ReportageComposthoop

Deze kweker tovert zijn composthoop om tot energiefabriek: ‘Rentmeesterschap bevorderen, daar gaat het mij om’

Jan Huiberts van biologische kwekerij Dependens in Bennekom controleert de leidingen voor een nieuwe tak van zijn bedrijf: energiewinning uit bladeren.Beeld VidiPhoto

Kweker Jan Huiberts werkt biologisch, maar dat gaat hem niet ver genoeg. Hij streeft een circulaire werkwijze na. Daarom wil hij zijn composthoop omtoveren tot energiefabriek.

Op gele klompen loopt Jan Huiberts over het pad van zijn kwekerij Dependens in Bennekom. Hij kijkt opzij, over de lang­gerekte bedden vol jonge planten. Zes hectare telt het terrein. Er lijkt geen eind aan te komen. Maar dan vertraagt het geklik-klak van zijn schoeisel. Huiberts blijft staan en wijst. “Hier gaat het gebeuren.”

Er ligt een donkerbruine berg ­tegen een hekwerk aan: een grote klont van herfstbladeren. Niet alleen afkomstig van Dependens zelf, daar is het veel te veel voor. Het blad komt uit de hele gemeente. “En dit is pas de eerste lading”, zegt Huiberts. Duizend, zelfs vijftienhonderd kuub kan er nog wel bij. “Tientallen vrachtwagens vol.”

De compostering is al een eindje gevorderd. De tuingrond die daaruit voortkomt gebruikt Huiberts als voeding voor zijn planten. Van de potgrond die op grote schaal wordt gebruikt door gangbare kwekers van (pot)planten, wil deze bio-teler niets weten. “Ten behoeve van die potgrond waar tuinders hun plantjes ­fabrieksmatig inzetten, worden in Estland, Letland en Litouwen veen­gebieden afgegraven. Voor turf, het hoofdbestanddeel. Dat is dode materie die zuurstofloos in de grond zit. Kwekers vinden dat ideaal steriel spul voor in potten.”

De turfwinning is omstreden wegens vermeende ecologische schade. “Het helpt een buitenlands landschap naar zijn grootje”, zegt Huiberts. Hij wil daar geen aandeel in hebben. Vandaar dus dat de kweker zo druk is om met die grote composthoop zelf ‘nieuwe aarde’ uit boomblad te halen.

Ronde lussen

Uit de composthoop, die ruimschoots boven Huiberts uittorent, komen ronde lussen tevoorschijn. “Dat zijn ethyleenslangen, er zit ­water in”, zegt Huiberts. Hij heeft ze zelf aangelegd, als experiment. Dat een composthoop gaat broeien en warmte genereert, dat wist de kweker wel. Maar toen hij de bladerberg omwoelde, viel het kwartje pas echt. “Daar kwamen grote dampen uit omhoog. Allemaal warmte, energie dus, die zomaar verloren gaat. Ik stak mijn thermometer erin. Wat denk je? 65 graden.”

Te mooi om onbenut te laten, dacht Huiberts. “Ik zei tegen mezelf: Jan, daar moet je iets mee doen.” Het resultaat: de aanleg van de cirkelvormige slangen met water, die de warmte uit de composthoop opzuigen en vasthouden. Huiberts wandelt terug naar de voorkant van de kwekerij. Peinzend: “Nu nog bedenken hoe we die warmte mooi gaan gebruiken.”

Ideeën heeft hij genoeg, zegt hij als hij binnen in de loods onderuitzakt in een fauteuil. Als hij een buis aanlegt, kan hij de loods verwarmen met de warmte uit herfstblad, denkt hij. Maar liever nog zou de kweker de energie van de composthoop ­benutten in het kweekproces. Een kasje verwarmen zonder aardgas­gebruik, dat zou kunnen.

“We enten hier ook noten, voor nieuwe boompjes. Voor het vergroeien van de ent is warmte nodig”, zegt Huiberts. Hoe dat precies werkt is ‘een beetje geheim’. Maar de warmte van zijn composthoop zou er best een rol in kunnen spelen, hoopt hij. “Ach jongen, dat zou toch prachtig zijn…”, glundert hij.

Broeiend blad

Huiberts is vol van zijn vinding. Een totale noviteit is het benutten van energie uit broeiend blad niet, zegt hij erbij. Experimentele telers en energiebedrijven doen er al van alles mee, in zogeheten biomeilers. Dat zijn ook composthopen, met blad, stro en snoeiafval. “Ik kwam erachter dat er in Frankrijk heel wat studies naar gedaan zijn.” Daar proberen uitvinders de warmteopbrengst van een composthoop, gevuld met ringen vol water, te optimaliseren door er kleine houtsnippers aan toe te voegen. “Het is tenslotte een verbrandingsproces.”

In plaats van de energiewinning uit composterende bladeren had hij in theorie ook een aardwarmteput kunnen kiezen. “Honderdvijftig ­meter diep boren, zoiets kost je tonnen. Die heb ik niet. De composthoop kost me niets. Simpel, dat past bij mij.”

Een patent aanvragen op zijn energiesysteem zit er niet in, daar is het niet speciaal genoeg voor. Maar daar heeft Huiberts sowieso geen interesse in, zegt hij terwijl hij Guusje een aai geeft. Dat is zijn hond, die in de loods rondstruint, een springer spaniël. “Patenten heb ik niets mee. De tuinderswereld is al zo dichtgetimmerd met keuren en papierwerk. Dat stuit mij tegen de borst.” Als zijn energiefabriekje werkt, hoopt de kweker dat zo veel mogelijk collega’s zijn voorbeeld volgen.

Gifloos

“Rentmeesterschap bevorderen, daar gaat het mij om”, zegt de kweker. Zijn christelijk geloof is zijn ­motiverende kracht. “Ik wil goed omgaan met de grond die ik van God heb gekregen. Ik ga mijn grond niet verchemicaliseren.” De gifspuit heeft Huiberts nooit ter hand genomen sinds hij de kwekerij runt.

Zijn voorganger spoot wel. “Tot 2004 was ik de man met het colbertje aan, ik deed verkoop en administratie. Tot mijn compagnon stopte. In het voorjaar van 2005 stond ik voor het eerst zelf voor de taak om de planten te spuiten.” Hij begon er niet aan. “Ik kreeg al hoofdpijn bij de gedachte om die troep te spuiten.”

Dat gifloos werken interessant kon zijn voor zijn bedrijf, ontdekte hij naar eigen zeggen al snel. “Er kwam in 2005 een adviseur kijken hoe het ging met mijn spuitresultaat. Die zei tegen me: Jan, wat heb je netjes gespoten. Dus ik zeg tegen hem, ik zal jou eens wat vertellen: ik heb helemaal niets gespoten.”

Trots

Huiberts haalde de juiste keurmerken binnen en kon zich als volledig milieuvriendelijke kweker aanprijzen. Hij begon met het predicaat MPS: Milieuproject Sierteelt, een keurmerk van de Brabantse kwekerijsector. Via certificeringsorganisatie Skal haalde hij het certificaat binnen om officieel biologische kweker te heten.

Nu het milieubewustzijn in de ­samenleving groeide, kon Dependens zich daarmee onderscheiden. ‘Koop jij ook biologische tuinplanten bij mijn opa?’, staat er in plak­letters op zijn kwekersbus, naast een foto van zijn kleinzoon. Huiberts vent zijn handelsmerk trots uit.

Toch bleek het biologische segment soms grillig; het had het lastig binnen de grootschalige sector. “In 2011 waren we zo’n beetje failliet.” Huiberts besloot zijn bedrijf klaar te stomen voor de ophanden zijnde verplichting voor overheden om duurzaam in te kopen. “Ik dacht: gemeenten gaan grootschalig biologische teelt kopen.” Maar de standaard kwam ‘slechts’ op MPS te liggen, waar gif spuiten – binnen limieten – nog steeds mag. Daar kon hij met zijn bio-teelt niet mee concurreren.

Plasticvrij

Hetzelfde merkt Huiberts nu hij probeert om volledig plasticvrij te gaan werken. Ook dat past in zijn streven om zo dicht mogelijk in de buurt te komen van circulaire bedrijfsvoering. “Plastic potjes domineren de markt, je ontkomt er bijna niet aan.” Biologisch afbreekbaar plastic, daar gelooft Huiberts niet zo in. “Dat klinkt mooi, maar die biodegradable potjes breken heel traag af, of alleen bij hoge temperatuur. Dan moeten ze alsnog de afvaloven in.”

Toch vond de kweker een alternatief: potjes gemaakt van grasvezels. Maar de gemiddelde consument wil die niet, is de overtuiging van Huiberts.

Bovendien zijn milieuvriendelijke alternatieven flink duurder dan plastic. “Dan hebben we het over 24 cent tegenover 4 cent voor een plastic potje.” Voor een grote order, heeft hij nu 2500 potjes besteld van gerecycled plastic. “Dat scheelt wat. Het gaat nog steeds een beetje tegen mijn principes in. Ik wil van alle plastic af.” Maar tussenstapjes zijn soms nodig om het betaalbaar te houden, zegt hij.

Lees ook:

Veen, een omstreden ingrediënt van potgrond

Plantenvoedingfabrikant Pokon heeft eerder al eens een bio-potgrond op de markt gebracht die beter schijnt te zijn voor het milieu. Maar wat kan er nou biologisch zijn aan potgrond met afgegraven turf erin?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden