Grote alexanderparkiet

Deze nieuwkomer is een van de slimste beesten van de Amsterdams stadsparken

Na de halsbandparkiet rukt nu ook de grote alexanderparkiet in Amsterdam en Haarlem op.Beeld Frank van Groen

Een van de slimste beesten van Amsterdams stadsparken is een nieuwkomer: de grote alexanderparkiet. Een duiven- of merelbrein valt in het niet bij de hersens van deze uit volières ontsnapte papegaaiachtige. En daar heeft de grote alexanderparkiet voordeel bij: hij verspreidt zich met succes.

Hoog boven in een hoge populier in het Amsterdamse Oosterpark zitten drie grote gaten. De grote alexanderparkiet heeft met een lengte van een ruime halve meter (oké, de helft bestaat uit staartveren) een ruime ingang nodig. In de holen zitten misschien nog wel vogels te broeden, onzichtbaar voor de mensen, te hoog voor de ratten beneden die wel een eitje lusten.

“Met zijn grote rode snavel kan hij een klein gaatje groter maken”, zegt Frank van Groen, bioloog en in zijn vrije tijd vogelteller voor de vogelwerkgroep in Amsterdam. “Dat doet hij in Zuid- en Midden-Azië, waar hij oorspronkelijk vandaan komt ook. Hier heeft hij inheemse boomsoorten – populieren, wilgen – gevonden die zacht genoeg zijn voor zijn snavel.”

De grote alexanderparkiet is een van de meest recente voorbeelden van hoe verbluffend de natuur zich kan aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Deze papagaaiachtige is vermoedelijk ontsnapt of losgelaten uit een volière en heeft zich rond de millenniumwisseling in Amsterdam en Haarlem gevestigd. Tussen 2004 en 2010 groeide de soort met 29 procent per jaar, schrijft vogelonderzoeksinstituut Sovon. In 2015, het jaar van de laatste systematische telling, werd het aantal op 175 tot 250 grote alexanders geschat. Vermoedelijk zijn hun aantallen in de afgelopen vijf jaar alleen maar verder toegenomen: Van Groen telde in 2010 de broedvogels in het Vondelpark en turfde toen twee broedparen. In 2019 waren dat er al tien.

Er zijn te weinig gegevens om te concluderen dat de grote alexander zijn kleine neef de halsbandparkiet achterna gaat qua verspreiding en dus steeds meer plekken in het land zal gaan bevolken. Maar het is niet uitgesloten gezien zijn flitsende start. Bovendien heeft de grote alexander als voordeeltje dat hij ook buiten de stad in de bossen kan wonen, blijkt uit verschillende waarnemingen. 

Hoge sociale cognitie

Nog geen 20 meter van de populier met de nestholen zit alles onder de witte vogelpoep. Een populaire slaapboom, weet Van Groen. Hier slapen zowel halsbandparkieten als grote alexanders. “Dat ze vaak samen slapen maakt het moeilijk tellen omdat je ze in de schemering moeilijk uit elkaar kan houden (zie kader). Als er dan ook nog kauwen tussen zitten die bij het minste gevaar opvliegen, is het al helemaal niet te doen. Als zo’n hele boom dan schrikt, kan je weer opnieuw beginnen.”

Grote alexanderparkiet.Beeld Frank van Groen

Dit soort slaapbomen wordt vermoedelijk niet alleen gebruikt als verblijf voor de nacht, maar ook als een soort praathuis waar de vogels aan elkaar overbrengen waar er voedsel te vinden is. Overdag zwermen ze in kleinere groepjes uit. Hierdoor hebben de parkieten als groep een groter gebied tot hun beschikking om te foerageren.

Dit gedrag duidt op een hoge sociale cognitie, zegt Désirée Brucks, bioloog en onderzoeker aan de Eidgenössische Technische Hochschule in Zürich. Brucks doet onderzoek naar hulpvaarigheid bij papegaaiachtigen en ontdekte dat grijze roodstaarten elkaar helpen met het verkrijgen van voedsel, al krijgen ze er zelf niets voor terug. In twee aparte kooien hielp de ene grijze roodstaart de ander door metalen ringen aan te geven. Met die ringen kon de papegaai in de andere kooi een stukje walnoot ‘kopen’. De grijze roodstaart die beschikte over de stapel ringen kreeg niets, maar aarzelde niet om zijn soortgenoot de ringen te blijven aangeven. 

Dit soort hulpvaardig gedrag is lang ­alleen aan mensen en primaten toegeschreven, omdat er naast een goed sociaal gevoel ook een behoorlijke hersencapaciteit voor nodig is. “De hersenen van papegaaiachtigen en kraaien zijn in verhouding tot hun lichaam groot, met een hoge dichtheid aan neuronen waardoor ze in staat zijn tot meer en complexere handelingen.” Het zou Brucks niet verbazen als ook grote alexanderparkieten in staat zijn tot dit hulpvaardige gedrag, omdat ze veel gemeen hebben met grijze roodstaarten. Beide zijn groepsdieren die ’s nachts samenkomen en zich overdag splitsen in kleinere groepjes, en ook grote alexanderparkieten beschikken over dat slimme papegaaienbrein, waarvan de neurologische verbindingen dus ­eerder vergelijkbaar zijn met die van primaten dan van een merel of mus.

Grote alexander of halsband?

Een halsbandparkiet en een grote alexanderparkiet lijken op elkaar: zelfde model en allebei groen. Hoe hou je ze nu uit elkaar? Een grote alexander is zo’n 20 centimeter langer dan een halsbandparkiet, maar van een afstandje en zonder referentiepunt is dat lengteverschil moeilijk te zien. Het is daarom het makkelijkst om naar hun schouder te kijken: bij de grote alexander zit daar een opvallende roze-rode veeg, die halsbandparkieten niet hebben. 

Ook een makkelijk onderscheid, maar dan moeten ze wel hun snavel opendoen: een grote alexander klinkt heel anders: ‘krrrrra!’ Een halsbandparkiet: ‘kiew!’ ­Alle andere kenmerken zijn voor de fijnproever: grote alexanders hebben een grotere, rodere snavel, een minder roze ring om hun nek en hebben een groter contrast tussen het groen van hun vleugels en rug ten opzichte van hun lichtgroenere buik.

Net als andere papegaaiachtigen kunnen grote alexanderparkieten ‘praten’. YouTube staat vol grote alexanders in gevangenschap die ‘cookie’, ‘hello’ en ‘wanna snuggle’ kunnen zeggen. Is dit ook een teken dat we hier te maken hebben met een briljante exoot? Nee, zegt Brucks, vogels als spreeuwen kunnen ook geluiden imiteren. Volgens de onderzoeker is dit vooral een signaal dat je ze níet als huisdier moet willen houden. “Papegaaien zijn ongelooflijk sociaal. De beste praters zitten vaak ­alleen. Dat ze uiteindelijk hun baasjes gaan nadoen, terwijl ze geen idee hebben wat ze zeggen, is vermoedelijk vooral een poging om toch iets van sociaal contact te zoeken.”

Grote alexanderparkiet.Beeld Frank van Groen

Hun intelligentie uit zich nuttiger: in het vinden van nieuwe manieren om aan voedsel of nestplaatsen te komen en zou een verklaring kunnen zijn voor hun succes in Nederland, denkt Brucks. “Er zijn steeds soorten die ontsnappen, maar er zijn er maar weinig die het in het wild ook redden. De grote alexanderparkieten zijn vermoedelijk flexibeler dan veel inheemse soorten, waardoor zij zich makkelijker aan nieuwe omstandigheden kunnen aanpassen en inventiever zijn in het vinden van nieuwe voedselbronnen.”

Waar papegaaiachtigen nog meer toe in staat zijn en hoe ze kunnen profiteren van hun eigen intelligentie moet blijken: de gedragswetenschap bij dieren staat nog maar in de kinderschoenen. Maar telkens blijkt weer dat beesten slimmer zijn dan eerder gedacht. Brucks: “We hebben de gewoonte ook diergedrag vanuit menselijk perspectief te bekijken. Zeker als het aankomt op vormen van intelligentie die wij mensen niet hebben, is er nog zo veel wat we nog niet weten.”

Lees ook: 

Een halsband voor de parkiet

Halsbandparkieten, die de Randstad koloniseren, vliegen flinke afstanden. Ze doen aan ‘cityhoppen’, leert onderzoek met échte halsbandjes.

Halsbandparkiet: Gifgroene lawaaipapegaaien

Dertig jaar geleden had bijna niemand ervan gehoord en figureerde de halsbandparkiet hooguit in boekjes van de categorie ‘Hoe houd ik papegaaien?’. Tegenwoordig is de knalgroene schreeuwlelijk een algemene broedvogel in de grote steden van de Randstad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden