InterviewMartine van Zijll Langhout

Dierenarts Artis hielp neushoorns, olifanten en buffels aan stropers ontsnappen

Dierenarts Martine van Zijll Langhout heeft een neushoorn verdoofd en gooit een doek over zijn ogen, om het dier tot rust te brengen. De witte neushoorn is daarna van zijn hoorn ontdaan door haar. Beeld Brent Sirton
Dierenarts Martine van Zijll Langhout heeft een neushoorn verdoofd en gooit een doek over zijn ogen, om het dier tot rust te brengen. De witte neushoorn is daarna van zijn hoorn ontdaan door haar.Beeld Brent Sirton

Neushoorns, olifanten, buffels, antilopen, leeuwen en zelfs een ontsnapte Siberische Tijger. Martine van Zijll Langhout beschoot ze met verdovingspijlen en bracht ze naar een betere plek. De dierenarts van Artis en stichting Aap schreef er een meeslepend boek over.

Vijf jaar werkte ze in wildreservaten rond Kruger, het grootste natuurpark van Zuid-Afrika. Daar stond ze dan, als vrouwelijke dierenarts in de bush. Met een geweer op de rug en een koffer met zware verdovingsmiddelen in de hand, moest ze een team geharde rangers en bushmannen aanvoeren. “In het wild word je alleen beoordeeld op je werk. Na mijn eerste schot wisten ze dat het wel goed zat. Ik hoef me ook niet te bewijzen voor mannen, alleen voor de dieren”, zegt Martine van Zijll Langhout.

Haar passie voor dieren begon al jong. “Ik logeerde vaak op de boerderij van mijn oom en tante. Toen ik zag hoe de dierenarts een kalfje met een keizersnede haalde, vond ik dat zo magisch. Toen wist ik: dat wil ik ook.” Diergeneeskunde werd dus haar studie, stage liep ze in Zuid-Afrika in 1997, in het Krugerpark. Om daar, in Afrika, als arts aan de slag te gaan. “Wandelen met een neushoorn”, was ook zo’n droom die uitkwam.

Neushoorns, die verplaatst moeten worden van het ene natuurpark naar het andere, worden vanuit een helikopter verdoofd. Daarna krijgen ze een doek over de ogen gegooid, dan zijn ze rustiger. Ze krijgen dan een middel ingespoten waardoor het 1500 kilo wegende dier weer licht wakker wordt en zelf kan lopen.

Met zo’n machtig, bijzonder gevaarlijk dier onder gedeeltelijke narcose aan touwen, wandelen rangers (en later ook Van Zijll Langhout) een container in, die op een vrachtwagen komt te staan. Eenmaal in de stalen krat, wordt de neushoorn volledig wakker gemaakt.

Schieten komt nauw, en moet vanuit een helikopter

“Elk dier is anders, maar neushoorns zijn heel gevoelig voor narcosemiddelen. Ze hebben al gauw ademhalingsproblemen en krijgen daarom veel minder ingespoten dan de veel kleinere antilope. De hoeveelheid verdoving luistert nauw. En toediening moet precies gebeuren. Schieten doe ik vanuit een helikopter, met alle wind die zo’n toestel produceert, op een rennend dier onder me. Als de verdovingspijl zit, probeert het beest allereerst weg te komen. Na een paar minuten wordt zo’n neushoorn versuft en stopt hij. Je wilt hem dan niet uit het oog verliezen. Mijn record is zestien neushoorns op één dag.”

Wandelen met neushoorns, heet dit. Dierenarts Martine van Zijll Langhout (m) begeleidt met rangers in Zuid-Afrika een verdoofde neushoorn naar een container voor transport. Beeld Brent Sirton
Wandelen met neushoorns, heet dit. Dierenarts Martine van Zijll Langhout (m) begeleidt met rangers in Zuid-Afrika een verdoofde neushoorn naar een container voor transport.Beeld Brent Sirton

Het verplaatsen van neushoorns, maar ook van andere wilde dieren, is van belang voor natuurbehoud. Naast de grote wildparken, zijn er ook negenduizend particuliere wildranches in Zuid-Afrika. Om soorten gezond te houden en inteelt te voorkomen, moet er genetische diversificatie zijn bij de voortplanting. “Maar de dieren kunnen niet meer van het ene natuurgebied naar het andere lopen. Overal zijn wegen, hekken, gebouwen, dorpen en steden die dat verhinderen. Ze zijn afhankelijk geworden van de mens. Dus dat verdoven en verplaatsen doen wij.”

In het immense regenwoud van Gabon

Zuid-Afrika staat bekend om zijn adembenemende natuur, maar voor Van Zijll Langhout is Gabon het summum. Voordat ze als wildlife-dierenarts naar Zuid-Afrika ging, werkte ze als gorilla-onderzoeker in de dichte oerwouden van dit dunbevolkte midden-Afrikaanse land. Ze onderzocht uitwerpselen die ze verzamelde uit nesten van deze mensapen, om te zien wat voor parasieten erin zaten en of de aanwezigheid van mensen daar invloed op had. “In het immense regenwoud van Gabon heb ik ervaren hoe de wereld was toen er nog geen mensen waren. Wij mensen zijn maar een klein onderdeeltje van een groot ecosysteem, waarin al het leven met elkaar is verbonden.”

Ze woonde daar alleen in een tent, geplaatst op een plateau met palen, met een stukje verderop het kamp met haar team van pygmeeën, die allen goede spoorzoekers waren. “Elke dag gingen we op zoek naar verlaten gorillanesten. Je zag de westelijke laaglandgorilla zelden in dat dichte regenwoud, maar ik hoorde wel dagelijks zilverruggen op hun borstkas roffelen. Wilde dieren zijn bang voor mensen en ze hebben gelijk. De mens is het gevaarlijkste dier ter wereld”, zegt ze met nadruk. “Wij moeten ons realiseren dat wij mensen ook dieren zijn. Dan kijk je anders naar de natuur, naar dieren en naar jezelf.”

De meeste Gabonezen denken bij gorilla’s aan de monsterlijke aap uit de King Kong-films. “Het maakt gorilla’s niet geliefd. Bewoners in dorpjes in het oerwoud zijn de gorilla uit angst liever kwijt. Ze worden geschoten voor hun vlees. Ik probeerde steeds weer uit te leggen dat gorilla’s niets kwaads in de zin hebben, vredelievend zijn en dichtbij ons mensen staan. Ecotoerisme zal een grote rol moeten spelen in de bescherming van deze soort.”

Willen gorilla’s overleven, dan moéten ze wennen aan mensen

Het wrange is dat deze mensapen, net als de berggorilla’s in het Virunga-gebergte tussen Oeganda, Congo en Rwanda, moeten wennen aan mensen. Als gorilla’s niet langer op de vlucht slaan, dan betalen ecotoeristen veel geld om ze te zien. Het blijft voor Van Zijll Langhout een paradox, maar waarschijnlijk een die noodzakelijk is voor het overleven van gorilla’s. Als Gabonezen, via de gorilla’s, aan ecotoerisme verdienen, zullen zij de beste beschermers worden van deze mensapen, denkt Van Zijll Langhout.

Dierenarts Martine van Zijll Langhout zaagt de hoorn van een verdoofde neushoorn eraf, zodat het risico dat dit beest door stropers wordt geschoten veel kleiner is. Beeld Brent Sirton
Dierenarts Martine van Zijll Langhout zaagt de hoorn van een verdoofde neushoorn eraf, zodat het risico dat dit beest door stropers wordt geschoten veel kleiner is.Beeld Brent Sirton

In het dichte, uitgestrekte oerwoud liep ze met haar spoorzoekers over paadjes gemaakt door bosolifanten, die daar in groepjes rondzwerven. “Deze olifanten zijn kleiner dan die van de savanne in zuidelijk Afrika, ze hebben rondere oren en vooral de mannetjes hebben lange, rechte ivoren slagtanden. Door stropers zijn er nu circa 60 procent minder bosolifanten dan tien jaar geleden. Met rangers kun je het dichtbegroeide regenwoud nauwelijks bewaken. Die leggen hooguit tien kilometer op een dag af.”

De olifantenpaden zijn de enige wegen door het ondoordringbare woud. Van Zijll Langhout en de pygmeeën konden vaak niet meer dan enkele meters voor zich uit kijken. En dus stonden ze regelmatig letterlijk oog in oog met bosolifanten of andere wilde dieren. “En dan was het rennen om weg te komen, maar je moest elkaar niet uit het oog te verliezen, want ik zou hopeloos verdwalen. Gelukkig schrokken die olifanten meestal zo van ons, dat ze de andere kant uitrenden.”

‘Ik sliep met een doorgeladen verdovingsgeweer onder mijn bed’

In Zuid-Afrika is stropen ook een groot probleem. “Het is daar oorlog. Zwaarbewapende stropers gefinancierd door criminele netwerken, die ook geld verdienen met drugs- en mensenhandel, schieten natuurparken nagenoeg leeg.” Begin februari werd duidelijk dat het aantal witte neushoorns in het Kruger Natuurpark in een decennium tijd is gedaald met 65 procent en de zwarte neushoorn met 35 procent.

Van Zijll Langhout hield zich al die jaren intensief bezig met het vangen en verplaatsen van neushoorns naar veiligere gebieden om ze tegen stropers te beschermen. Ook ontdeed ze vele exemplaren van hun majestueuze hoorn. Zonder kostbare hoorn lopen ze veel minder gevaar geschoten te worden. “Op zeker moment voelde ik me zelf doelwit van die stropersbendes. Ik sliep elke nacht met een doorgeladen verdovingsgeweer onder mijn bed om meteen op overvallers te kunnen schieten, zo bedreigd voelde ik me.”

Waarom? Het valt even stil. “Als je vaak neushoorns verdooft en hun hoorns verwijdert, dan verstoor je de business van stropers. Ik stond bekend als dé neushoorn-dierenarts. Dat vond ik geen prettig idee.”

Die angst groeide en vrat aan haar. Toch ging ze door. “Het gaat niet om mij of om het individu of zelfs om de mensheid, het gaat om iets veel groters. Het gaat om het overleven van heel veel diersoorten en van de natuur. Over honderd jaar zijn wij allemaal dood, maar de natuur niet. Voor het regenwoud is een eeuw niets.” Maar het moet er dan nog wel zijn.

“In 1910 waren er wereldwijd nog minder dan vijftig zuidelijke witte neushoorns in leven. Met veel bescherming waren er na honderd jaar weer ruim 18.000. Nu is er weer een enorme terugslag. Maar wat toen kon, kan nu weer.”

Martiene van Zijll Langhout,
Over leven in het wild, wat de wilde dieren mij leerden
 Ambo|Anthos; 272 blz., € 20,99

Lees ook:

Het aantal neushoorns in Zuid-Afrika is dramatisch gedaald

Het gaat veel slechter met de witte en zwarte neushoorn dan werd aangenomen, blijkt uit Zuid-Afrikaanse cijfers die lang verborgen zijn gehouden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden