Beeld Suzan Hijink

Interview Roanne van Voorst

Dieren eten is ouderwets, een eiwitrevolutie is onvermijdelijk, zegt Roanne van Voorst

Tien jaar na het verschijnen van de vegetariërsbijbel ‘Eating Animals’ van Jonathan Safran Foer, schreef Roanne van Voorst een Nederlands vervolg, waarin ze nog verdergaat. Trouw vroeg haar te reageren op vijf passages uit Safran Foers boek.

Minstens drie keer per dag doet zich de kans voor om ‘je macht uit te oefenen’. Want eten, vindt schrijfster en antropologe Roanne van Voorst (36), is een politieke actie. Van Voorst – met wit gestipt topje boven een spijkerbroek – spreekt met gevouwen handen achter een kop koffie in een Amsterdams etablissement. “Het rimpeleffect dat je daarmee kan veroorzaken valt niet te onderschatten.”

Tien jaar na het uitkomen van ‘Eating Animals’ (2009) van de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer is het boek uitgegroeid tot een bijbel voor vegetariërs. Nu trekt Van Voorst de lijn door naar het veganisme, in haar boek ‘Ooit aten we dieren’.

Veganisme

Veganisme is niet langer een bespotte subcultuur maar wordt steeds normaler, zegt Van Voorst. In haar boek ontkracht ze de drie mythes dat dierlijke producten normaal, noodzakelijk en natuurlijk zijn. Er wacht ons een ‘eiwitrevolutie’, schrijft ze, waarbij we het ‘carnisme’ inruilen voor het veganisme. “Ooit zullen we met schaamte terugkijken op deze periode. Tijd om te evolueren.”

Ze vindt zichzelf een tikje milder dan Safran Foer, die de gruwelijke aard van de Amerikaanse vleesindustrie beschreef. Zijn pleidooi voor vegetarisme sloeg mensen neer met een verpletterende reeks aan feiten en cijfers. In scherpe bewoordingen appelleerde Safran Foer aan het morele bewustzijn van de lezer. De boodschap: als we naar dieren kijken, kijkt er ook iemand terug.

Van Voorst: “Een noodzakelijk boek, briljant zelfs, maar het zet ook een beetje klem. De extreme horrorpraktijken bij slachthuizen die hij op een gegeven moment belicht, zijn moeilijk om doorheen te komen. Best veel mensen haken daarbij af. Je blijft achter met een schuldgevoel, maar zonder hoop. Ik zeg niet: dieren eten is verkeerd, maar eerder: het is ouderwets.

Passage 1: We hebben gekozen voor de slacht. We hebben gekozen voor oorlog. Dat is de meest waarheidsgetrouwe versie van ons verhaal over het eten van dieren. Kunnen we een nieuw verhaal vertellen? (‘Eating Animals’, p.240)

“We denken altijd dat zaken niet anders kunnen. Een omwenteling is nooit een prettig iets, maar we vergeten dat onze cultuur buigbaarder is dan gedacht. Identiteit verandert immers constant. Als er eenmaal een nieuw verhaal klaarligt kunnen we ons het oorspronkelijke niet meer voorstellen.

Het ontbreekt ons eerder aan een helder idee hoe het alternatief, een nieuwe wereld er zou kunnen uitzien. Een cultuuromslag is geen sinecure. Het is als een totaal nieuwe kleur bedenken. Vroeger konden we ons ook niet voorstellen dat vrouwen stemrecht kregen. Tot de jaren tachtig werd geroepen dat roken onschuldig was. Inmiddels weten we wel beter. De activisten van toen zijn achteraf ook niet bedankt, integendeel.

Er wordt vaak gezegd: ‘vlees eten is onze cultuur’. Maar tot de Tweede Wereldoorlog aten we amper vlees, was te duur. Knollen en aardappelen, dát was onze eetcultuur.”

Passage 2: Je kunt iemand altijd wakker maken uit zijn slaap, maar hoeveel herrie je ook maakt, je kunt nooit iemand wekken die doet alsof hij slaapt. (p.102)

“Ik was al bezig aan dit boek, maar pas tijdens het schrijven leerde ik dat er ook dieren doodgaan voor zuivelproducten en eieren. En dat wist ik niet, terwijl ik hoogopgeleid ben en kranten lees. Dat vond ik zo ongelooflijk dom van mezelf. Waarom wil ik die verhalen niet aanhoren? Jezelf op die manier een spiegel voorhouden is best pijnlijk. Niet iets om trots op te zijn.

Hoe meer ik er over ging lezen, hoe enger ik het vond. Het was als wakker worden uit de ‘Matrix’ (hollywoodfilm uit 1999 die zich in een schijnwereld afspeelt, red.). Iets heel basaals wat ik altijd had geleerd over de wereld bleek niet te kloppen. Hoe ik leefde, wat ik at, strookte niet meer met de waarden die ik mezelf aanmat, namelijk die van een zorgzaam iemand die om de planeet geeft.

Denk aan pasgeboren stiertjes die worden afgemaakt omdat ze economisch geen waarde hebben. Of aan varkens die al na vier maanden worden geslacht terwijl ze in de natuur meer dan tien, vijftien jaar kunnen worden. Dat is oprecht nieuws voor veel mensen.

Ja, het is niet wíllen weten, maar we krijgen ook een vertekend beeld voorgeschoteld, door wat je biologieleraar verzuimt te vertellen bijvoorbeeld. In mijn tijd repte geen schoolcurriculum over de praktijken van de intensieve veeteelt. Wist ik veel? Ons voedsel komt niet meer van boer Jan, zoals velen denken. Het is een miljardenindustrie. We moeten steeds meer monden voeden, zodat we moeten opschalen en steeds efficiënter worden en dus dieronvriendelijker moeten gaan werken.”

Roanne van Voorst. Beeld Merlijn Doomernik

Passage 3: Heel vaak worden mensen die hun zorg uitspreken over de omstandigheden waarin dieren worden gefokt weggezet als sentimenteel. (…) Maar als je mededogen belangrijker vindt dan een goedkope hamburger, is dat dan niet gewoon een uiting van betrokkenheid met de realiteit? (p.74)

“Wie denkt dat het veganisme alleen met sentimentaliteit te maken heeft, is niet goed ingelezen in de motieven van veganisten. Het gaat de meesten niet om een hele emotionele band met een dier. Ze verzetten zich tegen een systeem dat door en door fout is. Met een relatief klein offer willen ze een hele industrie boycotten. Ze willen niet meebetalen aan een systeem dat schadelijk is voor het milieu en in zekere zin voor de hele wereld. Dat is juist een heel rationele benadering.

Traditioneel wordt vlees eten sterk geassocieerd met mannelijkheid. De ene keer subtieler dan de andere. Ik hoor vrouwen weleens zeggen: ik eet wel minder vlees, maar mijn man, die heeft wel af en toe vlees nodig. Dat idee zit diep geworteld.

Maar kijk, er is nu een trend van sterke powermannen op sociale media die veganisme uitdragen. Hun motto is dat ze slechts eten wat ‘olifanten ook eten’. Planten. In wezen keren zij de masculiniteit om. Voor hen is bijdragen aan de dood van een dier of klimaatverandering geen juiste manier om voor je kinderen te zorgen, dus niet mannelijk. Heel rationeel boven het lustgevoel staan, dat vlees oproept, dát vinden zij sterk. Dat vinden zij pas krachtig en mannelijk.”

Passage 4: Als mijn vrouw en ik ons kind vegetarisch opvoeden, zal hij nooit het belangrijkste gerecht van mijn oma eten, zal hij nooit dat unieke en grootste blijk van haar liefde ontvangen, zal hij haar misschien nooit als de Beste Kok ter Wereld beschouwen. (p.15)

“Eten is emotie, eten is troost, eten is herinnering. Als ik vroeger ziek was, maakte mijn moeder kippensoep voor me. Dat dat niet meer kan, is een gek idee, alsof een cultuur doorbroken wordt. Vegan worden is een aanslag op je sociale leven. Van de gezellige wetenschapper en bourgondiër transformeerde ik tijdens het schrijven van mijn boek in een moraalridder die vaak tegen de tranen moest vechten als ze thuiskwam.

Plots vertelde ik mijn man: die yoghurt, die wil ik eigenlijk niet meer in huis, die eieren op ons boodschappenlijstje, vind ik steeds lastiger om voor je in de supermarkt te kopen. Daarvoor weet ik er inmiddels te veel vanaf. Dat is op zijn zachtst gezegd heel vervelend voor je partner. Je verandert immers waar hij bijstaat. Familie-etentjes verworden plots tot ongemakkelijke sociale situaties. Je doet iets wat tegen de norm ingaat. Ik weiger immers als enige de slagroomtaartjes. Daarmee breek ik een traditie. Dat wekt emotie op. Zelf vond ik het ook echt gênant. Ik zou ook niets liever sociaal geaccepteerd gedrag willen vertonen.”

Beeld Suzan Hijink

Passage 5: Als ik ergens vertel dat ik vegetariër ben, word ik bijna altijd gewezen op een tegenstrijdigheid of probeert men een zwak punt te ontdekken in een bewering die ik nooit heb gedaan. (Ik heb vaak het idee dat mijn vegetarische levenswijze voor zulke mensen belangrijker is dan voor mij.) (p.32)

“Dat je een ‘afwijkend’ eetpatroon verkiest wekt weerstand op. Tegenstanders zijn gebufferd en geweerd. Dieren wel of niet eten is onwijs gepolitiseerd. Alleen wordt het vaak bestempeld alsof het apolitiek is. Er wordt gedaan alsof het carnisme waarin we leven natuurlijk is, en alsof het niet anders kan. Dat is het niet. Het is altijd een keuze geweest.

Ik vond het zelf vroeger ook over the top. Veganisten, dat vond ik best wel zeikerige types, gekkies. Hoezo mag ik geen honing? Hoezo mag ik geen ei eten van het kippetje dat rondloopt?

Ik label mezelf in het openbaar zelden als vegan. Daar hangt een soort boerenkoolshake-imago aan waar ik zelf van huiver. Soms heb je geen keuze, zoals bij een restaurant bijvoorbeeld. Als ik dan vertel dat ik liever hummus wil omwille van mijn overtuiging, zijn er soms mensen die denken dat ik iets over hun broodje kaas wil zeggen.

Of ze wijzen me erop dat ik twee keer per jaar vlieg, of denken me erop te betrappen dat er plastic om mijn salade heen zit. Daar hebben ze een punt, en dat vind ik zelf ingewikkeld. Maar de assumptie dat ik mezelf als modelburger beschouw omdat ik vegan ben, is gek. Mijn boek heet toch niet ‘Ooit was ik geen modelburger’. Dat er onvolkomenheden in mijn gedrag zitten, doet niets af aan de feiten die ik mensen over dierlijke producten voorleg.

De sleutel is om niet belerend of moraliserend te zijn. Ik weet niet of honderd procent veganisme haalbaar is. We moeten ook eerlijk durven zijn over de antwoorden die we zelf niet hebben. Daarvoor moet je erkennen dat je het zelf ook moeilijk vindt. Het is niet allemaal zwart-wit. Het leven bestaat niet alleen uit daders. We maken allemaal keuzes en proberen het zo goed mogelijk te doen.”

Roanne van Voorst: ‘Ooit aten we dieren’. Uitgeverij Podium. 288 blz.  € 20,50 

Lees ook:

Paul Shapiro snapt niks van de Nederlandse weerzin tegen kweekvlees

Hij is al jaren een boegbeeld van de dierenrechtenbeweging in de Verenigde Staten. Nu reist Paul Shapiro de wereld over om een lans te breken voor kweekvlees. ‘Na schone energie komt schoon vlees.’

De levenslessen van antropoloog Roanne van Voorst: Dapper zijn kun je leren

Antropoloog en schrijver Roanne van Voorst (34) werd zelf minder bang door voor haar onderzoek veel te praten met mensen die grote risico’s hebben genomen, zoals veteranen en vluchtelingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden