C.O. Hooijmeijer in zijn atelier.

InterviewO.C.Hooymeijer

Deze kunstenaar hoopt dat je dit artikel snel vergeet en in zijn vogels gelooft

C.O. Hooijmeijer in zijn atelier.Beeld Reyer Boxem

Disclaimer: Niet alles wat hieronder staat is waar. Wel is waar dat O.C.Hooymeijer, kunstenaar, vanaf vandaag iedere maandag een column schrijft over een niet-bestaande vogel. Met pentekeningen en oliepastels van eigen hand. Een rubriek met een vrolijke ondertoon en soms een verborgen, dubbele boodschap.

Ze vliegen steevast rond twee, drie uur ’s nachts zijn hoofd binnen, onbekende vogels met klinkende namen. Zoals de Roodkopwaterschrikkel, de Gaap, de Deense Hör, de Puntklover en ook de Kleine Mosselkraker – die, anders dan zijn naam suggereert, helemaal niet van schelpdieren houdt.

O.C.Hooymeijer, Onno voor familie en vrienden, stapt als hij in het holst van de nacht iets ziet fladderen meestal zijn bed uit om in een opschrijfboekje zijn visioenen vast te leggen. Hij maakt dan vaak ook wat schetsen van de niet-bestaande vogels die hem in de kleine uurtjes bezoeken.

Zoals de Grote Weideloper. Hooymeijer dempt zijn stem als hij dit bijzondere vogeltje beschrijft, het is alsof hij een goed bewaard geheim deelt. “De Grote Weideloper was vroeger een gewone, algemene weidevogel, net als de tureluur en de grutto. Maar deze vogel is op enig moment ondergronds gegaan. Toen boeren mest zijn gaan injecteren, Engels raaigras zijn gaan zaaien en de landbouw steeds intensiever werd, is deze vogel onder de grond een symbiose aangegaan met mollen. Hij gebruikt mollengangen om daarin zijn nestje te maken, precies op een diepte waar die mestinjectoren er niet bij kunnen. Dat is heel slim. Het komt zelfs zo ver dat de mollen soms het broeden overnemen. Dan kan de Grote Weideloper zelf gaan fourageren en de pootjes even strekken, terwijl mollen het legsel warm houden. Dat is toch heel bijzonder.’’

Kunstenaar O.C. Hooymeijer woont in Spanga, in een huis met atelier pal aan de rand van de Rottige Meente, een adembenemend Fries natuurgebied, grenzend aan Overijssel. Het is een vogelgebied bij uitstek. Ooit begon hij niet-bestaande vogels te tekenen op kerstkaarten die hij naar familie en bekenden stuurde. Ze vertelden dat ze de kunstwerkjes bewaarden. Hij besloot meer niet-bestaande vogels te verzinnen, verdiepte zich in het jargon van vogelaars en fantaseerde van alles rond zijn vogels. Hoe ze hun nest bouwen, wat hun karakteristieke roep is en hoe ze zich gedragen. En hij bedacht volksvogelwijsheden bij zijn creaties. Hij reisde langs zaaltjes om te vertellen over zijn niet-bestaande vogels. Maar dat was voordat corona kwam.

Hilarische teksten

De fascinatie voor vogels was er altijd al. In zijn jonge jaren in Vlaardingen kocht bij van zijn zakgeld de vogelgids van Bertel Bruun. Helemaal stukgelezen. Vriendjes speelden met treintjes, hij leerde de Bruun letterlijk uit het hoofd, kent nog steeds zowat alle vogels van Europa. Zijn eerste collectie inkttekeningen van vogels werd gebundeld in de ‘Kleine Gids voor niet-bestaande Vogels van Europa’. Vorig jaar kwam de tweede bundel uit, ‘De Nieuwe gids voor de niet-bestaande Vogels van Europa’, groter, dikker, met gekleurde oliepastels. Met vaak hilarische teksten, maar wel zo opgeschreven alsof het een serieus naslagwerk is.

Je zou er zo intrappen. Daar hoopt hij met zijn column in Trouw dan ook stiekem op: dat lezers gaan geloven in de niet-bestaande vogels die hij wekelijks beschrijft. “Oké, het moet in dit verhaal worden gemeld, dat ik die vogels verzin. Maar dat gaan mensen vergeten. Ik hoop dat ze denken, tjonge, de vogel die O.C.Hooymeijer nu beschrijft, heb ik van de week nog zien vliegen hier achter het huis!”

De laatste jaren is hij zich steeds meer zorgen gaan maken over het verdwijnen van bestaande vogels. Zo wil hij het liefst een monument oprichten voor de veldleeuwerik, die hard in aantal afneemt. Een plan voor een nationaal monument voor deze weidevogel ligt klaar, maar is vooralsnog niet van de grond gekomen.

Dat project komt voort uit zijn liefde voor vogels. “Vaak zie ik hier in dit natuurgebied hele zwermen ganzen gakkend overvliegen. Die praten met elkaar. Ik vraag me dan af wat ze tegen elkaar zeggen. Zeggen ze: ‘Ga jij nou effe voorop vliegen, ik word moe’? Of ‘Straks duiken, er komt een hoogspanningsmast aan’? Ik weet niet of daar ooit studie naar is gedaan. Je ziet vaak dat er net een hele groep ganzen is gepasseerd en dat er dan minuten later nog één gans luid gakkend achteraan komt. Dan denk ik: heeft ie zich verslapen? Of zou dat het lulletje van de groep zijn? Of misschien denkt ie wel, ‘Laat mij lekker alleen vliegen, ik heb helemaal geen zin om in zo’n grote groep te zitten’. Zulke gedachten spelen dan door mijn hoofd.”

Hij kreeg onlangs ’s nachts de Gaap op bezoek, een wat verstrooide, slaperige, in de verborgenheid levende vogel. “Die gaat heel stil zitten in de zogenaamde gaaphouding. Met een opengesperde, knalrode, kleverige bak lokt hij zijn prooi. Insecten, soms zelfs dikke sprinkhanen, vliegen zo naar binnen.”

Roodsnavelzwenk

Hij bladert door zijn notitieboekje. “Hier, de Heideloper, die kleurt mee met de bloeiende heide, dus is op een gegeven moment prachtig paars. En deze, de Deense Hör. En de Kleine Dradenmaker, die heb ik in Beetsterzwaag gezien. Die spannen webben om nachtinsecten te vangen. En kijk, de Kleine Mosselkraker, heel bijzonder, die houdt helemaal niet van schelpdieren. Waarom ‘ie zo heet, is mij nog niet duidelijk.”

Zijn schetsboekje staat vol met vogels, die onverhoeds kwamen binnen vliegen in de nacht. “Hier, dit is een hoenderachtige, ik weet zijn naam nog niet, maar wel dat hij veel bessen eet in het najaar. Die vruchten zijn dan aan het fermenteren en die vogel wordt straalbezopen. Of deze: het flink gespierde mannetje van de Roodsnavelzwenk. Om vrouwtjes te imponeren, vliegt hij in volle vaart tot bloedens toe tegen palen of rotswanden. Met een beetje fantasie herken je in dit exemplaar de opgepompte spierbonk op de sportschool. De lezer zal het gaan merken: niets menselijks is mijn vogels vreemd.’’

Een directe boodschap heeft hij niet. “Ik maak me wel zorgen natuurlijk. Neem corona, dat virus heeft ook gevolgen voor mijn vogels. De Bermfluiter bijvoorbeeld, die zat vroeger in bermen langs boerenwegen, maar omdat deze langzaamaan zijn verdwenen, zijn Bermfluiters jaren geleden al uitgeweken naar de bermen van snelwegen, waar ze leven van insecten die door het verkeer zijn doodgereden. Soms als er een file staat pikken ze de insecten zelfs van de ruitenwissers. Ik heb onderzoek gedaan, tussen Wolvega en Heerenveen zat vorig jaar nog een hele kolonie. Er was daar altijd veel verkeer, maar door corona is dat enorm afgenomen. Met als gevolg veel minder voedselaanbod, waardoor er dit jaar direct al veel minder broedgevallen waren. Hetzelfde geldt voor de Puntklover. Een echte stadsvogel, die van etensresten bij patat- en oliebollenkramen leeft. Nou, je ziet ‘m bijna niet meer in Leeuwarden.”

De Wonderlijke Vogelwereld van O.C. Hooymeijer moet de naam van zijn rubriek worden, vindt hij. “Ik wil de lezer natuurlijk het liefst een beetje op het verkeerde been zetten. Dat ze gaan denken, joh, moet je dit lezen, over de Sneeuwduif: die broedt z’n eieren niet uit, nee, die laat ze juist koud liggen en door de vorst worden ze uitgebroed. Dat is toch bijzonder?”

Hij hoopt dat lezers dit artikel snel vergeten en gaan geloven in zijn niet-bestaande vogels.

Lees ook: 

Deze kunstenaar maakt zich druk om wel- en niet-bestaande vogels en wil een monument oprichten voor de bedreigde leeuwerik

Kunstenaar 0.C. Hooymeijer wil een monument voor de veldleeuwerik met de tekst: ‘ooit een algemene zangvogel in Nederland. Nu (bijna) uitgestorven.’

De veldleeuwerik kiest het luchtruim voor zijn hitsig gejodel

Vogels maken geluid. Mooi of lelijk, althans voor de mens die het als waarnemer ervan als zodanig kan ervaren. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden