ReportageDijkversterking

Dijken verhogen én de natuur verrijken? Dat kan

Hoogwater langs de Grebbedijk bij Wageningen.Beeld Vallei en Veluwe

Sober en doelmatig is het motto van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waarin tot 2050 liefst 1300 kilometer aan dijken wordt versterkt. Ontwerper Ties Rijcken wil meer nadruk op kwaliteit.

De dijk is spekglad. Met zijn gewicht drukt een vrachtwagen uit de laadbak gevallen kluiten vette rivierklei in het natte asfalt. Grondverplaatsing over een kleine afstand: wat een graafmachine hier op de dijk wegschept om een sleuf te maken voor een damwand, stort de vrachtwagen een paar honderd meter terug uit over de metalen versterking die daar al in de bodem is geslagen.

Aan de waterkant scharrelt een kleine kudde koeien door de uiterwaarden, dichter bij de dijk schieten wat struiken en bomen op. Wilgen en populieren doen het goed aan de waterkant. Maar ooibos stuwt de waterstand millimeters op en belemmert bij hoogwater de doorstroming. Rijkswaterstaat verwijdert begroeiing van de uiterwaarden daarom volgens een strak schema.

Dat kan ook anders, zegt Ties Rijcken, staand op de Lekdijk bij Hagestein. Nee, hij doelt niet op Ruimte voor de Rivier, het vorig jaar afgeronde programma dat erop was gericht hoge waterstanden in de grote rivieren te verlagen door de uiterwaarden te verbreden of nevengeulen te graven. “Voor meer buitendijkse natuur kan de dijk ook een paar centimeter omhoog.”

Het verhogen van een dijk is van oudsher dé oplossing als het gaat om het gevaar van overstroming. Nederland dankt er zijn huidige bestaan aan, zonder dijken lag meer dan de helft van het land onder water. Maar hoger betekent ook breder en zwaarder. Dat is niet overal zomaar uitvoerbaar, omdat er huizen of bedrijven in de buurt staan, wegen lopen, sport- en recreatiegebieden zijn. Al die functies stellen eisen, maar ze bieden ook de kans om te variëren, zegt Rijcken. “Je kunt ermee spelen, ook door de dijk een klein beetje te verhogen omwille van de buitendijkse natuur.”

Rijcken promoveerde in 2017 in de waterbouwkunde aan de TU Delft. Zijn proefschrift gaat over de manier waarop Nederland zich instelt op de gevaren van overstroming sinds 1986, het jaar waarin de Oosterscheldekering werd gesloten. Als hoofdredacteur van het digitale TU-tijdschrift DeltaLinks en vooral als oprichter van het webplatform Flows houdt hij zich graag bezig met ontwikkelingen in de waterinfrastructuur.

‘Sober klinkt als zuinig’

Zo pleit hij vurig voor het schrappen van het woord ‘sober’ uit de Waterwet en in plaats daarvan ‘kwaliteit’ centraal te stellen bij de noodzakelijke verbetering van een dijk. De wet stelt als voorwaarde voor financiering dat zo’n ontwerp sober en doelmatig moet zijn. Doelmatig is veilig, redeneert Rijcken. “Maar sober klinkt als zuinig en staat in de wetscontext voor monofunctioneel. Terwijl meer kwaliteit in het landschap altijd multifunctioneel is.”

Hij wijst om zich heen op de Lekdijk bij Hagestein, die aan de dorpskant over een lengte van 1,2 kilometer een twintig meter diepe damwand krijgt om piping (het onder de dijk doorsijpelen van rivierwater waardoor de dijk verzwakt) tegen te gaan. Als het werk later deze maand is afgerond, ligt de dijk er precies zo bij als voorheen. “Een gemiste kans voor vernieuwing en verbetering”, vindt Rijcken. “Hier had je van alles met het dijkprofiel kunnen doen, die damwand keert het water wel.”

Op Flows laat hij zien wat hij bedoelt. Een tekening van een willekeurige dijk laat aparte fiets- en wandelpaden zien, waar mogelijk in de uiterwaarden, terwijl zwaar verkeer van de dijk wordt afgeleid. Dat maakt het recreatief gebruik van zo’n dijk aantrekkelijker en veiliger bovendien.

Enkele tientallen kilometers oostwaarts, op de Grebbedijk tussen Rhenen en Wageningen, is precies dat het plan. De dijkversterking die de Gelderse Vallei moet beschermen bij hoogwater in de Nederrijn verkeert nog in het voorstadium, waarbij diverse partijen zijn betrokken. Zij willen behalve veiligheid van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) ook zorgen voor een mooi gebied waar je kunt wandelen of fietsen en nog wat leert over de geschiedenis.

De dijk loopt immers dwars door het Hoornwerk, een stervormig verdedigingswerk uit 1785, aan de voet van de Grebbeberg waar na de Duitse inval in 1940 stevig is gevochten.

Door niet de dijk zelf te verhogen, maar delen van de ster met een verhoging van twee meter terug te brengen in de oude staat, krijgt het Hoornwerk de functie van golfbreker, terwijl de cultuurhistorische waarde beter zichtbaar wordt gemaakt. Als breker fungeert straks ook een trapvorm in de dijk, waarover een vrijliggend wandelpad naar Wageningen wordt aangelegd, langs de natuur die Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de provincie Gelderland in de uiterwaarden gaan versterken.

Project Grebbedijk krijgt de vorm van gebiedsontwikkeling, legt projectmanager Michiel Nieuwenhuis uit. Hij werkt voor Waterschap Vallei en Veluwe, de trekker van het project waarvoor de op een na hoogste veiligheidsnorm geldt: een dijkdoorbraak brengt hier veel mensenlevens in gevaar en kan voor miljarden aan economische schade veroorzaken. Rijkswaterstaat, de provincies Gelderland en Utrecht, de gemeente Wageningen en Staatsbosbeheer zijn mede-initiatiefnemers, waarbij later de gemeente Rhenen en Utrechts Landschap zich hebben aangesloten. Ook praten bewoners, ondernemers en belangenverenigingen mee.

Ruimtelijke kwaliteit

“We hebben in het verleden, bij de vorige dijkversterkingen, geleerd dat we zorgvuldig moeten inpassen”, legt HWBP-directeur Erik Wagener uit. “Een dijk, zo’n langgerekt gebied in het landschap, met veel raakvlakken, is per definitie drager van ruimtelijke kwaliteit. De normen voor dijksterkte zijn aangepast omdat het aantal inwoners en de economische bedrijvigheid in veel gebieden sterk is toegenomen. Klimaatverandering is in die nieuwe normen meegenomen.”

Dijkversterking volgens het HWBP wordt niet altijd aangepakt als gebiedsontwikkeling, zoals bij de Grebbedijk. Het waterschap bekijkt in overleg met Rijkswaterstaat wat er moet gebeuren en andere partijen kunnen aanhaken om zogeheten koppelkansen te realiseren. “Het is bij de regio neergelegd”, zegt Wagener. “We mogen het geld dat beschikbaar is gesteld alleen aan waterveiligheid besteden, vandaar dat woord sober. De praktijk leert dat dijken met zorg worden vormgegeven. Vaak lukt het om andere financiering te vinden voor extra ruimtelijke kwaliteit. We willen zorgen dat we het landschap mooier achterlaten.”

Die regionale aanpak garandeert dat echter niet, stelt Rijcken, die aandringt op landelijke sturing. “Hoe vaak gebeurt het nou dat zo’n project bijdraagt aan rijkere riviernatuur? De politiek zou daar om moeten vragen. Zoiets is onmogelijk op projectniveau uit te voeren, dat kan alleen nationaal. Net als bij de voormalige ecologische hoofdstructuur, het huidige Natuurnetwerk Nederland.”

Hij voelt zich gesteund door het College van Rijksadviseurs, dat onlangs nog pleitte voor een coördinerende minister van ruimte en deze zomer aan minister Cora van Nieuwenhuizen van infrastructuur en waterstaat adviseerde om door middel van centrale regie meer samenhang in het hoogwaterbeschermingsprogramma te brengen, in plaats van elk project op zichzelf uit te werken. Dat kan ook financieel efficiënter zijn, denkt het college, dat de slogan ‘sober en doelmatig’ wil veranderen in ‘slim en doelmatig’.

Lees ook:

De stille opmars van een prijskaartje aan CO2

Terwijl industrie en kabinet steggelen over een extra CO2-heffing, wordt rond de Maas gewerkt aan de eerste CO2-neutrale dijkversterking in Nederland. Dankzij beprijzing. Wat zijn de lessen?

‘Markermeerdijken in Noord-Holland mogen worden versterkt’

De Markermeerdijken tussen Hoorn en Amsterdam mogen worden versterkt. Dat bepaalde de Raad van State woensdag. Die vindt de dijkversterkingen nodig omdat de dijken ‘niet meer aan de normen voor waterveiligheid voldoen, terwijl in het achterland zo’n 1,2 miljoen mensen wonen’.

Nederland is een dijkenland, maar de dijken zijn véél te groen

Dijken zijn onmisbaar in het Nederlandse landschap. Maar ecologisch zijn ze te vaak de dood in de pot. Een monotone grasbegroeiing ondermijnt bovendien de stevigheid. Kan dat niet wat beter?

Als het aan Berno Strootman ligt, gaan de boeren het landschap redden. ‘Je krijgt het landschap dat je kiest’

Een eerlijke prijs voor ons voedsel moet een aantrekkelijk landschap opleveren, vindt rijksadviseur Berno Strootman. Boeren kunnen daarin een centrale rol vervullen.

De oude Texelse dijk heeft nu een kwelder

Texel, toch al het grootste eiland langs de Nederlandse en Deense Waddenkust, heeft er 200 hectare bij gekregen. Voor de zuidkust, tegen een oude dijk, is een enorme bak zand uit de Noordzee gestort. Gestaag ontstaat daar een nieuw natuurgebied.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden