InterviewJozef Keulartz

Deze milieufilosoof vindt dat we moeten oppassen voor het humaniseren van dieren en planten

Jozef Keulartz, bekend milieufilosoof, maakte een boek over vermenselijking van de natuur en dan vooral van bomen, een trend die gaande is in allerlei publicaties.Beeld Jean-Pierre Jans

Planten en dieren blijken vermogens te hebben die we eerst alleen aan mensen toeschreven. Maar we moeten ervoor waken om de natuur te gaan vermenselijken, vindt milieufilosoof Jozef Keulartz.

Toen Jozef Keulartz (1947) twee weken geleden een wandeling maakte, trof hij in het groen opeens Oom Frits aan, een oude zomereik op landgoed Verwolde in Laren. “Volgens het bordje ernaast is hij altijd in voor een goed gesprek”, lacht Keulartz, emeritus-hoogleraar milieufilosofie aan de Radboud Universiteit. Hij kan dit soort legendes wel waarderen: “Ze zijn heel vermakelijk en onschuldig”. Maar over het vermenselijken van de natuur is hij lang niet altijd te spreken. “Ik zie steeds vaker de tendens om aan dieren en planten menselijke eigenschappen toe te schrijven. En dat kan heel kwalijk uitpakken.” In zijn boek ‘Boommensen’, dat morgen verschijnt, gaat hij in op het nut en nadeel van het humaniseren van de natuur.

Waaruit blijkt dat wij dieren en planten humaniseren?

“Bij dieren komt dit vooral tot uiting in onze omgang met gezelschapsdieren. Ze worden voor dezelfde ziekten als mensen behandeld, tot aan kankergevallen toe. Verjaardagen van huisdieren worden gevierd met cadeautjes, we kleden ze aan, er worden hondenhuwelijken voltrokken. Bij planten en bomen is de vermenselijking duidelijk terug te zien in onze woordkeus. Neem bijvoorbeeld het boek ‘Het verborgen leven van bomen’ (2016) van Peter Wohlleben.”

In dit boek over de vaardigheden van bomen gaat Wohlleben onder andere in op de ‘emoties’ en ‘gevoelens’ van bomen. Het werd een bestseller en is in 27 talen vertaald. “Wohlleben noemt jonge bomen ‘boomkinderen’. Hij spreekt over de ‘strenge opvoeding’ van hun ‘boommoeders’, die met hun kronen maar beperkt zonlicht doorlaten en zo voorkomen dat jonge bomen te snel groeien. De moederbomen voorzien de jonge bomen van voedingsstoffen. Je zou volgens Wohlleben ook kunnen zeggen: ‘boombaby’s krijgen de borst’. Daaraan zie je dat er niet alleen sprake is van vermenselijking, maar ook van verkleutering van de natuur. Dat zie je bij huisdieren overigens ook: uit verschillende onderzoeken blijkt dat ze in het gezin meestal een kinderrol vervullen.”

Waarom is dat erg?

“Vanuit dit perspectief verschijnt het dieren- en plantenrijk onterecht als een lieflijke, knusse plek, waar alles pais en vree is. Omdat het grote publiek het contact met de natuur heeft verloren, is het zich er steeds minder van bewust dat de echte wereld weinig gelijkenis vertoont met dit wensbeeld, waarin zaken als hulpvaardigheid en vriendschap de boventoon voeren. Dat heeft nadelige gevolgen voor het wildbeheer en het biodiversiteitsbeleid. Het leidt tot blikvernauwing: mensen willen dat we de normen voor huisdieren ook op wilde soorten toepassen. Dat heeft er onder andere voor gezorgd dat de grote grazers in de Oostvaardersplassen worden bijgevoerd, want een dier dat honger lijdt, vinden actievoerders meteen zielig. Duurzaam wildbeheer wordt hierdoor om zeep geholpen. Bijvoeren stelt allerlei natuurlijke mechanismen buiten werking die wilde dieren in de loop van de evolutie hebben ontwikkeld om met voedseltekorten om te gaan. Zoals vermindering van de vruchtbaarheid: vermagerde vrouwtjes slaan in de natuur een of twee jaar over met het krijgen van een jong. Daardoor krimpt de populatie en is er relatief weer meer voedsel beschikbaar. Maar als er wordt bijgevoerd, gebeurt dat niet. Dan groeit de populatie en wordt de voedselschaarste permanent.”

Dat gaat alleen over dieren. Hoe beïnvloedt dit perspectief onze omgang met planten en bomen?

“Het kappen van bomen wordt steeds meer taboe. Het aantal stichtingen, werkgroepen en actiegroepen dat zich tegen het kapbeleid van natuurorganisaties verzet, is de afgelopen jaren gestaag toegenomen. Het is absoluut van belang om terughoudend om te gaan met het kappen van bomen. Maar soms is het onvermijdelijk. Als we nooit bomen omhakken, verandert de Nederlandse heide bijvoorbeeld in rap tempo in bos, terwijl het zo’n beetje de enige overgebleven stuifzandheidelandschappen in Europa zijn. Bovendien herbergen deze landschappen een groot aantal bijzondere planten- en diersoorten, zoals de blauwvleugelsprinkhaan, de duinpieper en het gebogen rendiermos.”

Wie bomenkap afkeurt, vermenselijkt toch nog niet de natuur?

“Het heeft vaak wel te maken met het soort escapisme dat Wohlleben verkondigt, waarin de natuur als ideale wereld wordt neergezet, die scherp contrasteert met de kunstmatige werkelijkheid van onze samenleving. Terwijl een taboe op kappen op den duur onherroepelijk zal leiden tot een aantasting van de grote variëteit aan landschapstypen en de bijbehorende soortenrijkdom – wat mij verre van ideaal lijkt. Het humaniserende taalgebruik van Wohlleben zie je ook terug bij actievoerders tegen kappen: ze noemen het kappen van bomen bijvoorbeeld een ‘slachtpartij’ of een ‘bloedbad’.”

Zitten er ook goede kanten aan de humanisering van de natuur?

“Zeker. De vermenselijking van dieren is bevorderlijk voor hun welzijn, het zorgt voor meer empathie. Dieronvriendelijke praktijken, zoals de intensieve veehouderij, roepen dan ook steeds meer maatschappelijke weerstand op. Ook komt er meer oog voor het welzijn van planten. Zo komen onduurzame land- en bosbouwpraktijken in verdacht licht te staan en worden er alternatieven ontwikkeld waarin planten meer floreren, zoals voedselbossen.”

Voor welke uitdaging staan we nu?

“We moeten de juiste balans zien te vinden. Het is goed dat we anders tegen dieren en planten zijn gaan aankijken; we hebben ze lang onderschat. Maar we moeten ze ook niet gaan overschatten, of verschillen tussen mens, dier en plant bagatelliseren. Onze houding ten opzichte van de natuur is eeuwenlang bepaald door een antropocentrisch wereldbeeld. De mens is daarin superieur aan al het andere dat leeft, waarvan hij essentieel zou verschillen. De laatste decennia is die muur tussen de mens en de rest van de natuur aan het afbrokkelen. De eerste opening betrof de dieren. Vermogens die voorheen uitsluitend aan de mens voorbehouden leken te zijn, zoals het gebruik van taal, vond men nu ook bij dieren terug. Dat zorgde ervoor dat onze morele cirkel zich uitbreidde, zo kwamen dierenrechten bijvoorbeeld op de agenda. 

“Recent is er een tweede opening ontstaan. Ook planten blijken complexer te zijn dan we dachten. Ze hebben bijvoorbeeld niet alleen equivalenten van onze vijf zintuigen, maar nog minstens vijftien andere – zo kunnen ze de richting van de zwaartekracht met grote nauwkeurigheid detecteren. Onze morele cirkel breidt zich hierdoor voorzichtig nog verder uit, naar de planten en bomen; zo wordt er nu ook over plantenrechten gepraat. In die zin zijn planten de nieuwe dieren. Die stijgende waardering lijkt me terecht, maar die hoeft niet samen te gaan met vermenselijking. Iets kan ook waarde hebben op zichzelf.”

‘Boommensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur’, Jozef Keulartz, € 14,90 / 96 blz.,Uitgeverij Noordboek

Lees ook:

Rouwen om een gletsjer en andere wilde ideeën

In ‘De wilde wereld’ zoekt Sanne Bloemink naar verbondenheid met de natuur

Noesten en knotten: iedere boom een eigen gezicht

Van dichtbij gefotografeerd vormt de schors van een boom een wereld op zich. Iedere boom heeft een eigen verhaal, zegt fotograaf Mark Kohn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden