JELLE'S WEEKDIER

Deze mot doet alsof-ie smerig is

De vogelkersstippelmot. Beeld Buitenbeeld

Wij mensen hebben een nogal gebrekkig waarnemingsvermogen.

 In werkelijk alles worden wij door de dieren overtroffen: haaien ruiken duizend keer beter, een roofvogel kan van een afstand van honderd meter een op de grond liggend voorwerp ter grootte van een erwtje ontwaren, olifanten kunnen infrasoon (heel laag) geluid waarnemen en vleermuizen horen juist ­ultrasoon (heel hoog). 

Zelfs de eerste de beste straathond hoort meer dan wij. En met het vorderen der jaren wordt het er allemaal niet beter op en zijn wij aangewezen op gehoorapparaten, brillen en een beetje extra zout om toch nog iets van smaak te ervaren. Wij mensen, kortom, hebben nog niet de helft in de gaten van wat er zich rondom ons afspeelt, simpelweg omdat we het niet waarnemen. Een goed voorbeeld daarvan is de akoestische wapenwedloop tussen motten en vleermuizen die zich afspeelt in een geluidsbereik dat wij simpelweg nooit kunnen horen.

Zo is daar de vogelkersstippelmot (vergeef mij de bijna onuitspreekbare naam van dit vlindertje – ik heb die niet zelf verzonnen). Dit is een ongeveer twee centimeter groot motje, wit met zwarte stippen – wat ze in het Engels de naam ermine moth (hermelijnmot) oplevert, naar het wit-met-zwarte-stippen-bont van koninklijke hermelijnen mantels. De familie der stippel- of spinselmotten is vooral bekend door de enorme spinsels waarin vele honderden rupsen leven en die dikwijls complete bomen en zelfs auto’s in een wit zijden rag hullen. Een van de vele soorten is de vogelkersstippelmot (Yponomeuta evonymella), zo genoemd naar de gewone vogelkers (Prunus padus) en de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) die de rupsen als waardplant ­dienen.

Ultrasone piepjes

De grootste vijand van motten, behalve kaarsen, zijn vleermuizen. Deze fladderende zoogdiertjes jagen door ultrasone piepjes te produceren en de echo daarvan te benutten om prooien te lokaliseren. Er zijn echter mottensoorten die deze piepjes kunnen horen; ze kunnen dan vluchten wanneer er een vleermuis aankomt. Andere motten hebben als verdedigingsmechanisme dat ze ongenietbaar zijn – oftewel niet te pruimen voor een vleermuis. Veel prooidieren hebben zich in de loop van de evolutie tot een smerig, giftig of gevaarlijk hapje ontwikkeld, en vaak geven ze dat risico aan met behulp van waarschuwingskleuren: blijf van mijn lijf! Maar ’s nachts heb je weinig aan kleur. Daar hebben die vies smakende motten iets op gevonden, ze maken geluid en vleermuizen weten dan dat ze er maar beter van af kunnen blijven.

Stippelmotten gaan nog een stapje verder. Ze zijn om te beginnen doof en kunnen dus geen vleermuizen waarnemen. Maar ze zijn ook niet vies en zouden dus best als vleermuisvoer kunnen dienen. Om nu te voorkomen dat ze in een vleermuismaag eindigen, maken ze ook geluid. Wanneer ze vliegen, produceren de vogelkersstippelmotten permanent een ultrasoon klik-klik-klik-­geluid en imiteren daarmee de grotere en onsmakelijke motten. Het is een vorm van mimicry ofwel nabootsing. Zoals een wandelende tak om niet te worden opgegeten een takje nabootst en sommige stilzittende vlinders niet van een dor blad te onderscheiden zijn, zo imiteert de stippelmot een onsmakelijke andere mottensoort. Alles om te voorkomen dat-ie wordt opgegeten. Voor ons onhoorbaar.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt. Lees hier eerdere afleveringen van Jelle’s Weekdier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden