John van Boxtel in zijn Smart Vislift.

Reportage Vislift

Deze slimme lift helpt vissen stuwen, gemalen en sluizen door

John van Boxtel in zijn Smart Vislift. Beeld Maikel Samuels

Vissen die trekken naar hogere gebieden worden binnenkort over barrières geholpen door een computergestuurde vislift. De uitvinding helpt niet alleen vissen, maar geeft ook waterschappen belangrijke informatie voor het waterbeheer.

Een kleine ufo lijkt neergestort te zijn op de slootkant langs een weiland in het Brabantse Almkerk. De met zonnepanelen bedekte witte schotel is half in het weiland geboord en hangt voor de andere helft in het water. In werkelijkheid gaat het om een zogenoemde Smart Vislift, een uitvinding van vissenliefhebber en technicus John van Boxel.

De vislift helpt trekkende vissen over dammen, stuwen, gemalen en sluizen. “We hebben er begin deze maand nog de tweede prijs mee gewonnen op Duurzame Dinsdag”, zegt Van Boxel trots, als hij het prototype laat zien dat sinds een jaar in Almkerk wordt getest. “Onze droom is om van Nederland weer de vissluis van Europa te maken. Een volwassen vis wil, simpel gezegd, van zee naar de berg om zich daar voort te planten. Nederland is voor veel vissen de plek waar ze van zee het zoete water op gaan. Maar we hebben hier 35.000 stuwen en 8000 gemalen. Met onze uitvinding kunnen we de meeste daarvan goed passeerbaar maken.”

Waterschappen gebruiken daarvoor al lange tijd vistrappen, een soort bypass waarmee vissen treetje voor treetje naar een hoger gelegen sloot kunnen komen. Maar uit onderzoeken blijkt dat die vaak niet zo goed werken. De ronde vislift, met een doorsnee van zo’n 3,5 meter veel kleiner dan de grote vistrappen, past volgens Van Boxel veel beter bij het gedrag van een vis.

De vislift vervoert vissen niet mechanisch naar de bovenetage

Anders dan de naam doet vermoeden, is de vislift geen mechanische lift die op en neer gaat en de vissen afzet op de bovenetage. De vissen worden op natuurlijke wijze omhoog geleid. “In de sloot al worden ze getrokken door een lokstroom die uit de vislift komt”, legt Van Boxel uit, wijzend op kleine kolken in de sloot. “Stromend water trekt altijd vissen aan, want stromend water betekent een mogelijkheid om te migreren. Als ze die stroom volgen, zwemmen ze een buis in die in een rustkamer uitkomt.”

Hij gaat op zijn buik op de schotel liggen, zijn hoofd in de opening. Binnenin zit een centrale bak water, met rondom stromend water. “Hier in het midden kunnen ze acclimatiseren. Vervolgens zwemmen ze, tegen de stroom in, een soort wenteltrap op. Die gaat een paar keer rond, waardoor de vissen op het niveau van het andere deel van de sloot komen. Daarna zwemmen ze in een buis die door de dam gaat en die onder water uitkomt in dat andere deel.”

Van Boxel loopt naar de andere zijde van de stuw. Onder water is nog net de opening te zien, daarachter hangt een fuik. “Die is er normaal niet”, verduidelijkt Van Boxel, “maar we doen nu extra monitoring om de gegevens van de vislift te vergelijken met wat er in het net zit, en daarvan te leren.”

Want de vislift helpt niet alleen vissen naar een hoger niveau, hij is ook voorzien van allerlei meetapparatuur en camera’s. “Als een vis binnenkomt wordt dat geregistreerd. Met behulp van magnetische velden wordt de lengte van de vis en de zwemsnelheid bepaald. Ook wordt er een foto gemaakt, die rechtstreeks doorgaat naar ons kantoor waar een medewerker het beeld beoordeelt”, zegt Van Boxel.

Beeld Maikel Samuels

De stroomsnelheid in de vislift is variabel. Die wordt aangepast op basis van kennis over migratiegedrag van vissoorten. “De ene dag is de stroomsnelheid 0,2 meter per seconden en komen er driehonderd alvers doorheen. De volgende dag zetten we ‘m op 0,3 en hebben we ineens tweehonderd baarzen”, aldus Van Boxel.

De vislift heeft nu al nieuwe kennis opgeleverd. “Bij sommige vissoorten komt de migratie veel eerder op gang dan gedacht. En in Zeeland hebben we ontdekt dat karpers ook het zoute water op zwemmen, dat was helemaal niet bekend.” Op termijn zullen de camera’s verdwijnen en moeten de gegevens van het magnetisch veld voldoende zijn om de soorten automatisch te herkennen.

Blauwalg, botulisme of gebrek aan zuurstof

Niet alleen de vissoorten worden bijgehouden, de vislift meet ook het waterpeil, de -temperatuur en -kwaliteit. Zo zijn problemen met zuurstofloosheid, blauwalg en botulisme beter te voorspellen. Een mogelijkheid waar Bjorn Prudon, innovatiemanager bij Waterschap Rivierenland, enthousiast van wordt. “Als er meerdere visliften achter elkaar liggen, kun je via een netwerk aan punten data verzamelen over waterkwaliteit en waterpeilen. Als we die combineren met bijvoorbeeld weersvoorspellingen kunnen we anticiperen op extreme omstandigheden en maatregelen nemen.”

Hij erkent dat de bestaande vispassages niet altijd even goed functioneren. Bovendien is de aanleg ervan veel ingrijpender dan die van de vislift. “Een vispassage moet functioneel zijn voor de zwakste zwemmer, die moet ook over de treetjes kunnen komen. Dat betekent dat je al snel meer kleine treetjes nodig hebt, en dus een heel lange vistrap en daarmee een enorme bak beton. De vislift is veel kleiner en geschikt is voor elke vissoort. Hij is veel makkelijker aan te leggen, werkt beter en kost veel minder. Er moeten in ons gebied zo’n zestig vistrappen komen, waarvan ongeveer de helft al is aangelegd. Op de overige plekken komt hopelijk een vislift”, aldus Prudon.

Niet alleen in Waterschap Rivierenland liggen binnenkort witte ufo’s in het landschap, ook andere waterschappen zijn geïnteresseerd. “We hebben er al twee aangelegd bij andere waterschappen”, zegt Van Boxel. “En ik heb al zeker zeventien bestellingen uit andere delen van het land. Rijkswaterstaat heeft interesse getoond om de visliften van de waterschappen te gebruiken bij hun monitoring van vissen die een zendertje hebben. Die worden al gevolgd bij hun trek door de grote rivieren, maar ze gebruiken ook sloten om te migreren. Door een antenne in de vislift te plaatsen, zijn die vissen met een zender ook in de kleine wateren te herkennen. Alle visliften samen geven dan een prachtig beeld van de vismigratie in Nederland.”

Lees ook: 

Wat zwemt daar? Vissen bespieden met onderwatercamera’s

Hoe reageren vissen op veranderingen onder water en hoe gedragen ze zich? Met traditionele onderzoekstechnieken zoals schepnet of fuik is dat niet te onderzoeken, maar met onderwatercamera’s wel. 

De visfile in de Berkel is opgelost

Voor tientallen miljoenen euro’s zijn passages aangelegd in rivieren en beken, zodat vissen weer kunnen trekken. Voor het eerst is nu onderzocht of die maatregelen wel helpen. Antwoord: enorm!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden