Langzaam maar zeker bouwde Bons bedrijf de voorbije jaren de export van tweedehands­kleding naar Afrikaanse, Aziatische en Oost-Europese landen af. Met zijn nieuwe verdienmodel kan hij de textielsector voortaan pasklare stoffen aanbieden.

Op een computerscherm laat Bon een staafdiagram zien: de stof die de detector aantreft, wordt weergegeven in percentages. Een gamechanger, noemt hij de machine, die nog volop in ontwikkeling is. “Om goed te kunnen recyclen moet je de spullen eerst goed kunnen sorteren. Sinds we de machine hebben, lukt dat op een efficiënte manier. Retailers zeiden altijd tegen ons: van die oude textiel willen we heus weer nieuwe maken. Maar een hele berg textiel, daar zit van alles tussen, zeggen ze dan: polyester, katoen, wol. Daar konden ze helemaal niets mee.”

Ook het milieu is er bij gebaat dat de kledingindustrie in beweging komt. De bijdrage van de industrie aan de CO2-uitstoot wordt geschat op 10 procent. De kleding- en textielindustrie gebruikt wereldwijd jaarlijks 100 miljoen ton nieuwe vezels, voor het produceren van stoffen als katoen, wol, polyester, acryl en nylon. Van een circulaire kledingindustrie is nog lang geen sprake. Een zorg die maar minimaal wordt gedeeld met producent en consument, zegt Uringa.

Staatssecretaris Stientje Van Veldhoven (D66) gaf de retailsector tot de zomer de tijd om zelf met een strijdplan voor een duurzame circulaire textielketen te komen. Maar Uringa betwijfelt of die oproep gehoor krijgt. “Het lijkt er niet op dat het ergens toe leidt. Nergens wordt de industrie aangemoedigd om er iets aan te doen. Er wordt veel kleding geproduceerd. En nadat we hier alles inzamelen en sorteren, gebeurt er eigenlijk niets. Nu wordt van minder dan één procent nieuwe kleding gemaakt. En in 2020 moet vijf procent van de kleding gerecycled worden, is de ambitie. Dat lukt dus nooit.”

Beeld Olaf Kraak

Brancheorganisatie Modint en enkele partnerorganisaties pleitten begin deze maand voor de oprichting van een Nationaal Fonds Kledingrecycling, met als doel het verduurzamen van de modeketen. Dat fonds zou gespekt moeten worden met de acht miljoen euro die gemeenten jaarlijks verdienen aan kledingrecycling. Dat bedrag zou dan, zo zegt de brancheorganisatie, kunnen dienen om Nederland voorloper op het gebied van circulaire textiel te maken.

Dat is de wereld op zijn kop, vindt Uringa. “Dat betekent dat ze hun hand ophouden voor hulp bij recycling, terwijl de overheid het initiatief net bij de industrie legt. Het is een manier om hun verantwoordelijkheid te ontlopen. Maak dan bijvoorbeeld je producten duurder om het te kunnen financieren.” Volgens haar is het ministerie niet dwingend genoeg. “Alles moet van onderop gebeuren, terwijl van bovenaf een stuk effectiever is.”

Uringa hoopt dat de staatssecretaris ingrijpt en dat Nederland in 2025 een van de koplopers in textielrecycling is. “Een manier om dat te bereiken, is door van afgedankt textiel weer bruikbare vezels te maken. Wij zitten aan het eind van de keten, de producenten hebben daar nu nog helemaal niets mee te maken.”

Lees ook:

Geef verduurzaming een zetje: stel eens een vraag in een kledingwinkel

Deze week begint de vijfde Sustainable Fashion Week, en staat circulaire mode in kledingwinkels door het hele land centraal. Maar wil de mode-industrie circulair worden, dan moet er nog heel veel gebeuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden