null

KlimaatGedichten

Deze klimaatgedichten moeten de wereld verbeteren

Beeld Fadi Nadrous

Een collectief van 130 woordkunstenaars schrijft gedichten over de klimaatcrisis. Ze willen hun lezers betrekken, wakker schudden, waarschuwen. Maar vooral ook: hoop bieden.

Het idee voor het schrijven van klimaatgedichten ontstond direct nadat corona uitbrak. De Vlaamse dichter Moya De Feyter (27) zou meedoen aan een symposium over de vraag ‘Kan kunst het klimaat redden?’ Afgeblazen natuurlijk. “Dus heb ik me zo ongeveer de hele lockdown afgevraagd of kunst het klimaat kan redden of niet.” In Amsterdam, waar ze in schrijfresidentie verbleef. “Een spookstad”, zegt ze, omdat alles op slot ging.

Het antwoord op die vraag, over kunst als reddingsboei voor het klimaat, was haar nog niet volledig duidelijk. Maar dát woordkunst iets kan betekenen, om mensen aan het denken te zetten, daarvan was ze overtuigd. Logisch vervolg: aan het schrijven dan maar. Uitproberen wat een klimaatgedicht zou kunnen bijdragen aan bewustwording. “Je kunt niet beweren dat kunst het klimaat kan redden en dan vervolgens in je eentje aan een reeks hermetische liefdesgedichten gaan werken.”

Dus begon ze met klimaatpoëzie. In haar uppie, tijdens de thuisisolatie. Maar omdat iedereen aan huis gekluisterd was, achter schermen en online, wist ze al snel collega-dichters te betrekken. “Bijna iedereen wilde meedoen, de mail verspreidde zich, de ideeën stroomden binnen.” Het opzetten van een collectief lag binnen handbereik. “Via een vriendin en collega-dichter, Debra Watson, wist ik dat Poets or the Planet bestond, een in Londen opgerichte gemeenschap van dichters die hun stem verheffen voor het klimaat. Dat maakte het heel eenvoudig: ik zou alles in het werk stellen om een Nederlandstalige variant op te richten.”

we zijn onze welpen kwijt

er klinkt geweeklaag, ik geloof niet meer
in het hier dat een gooi naar de toekomst doet
in de zure regen met mijn bordjes hoog zie ik

een heel oud vliegtuig houdt zichzelf ronkend hoog
daar is wel een draagvlak voor, we planten
lage boompjes om gewetens te stillen

we geven feestjes en trekken rouwgewaden aan
drinken duurzame limonade uit eerlijke bekers
we staan samen op een plaat, hij wordt
steeds heter we moeten dansen sneller

bescherm je pels of word onderweg geveld
deel en red de koala in een handomdraai
wat er al was krijgt een naam en bestaat nu

met een potloodlijn duid ik de oorzaak aan
in de kranten die me tegensprekende talen geven
pers leert mij weinig meer, ik schrap de klanken

één voor één, ministers stoppen dochters onder dons
op de noordpool zakt een ijsbeer langzaam in
hij is zijn kinderen kwijt, net als wij

Leonie Moreels

Zwemlessen voor later

De teller staat op 130 aangesloten dichters, uit België en Nederland. Ze delen hun klimaatgedichten, ze overleggen online op Zoom. Een kerngroep van tien dichters organiseert het contact en de activiteiten van het collectief. Een gezamenlijke dichtbundel is in de maak, die wordt in november verwacht. Titel: ‘Zwemlessen voor later’. In die naam is de kern van klimaatpoëzie te vinden. Zwemlessen, die hebben we blijkbaar nodig later. Zou het zo uit de hand lopen met de opwarming van de aarde, dat door de zeespiegelstijging straks alles onderloopt? Ondanks de dreiging die daaruit spreekt, geven zwemlessen hoop op redding. Die neem je als voorbereiding, om het hoofd boven water te houden.

Beide ingrediënten – angst en hoop – zouden in een klimaatgedicht aan de orde moeten komen, denkt De Feyter. “Mijn indruk is dat de meeste tot dusver verschenen klimaatpoëzie nogal apocalyptisch, donker en cynisch is. De mens als massavernieler. Ik zou het mooi vinden om met ‘Zwemlessen voor later’ ook iets anders te tonen: de weerbaarheid van de natuur, het vermogen van mensen om zich aan te passen.” In een gedicht schrijven hoe de mens de aarde, de hele ecologie, vernielt is volgens De Feyter relatief makkelijk, een uitlaatklep. “Het is heerlijk om zoiets op te schrijven.” Een perspectief bieden op hoe het beter, milieuvriendelijker kan is een ander verhaal. “Hoop bieden is gewoon hard werken”, zegt ze. De groep roept alle Nederlandstalige dichters en spoken word-artiesten op om zich aan te sluiten.

te

te waar dan te hier ach te duurzaam te duren
te natter te droger te technisch te sturen
te weten dat alles te economie dan
te plan plan plan plan plan
te plan plan rapport
te kort dag
tekort

Joke van Leeuwen

In een gezamenlijk manifest laten de leden van het collectief zien waar ze voor staan. “We zijn lyrisch over de natuur en ziedend over de destructie. We zetten de schoonheid van de taal in voor bewustwording.”Of en hoe klimaatgedichten iets kunnen betekenen voor het klimaat, dat is afwachten. De Feyter is daar positief over. Krantenberichten over smeltende poolkappen lijken op veel mensen weinig indruk meer te maken. Alarmbellen over hitte, klimaatvluchtelingen of verdrinkende eilanden net zo min, denkt De Feyter. 

Mensen lijken niet in staat om verder dan de duur van hun eigen leven te kijken

“Om de een of andere reden sluiten we ons emotioneel af voor de klimaatcrisis. Misschien is de angst te groot? Het drama zo overweldigend dat we niet in staat zijn het te voelen? De kennis is er, de voorspellingen zijn er, het wetenschappelijk bewijs laat niets aan het toeval over. En toch dringt het niet door. Misschien zijn mensen echt niet in staat om verder dan de duur van hun eigen leven te kijken? Maar dan zou je toch verwachten dat tenminste iedereen met kinderen en kleinkinderen klimaatactivist is? Ik heb me er het hoofd al over gebroken.

Welaan nu dit, ons leven

We wentelden winkelden schoven alles door de dagen stapelden
we op huisvuil, de uren gingen scheep met uitgezwaaide spullen
we haalden plastic rozen in we versierden de glazen wanden
van ons spiegelparadijs we zagen schoonheid in onze verbloemde

ogen we zagen wit als krijt en bliezen zonnekanonnen leeg
op onze huid we moesten iets fatsoeneren we moesten ergens
zijn om ons een mens te weten we klikten ons ego aan
we knipten met onze vingers de mijnen leeg

de kinderen schreeuwden om een toekomst. We zeiden:
leef nu. Betaal later alles terug. De renteloze lente
kleurt zo fijn bij de kurkdroge zomerwijn!
We zouden jou toch niets aandoen.

Investeer in nieuwe wegen. Plastificeer
je benen zet ze tussen de wielen. We rijden.
De wereld ligt voor ons open. Bloed gutste
uit de tropen. Ijsblokken smolten in onze cola.

De beren op de weg werden uiteengereten.
Lapjeskatten verzamelden reepjes stof.
Woestijnen smoorden in olie
en alle zachte woorden raakten op.

Hoe zetten we ons verstand in als statiegeld
Ruilen we wegwerpgebaren voor een toekomst
Kronkelen we langs bochten naar de ondergaande zon?
De weg is lang. De weg is lang.
We kunnen haar begaanbaar maken.

Martin M Aart de Jong

“In ieder geval zit de kracht van poëzie in de concentratie en het stilzetten van de tijd. Mensen dwingen om te stoppen, te kijken en te voelen. Dat leerde ik van de Britse Poets for the Planet. In een interview vertellen ze dat ze zich verzetten tegen het effect van climate anxiety, het idee dat de klimaatcrisis te overweldigend is om er iets aan te doen en dat mensen zich daardoor afkeren van de informatie. Ze geloven dat poëzie kan helpen om mensen opnieuw in contact te brengen met hun initiële gevoelens van ontsteltenis, want die zijn nodig om in beweging te komen.” Dat is nu ook het antwoord van De Feyter, op die vraag, of kunst het klimaat kan redden.

Nou ja, helemaal redden? “Ik geloof niet dat dat nog kan. Maar ik geloof wel, of wil en zal geloven, dat we als mensheid in staat zijn om onze structuren en gewoontes aan te passen ten gunste van de planeet, en dus ten gunste van de volgende generaties. Ik ben ervan overtuigd dat de poëzie een cruciale rol speelt in het leren denken voorbij het rationeel verstaanbare, voorbij dat wat op dit moment mogelijk is, in deze versie van de werkelijkheid.”

Niet de aarde niet de vissen

We geven vorm aan het overschot, we zijn
de vorm die het overschot heeft aangenomen
we richten ons overschot met schaarste in

we zijn met onze woede, liefde en stompzinnigheid
de eersten niet, we zullen in alle nederigheid
de laatsten niet zijn, we kwamen eigenlijk net kijken

en blijven niet als het nagekeken perron, niet als
verwaaide reizigers, niet als een voortrazende trein
maar simpelweg als de wind, als een opwenteling

achter, we zijn een fase, waarna de wormen en vissen
verwonderd omhoog en om zich heen kunnen kijken
en verwilderd aan het herbevolken slaan, we zijn

de vorm die het overschot heeft aangenomen
we richten ons overschot met schaarste in, we zijn

in de loop van de millennia een verwaarloosbare schade,
maken ons wentelend in weelde vanzelf weer ongedaan.

Thomas Möhlmann

Lees ook: 

Klimaatzorgen leiden in elk geval tot uitbreiding van de woordenschat

Deze week staan het klimaat en de noodzaak tot verduurzaming weer eens op de agenda. Dat raakt ook de woordenschat

Gaat keiharde klimaattaal de strijd tegen global warming beslissen?

Vervang het neutrale ‘klimaatverandering’ door ‘klimaatcrisis’ om te laten zien wat er werkelijk aan de hand is. Het is een trend in taalgebruik, maar het effect zal nog moeten blijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden