InterviewJohan Vollenbroek

Deze man maakte van de stikstofcrisis dé milieukwestie van het jaar

Johan Vollenbroek: ‘ Ik wil niet dat we over twintig jaar in een land wonen met natuur die alleen maar bestaat uit bramen en brandnetels'. Beeld Jildiz Kaptein

Hij zag de stikstofcrisis al jaren aankomen en speelde er zelf een voorname rol in. Milieu-activist Johan Vollenbroek kreeg er doodsverwensingen om, maar hij kan niet anders dan doorgaan met zijn strijd. ‘Ik laat het land niet naar de verdommenis gaan.’

Op het raam van het huis van Johan Vollenbroek, een jarentwintigwoning even buiten het centrum van Nijmegen, hangt een affiche. “Alle beestjes helpen”, staat er boven een foto van een bij. Een zelfde bij prijkt op de polyester kuip van de gele velomobiel, een ligfiets die in de gang staat, nu met de tekst: “Ik rij klimaatneutraal en jij?” Het affiche, een steunbetuiging aan de Partij voor de Dieren, is van zijn vrouw Mieke, legt Vollenbroek uit, net als de ligfiets. Zelf heeft hij ook zo’n velomobiel trouwens, ‘drie zelfs’. Hij en Mieke reisden met hun snelle fietsen al eens naar Sevilla en terug, in etappes van honderd kilometer per dag. En straks, na het interview, hoopt hij nog even tijd te hebben om een rondje van vijftig of zestig kilometer te fietsen. Zijn tanige postuur verraadt nog altijd de marathonloper die Vollenbroek (70) vroeger was: als student ging hij ’s ochtends voor college eerst hardlopen.

Als de stikstofcrisis dé milieukwestie van het afgelopen jaar is, is Johan Vollenbroek er het gezicht van. Hij is voorzitter van Mobilisation for the Environment, de milieu-organisatie die tot aan het Europese Hof het stikstofbeleid van de Nederlandse regering aanvocht. Met succes: het hof, en in navolging daarvan de Nederlandse Raad van State, oordeelde dat het beleid in strijd is met de Europese wet voor natuurbescherming. Nederland moest per direct stoppen met het verlenen van vergunningen voor activiteiten die leiden tot de neerslag van stikstof in beschermde natuurgebieden. Weguitbreidingen konden niet doorgaan, duizenden bouwprojecten liepen vertraging op, waaronder Lelystad Airport. “Het stikstofbeleid draaide volledig om de economie en niet om de natuur”, zegt Vollenbroek, terwijl hij koffie en kaneelbrood serveert. “Wij hebben daar altijd op gewezen.”

Het Nederlandse stikstofbeleid werd in 2015 van kracht en al toen de regering met de voorbereidingen bezig was, diende Mobilisation for the Environment een zogeheten zienswijze in, twintig pagina’s dik. De voornaamste bezwaren: de regering stond toe dat de uitstoot van schadelijk stikstof pas in de toekomst gecompenseerd zou worden, met maatregelen waarvan de effectiviteit niet bewezen was.

Die bezwaren vonden geen gehoor en de ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (Pas) was geboren. Daarop, zegt Vollenbroek, zocht hij met enkele medestanders – onder wie milieujurist Valentijn Wösten uit Den Haag en leden van de Brabantse Werkgroep Behoud De Peel – ‘heel zorgvuldig’ enkele casussen uit die zich ervoor leenden om juridisch aan te vallen. Het betoog: veehouderijen in de buurt van beschermde natuurgebieden hadden ten onrechte een vergunning gekregen om hun bedrijf (en daarmee de uitstoot van stikstof) te vergroten, omdat die vergunning berustte op de Programmatische Aanpak Stikstof die in strijd is met de Europese wet.

Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Johan Vollenbroek (1949) studeerde scheikunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij werkte als milieuadviseur voor Royal Haskoning. In de jaren negentig richtte hij milieu-adviesbureau Mobilisation for the Environment op, dat landen die tot de EU willen toetreden advies gaf over milieuwetgeving. In 2008 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Eerder deze maand kreeg hij de Clara Meijer-Wichmannpenning, bedoeld voor mensen die zich inzetten voor de verdediging van de rechten van de mens, met name in Nederland.

Bingo, dit gaan we winnen

Hoe verloopt zo’n proces? Eerst gaat er een bezwaarschrift naar de provincie die de vergunning heeft verleend. Dat bezwaar wordt afgewezen. Dan daagt Mobilisation for Environment de provincie voor de bestuursrechter, de Raad van State. Die legt de kwestie voor aan het Europese Hof in Luxemburg: voldoen de regels die Nederland hanteert wel of niet aan de wet die geldt in de EU? Daarover laat het hof zich eerst informeren door een deskundige. Op basis van dat advies geeft het hof antwoord op de vragen van de Raad van State, en die moet met deze kennis overwegen of de provincie de boer een vergunning had mogen geven.

Vollenbroek: “In de zomer van 2018 was er een zitting van het Europese Hof. Daar kon ik zelf niet bij zijn, maar toen ik hoorde dat de expert van het hof aanraadde om de Nederlandse aanpak ongeldig te verklaren, was dat een prachtig moment. Voor ons was het duidelijk: bingo, dit gaan we winnen.”

Een paar maanden later vonniste het hof inderdaad in lijn met het advies. Nederland zat fout. “Ik heb meteen contact gezocht met het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit”, vertelt Vollenbroek. “Op het ministerie dachten ze dat dit vonnis in de praktijk weinig gevolgen zou hebben. Tot twee keer toe heb ik met ambtenaren gesproken, maar ik heb ze niet kunnen overtuigen van de ernst van de zaak. Ook wilden ze eerst afwachten wat de Raad van State zou doen met het Europese vonnis. Later begreep ik dat de landsadvocaat had gezegd dat het wel goed zou komen.

“Op zo’n moment zie je dat er op het ministerie specifieke expertise ontbreekt. Vroeger werkten er deskundigen, nu vertrouwt men op consultants. Een paar provincies waren er niet gerust op, maar die kregen van de landsadvocaat te horen: gaat u maar rustig slapen.”

In mei van dit jaar deed de Raad van State uitspraak, geheel in lijn met het EU-vonnis. Vollenbroek: “Ik heb meteen het ministerie weer gebeld. ‘We zijn in shock, dit is een ramp voor ons’, kreeg ik toen te horen. Dat was ons laatste contact. Sindsdien heb ik alleen nog vier minuten mogen inspreken bij de commissie-Remkes, die voor de regering uitzoekt hoe het nu verder moet met de aanpak van stikstof. Van het ministerie van landbouw heb ik niets meer gehoord. Dat verbaast me, want ik krijg de indruk dat de lobbyisten van boerenorganisatie LTO en de actievoerders van de Farmers Defence Force er intussen de deur platlopen. Dan vraag ik mij af: die N van natuur, doet die er wel toe op het ministerie van LNV?

“In de zomer heb ik nog een brief gestuurd aan premier Rutte, met suggesties voor oplossingen. Ik opperde om de snelheid op autowegen te verlagen om zo te zorgen voor minder stikstofuitstoot, waardoor er weer gebouwd kon worden. Een ander voorstel was om veehouders uit te kopen die toch al van plan waren om te stoppen. Op die brief heb ik nooit iets gehoord, nog geen ontvangstbevestiging.”

Tot half december. Vollenbroek zat net in zijn Franse vakantiehuis toen hij een uitnodiging kreeg om met premier Rutte en landbouwminister Schouten in het Catshuis van gedachten te wisselen, samen met natuurorganisaties en enkele wetenschappers. “Het was heel gezellig, hoor, en ik kreeg de indruk dat Rutte en Schouten doordrongen zijn van het probleem. Maar we zijn niet nader tot elkaar gekomen. De wijn was goed en de vegetarische bitterballen waren lekker, maar daarna kwam het toetje al. Op weg naar huis heb ik op het station nog maar een broodje falafel gekocht.” 

Het vonnis op de schouw, met een rode strik eromheen

Op de schouw in de woonkamer heeft Vollenbroek het uitgeprinte vonnis van de Raad van State opgerold staan, met een rode strik erom. Nee, zegt hij, zelf is hij geen jurist. Maar een expert op het gebied van natuur- en milieuwetgeving is hij gaandeweg wel geworden.

Vollenbroek groeide op in de Achterhoek, als zoon van een boer. Na zijn studie scheikunde in Nijmegen ging hij werken voor advies- en ingenieursbureau Haskoning, dat zich in die tijd ook ging toeleggen op milieuadvies. Via een collega breidde zijn werkterrein zich uit naar Midden- en Oost-Europa, waar hij namens Haskoning adviezen gaf over de Europese natuurwetten aan landen die wilden toetreden tot de EU. Hij werkte (‘goedbetaalde consultancyklussen’) in Bulgarije en Roemenië, in Polen en de Baltische staten. Het viel hem op, zegt Vollenbroek, dat die landen steeds meer vooruitgang boekten op het gebied van natuur en milieu – ze móesten wel, om te voldoen aan de Europese wetten. In Nederland daarentegen zag hij het omgekeerde gebeuren.

“In de jaren negentig waren we nog een gidsland op het gebied van milieubeleid, kwaliteit van lucht en water en van schone energie. Sindsdien kachelt het achteruit. De ammoniakemissie in Nederland is de hoogste van Europa. We hebben de hoogste veedichtheid van Europa en we zijn kampioen biodiversiteitsverlies. Onze luchtkwaliteit is slecht, en dat zorgt voor astma en vroegtijdige sterfte.”

Honderden zaken gewonnen

Dáár wilde hij iets tegen doen. Samen met een voormalige collega begon Vollenbroek een zelfstandig kantoortje, dat ze Mobilisation for the Environment doopten. Ze vroegen de milieuvergunningen op van raffinaderijen en kolencentrales, de bedrijven met de hoogste uitstoot van schadelijke stoffen. “We schrokken ons te barsten. En we ontdekten dat de wetgeving in Nederland helemaal niet volgens de Europese regels was. We spraken het toenmalige ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu erop aan, maar daar gaven ze geen sjoege. Ze zeiden: als je denkt dat het niet klopt, moet je naar de rechter stappen. Vond ik een goede suggestie.”

Er volgde een aantal zaken, die Mobilisation for the Environment won. Zo werd de vergunning van een afvalverbrander vernietigd en ook tikte de Europese Commissie Nederland op de vingers. Hij lacht als hij erover vertelt. “Raffinaderijen en kolencentrales moesten daarna hun werkwijze aanpassen en schoner gaan werken.”

Daarbij zagen de mannen van Mobilisation for the Environment óók hoe de intensieve veehouderij steeds verder kon groeien, met de bijbehorende uitstoot. Milieujurist Wösten en Behoud De Peel bleken daar al druk tegen te procederen. Vollenbroek: “Vaak liepen zij ertegenaan dat de burgers die zij vertegenwoordigden niet ontvankelijk werden verklaard. Om in een rechtszaak over natuurwetgeving partij te zijn moet je een milieu-organisatie zijn, met statuten en al. Wij zijn dat.”

Samen wonnen ze inmiddels honderden zaken, maar die tegen het stikstofbeleid is veruit de omvangrijkste.

Het lijken wel kleuters

Sinds afgelopen mei is Vollenbroek voor sommigen de meest gehate man van Nederland. Dankzij hem zou het land nu op slot zitten. Een ‘rotmaatregel’ als de verlaging van de maximumsnelheid, heeft de Nijmegenaar zogezegd op zijn geweten. “Ik heb mailtjes gekregen”, zegt hij, “met als strekking: kankerlijer, waar ben je mee bezig? Of waarin ik werd verwenst naar een andere plek in het universum. Maar deze mensen zijn bij mij aan het verkeerde adres. De oorzaak ligt bij het misbaksel van de regering uit 2015 dat Pas heet. Wij hebben alleen maar laten zien dat het strijdig is met de wet. Wij zijn maar de boodschapper.”

De oplossingen die boeren zelf hebben aangedragen om stikstof te reduceren, noemt Vollenbroek ‘gebakken lucht’. “De doelen die ze eerder hadden gesteld hebben ze ook niet gehaald, integendeel, de uitstoot is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Dus waarom zou dat nu wel goed gaan?”

En van het optreden van de regering is hij evenmin onder de indruk. “Ik zag Rutte met een gezicht als een oorwurm zijn ‘rotmaatregel’ aankondigen. Nou nou. Máánden hebben ze erover gedaan om tot die snelheidsverlaging te komen. Zoiets simpels! Tjongejongejonge, ze lijken wel grote kleuters. Als dit is wat er nodig is om weer te kunnen bouwen, dan is het toch eenvoudig?”

Vollenbroek uit zijn ongenoegen met pretoogjes en een glimlach om de lippen. “Of ik er plezier aan beleef? Dat zou ik niet willen zeggen. Maar je moet je gevoel voor humor niet verliezen.”

En nee, het is ook niet uit verveling dat hij als gepensioneerde zijn tijd besteedt aan het uitpluizen van vergunningen en het voeren van rechtszaken. “Ik zou liever fietsen of een goed boek lezen of aan ons huis in Frankrijk klussen. Maar de plicht roept. Er is geen andere weg, als ik de massieve incompetentie zie…

“Op de problemen in het onderwijs of in de jeugdzorg heb ik geen grip, maar van de natuurwetgeving weet ik toevallig het een en ander. Ik vind het jammer dat Nederland zo verloedert. De slechte staat van de natuur gaat mij aan het hart. Ik wil niet dat we over twintig jaar in een land wonen met natuur die alleen maar bestaat uit bramen en brandnetels, die zo verarmd is dat er nauwelijks insecten en vogels leven. Ik laat het land en onze natuur niet door dit kabinet naar de verdommenis helpen.”

Lees ook:

Boeren uitkopen of niet?

Agrarische bedrijven uitkopen helpt om de stikstofcrisis te bezweren. Dit dringende advies aan het kabinet roept verschillende reacties op.

De andere kerstinterviews 

Met Ilja Leonard PfeijfferRutger BregmanCora van NieuwenhuizenDaily PaperDavina MichelSjinkie Knegt en Marianne Thieme

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden