InterviewDuurzame jongeren

Deze jongeren werken aan een duurzame toekomst, met ruilkleding en betonmos

 Monique Drent van The Swapshop. Beeld Patrick Post
Monique Drent van The Swapshop.Beeld Patrick Post

Hij is er weer, de Duurzame Jonge 100. Een jaarlijkse lijst van honderd mensen van 32 jaar of jonger met duurzame initiatieven en inspirerende visies. Donderdag is de achtste keer dat deze lijst wordt gepresenteerd.

Op basis van puntenscores van de jury is de DJ100 samengesteld uit 200 nominaties. Hierbij keek de jury naar impact, visie, innovatie en inspiratie. De lijst kent een diverse samenstelling met ondernemers, studenten, scholieren en young professionals. “Onder de aanmeldingen waren dit jaar onder andere veel mensen die invloed op het milieu willen meten met tools en apps. Zodat je zeker weet dat je daadwerkelijk iets goed doet. Greenwashing aanpakken en duurzaamheid meetbaar willen maken, dat vind ik tof om te zien”, stelt Vivian Toemen. Zij is de organisator van de lijst voor SustainableMotion, een projectbureau dat zich bezighoudt met duurzaamheidsprojecten met jonge mensen. . “Het is nadrukkelijk geen ranglijst, het gaat er niet om de beste te zijn. We willen meegeven dat het sowieso goed is als je jong bent en met een duurzaam initiatief bezig bent.”

Wat voor invloed heeft het om op de lijst terecht te komen? “Heel veel, als je mensen die eerder op de lijst hebben gestaan mag geloven. Het is toch een soort label, mensen weten dat ze jou kunnen benaderen voor samenwerkingen en dat gebeurt dan ook”, vertelt Toemen. Dankzij naamsbekendheid ontstaan er meer mogelijkheden om ideeën in de praktijk te brengen. Ook voor netwerken met andere DJ100’ers en elkaar daarmee te helpen is het handig om in de lijst te staan.

Vorig jaar werd de lijst online bekendgemaakt met een 360 gradencamera. Het programma is dit jaar weer online, maar zonder de 360 gradencamera en geïnteresseerden kunnen vanavond om 8 uur meekijken via YouTube. In december is het de bedoeling om een fysiek evenement te houden waarbij zo veel mogelijk mensen worden uitgenodigd om aanwezig te zijn. Dan wil Toemen de resultaten van een brainstormtraject van drie dagen met verschillende DJ100’ers gaan presenteren.

Monique Drent begon The Swapshop

Een T-shirt dragen we in Nederland gemiddeld zo’n vijf keer voor we het afdanken en iets nieuws kopen, terwijl het vaak nog goed is. Het is nogal een schokkende openbaring van Monique Drent (30). In 2017 begon zij daarom haar kledingruilwinkel The Swapshop. Haar doel is om de levensduur van kleding te verlengen en daarmee de vervuiling en verspilling van de kledingindustrie te verminderen. “We willen mensen bewust maken van het effect van hun consumptiepatroon en hun gedrag veranderen, door een heel simpel en leuk alternatief te bieden voor het kopen van nieuwe kleding”, vertelt Drent.

Ze hoopt dan ook dat fast fashion uiteindelijk uit het straatbeeld verdwijnt en dat kleding swappen de norm wordt. Zelf stopte Drent ongeveer zeven jaar geleden met het kopen van nieuwe kleding. Op reis in het buitenland moest ze het een halfjaar lang doen met een backpack van tien kilo. Toen ze terugkwam hing haar kledingkast vol met ongebruikte items. “Ik had veel jurkjes die ik eigenlijk nooit aandeed omdat een jeans toch net iets comfortabeler was”, legt Drent uit. Ze besloot om geen nieuwe kleding te kopen tot ze alles minstens een keer had gedragen. “Na drie jaar was ik nog steeds niet op dat punt, en was ik bepaalde kleding zo spuugzat dat ik dacht: hier moet ik iets mee”, vertelt Drent lachend.

Armchair activist

Ze begon met vriendinnen kleding te ruilen. Toen de dozen kleding zich begonnen op te stapelen, begon ze openbare kledingruils te organiseren. Omdat dit ook steeds meer aansloeg, koos ze ervoor een start-up te beginnen, geïnspireerd door haar masteropleiding sociologie. “Ik kwam daarin de term armchair activist tegen, iemand die vanuit zijn luie stoel informatie deelt maar uiteindelijk niet veel verandering teweeg brengt. En ik dacht: dat ben ik, maar ik wil juist wél impact maken.”

Dat doet Drent nu via de Swapshop, met twee winkels in Rotterdam en een in Amsterdam. Voor het inleveren van kleding in de winkel ontvangt de klant swaps, een soort waardepunten waarmee kleding in de Swapshop gekocht kan worden met korting. Het aantal swaps hangt af van het type item en de kwaliteit of zeldzaamheid. Mensen kunnen swaps direct uitgeven maar ook bewaren in een app. De Swapshop neemt alle kleding die binnenkomt aan en geeft daar ook altijd swaps voor. “Ik wil dat iedereen de mogelijkheid heeft om te swappen. Kleding die we niet kunnen verkopen, gaat naar de kledingbank of wordt gebruikt om vilten tassen van te maken, die we ook verkopen”, vertelt Drent.

Mensen reageren enthousiast op het concept van de Swapshop. Drent denkt wel te weten hoe dat komt. “We zorgen voor een soort multiple feelgood-gevoel. Van je kledingkast opruimen word je natuurlijk al vrolijk. Als je vervolgens jouw oude kleding inlevert, daar punten mee verdient en met een beetje geluk ziet dat je iemand anders blij mee maakt, dan heb je al helemaal het gevoel dat je iets goeds hebt gedaan. En als je met die punten iets leuks kan scoren, wordt je er nog vrolijker van. Ik vind dat heel leuk om te zien”, zegt Drent.

Mark de Kruijff bedacht bioreceptief beton

Van saai beton toch iets leuks maken, zodat je de natuur kunt terugbrengen in de stad. Mark de Kruijff (27) wist een oplossing. Samen met onderzoekers Henk Jonkers en Marc Ottelé bedacht hij een recept voor bioreceptief beton. Dit beton faciliteert de groei van mos. De Kruijff wilde een manier vinden om de leefsituatie in de steden te verbeteren en begon een zoektocht om dit systematisch aan te kunnen pakken. Mos biedt hiervoor een oplossing. Door steden te vergroenen met mosgroei kunnen hittestress, wateroverlast, slechte luchtkwaliteit en het verlies van biodiversiteit worden tegengegaan. Met zijn start-up Respyre wil De Kruijff zijn recept laten gebruiken door partners en bedrijven.

Mark de Kruijff Beeld
Mark de Kruijff

“Je kunt niet maar parken blijven betrekken. Groene daken en levende gevelsystemen zijn mooi, maar vaak duur en complex. We besloten dus om juist een stapje terug te doen en bouwmaterialen direct bioreceptief te maken. Zodat die direct een drager kunnen zijn voor de natuur”, vertelt De Kruijff. Beton wordt nog steeds veel gebruikt, dus dat materiaal wilden we verduurzamen om het zo circulair mogelijk in te kunnen zetten en er mos op te laten groeien. Samen met de onderzoekers keek De Kruijf waar mos nu al op beton voorkomt en hoe ze dat konden sturen.

Mos is bij uitstek geschikt om steden te vergroenen. Het heeft namelijk - in tegenstelling tot andere planten - geen wortels maar rizoïden oftewel wortelharen. Die hechten zich aan een oppervlak vast zonder de grond in te dringen. “Als een soort klittenband dus eigenlijk”, legt De Kruijff uit. De rizoïden halen water en voedingstoffen niet uit de ondergrond maar uit de omgeving. Daardoor wordt het beton niet aangetast en blijven gebouwen onbeschadigd. Mos is bovendien ontzettend veerkrachtig en heeft nauwelijks onderhoud nodig.

Mos werkt als een spons

Het creëren van mosgroei in steden heeft meerdere grote voordelen. De rizoïden onttrekken fijnstof, stikstof, ammonia en CO2 aan de lucht, die daarmee wordt schoon gemaakt. Mos werkt bovendien als een soort spons vanwege het hechte bladerdek. Als het heel hard regent, zuigt mos tot wel vijf liter water per vierkante meter op en overstroomt het riool minder snel. Mos houdt water goed vast, dus als het opeens heel heet wordt kan het dit water actief verdampen. “Dan krijg je verdampingskoeling en zorgt het ervoor dat je stad minder opwarmt”, vertelt De Kruijff. Ten vierde kun je tot wel veertig soorten mos op een ondergrond aantreffen. Dat biedt een habitat voor insecten, waar vogels vervolgens op afkomen. Zo keert de natuur op eenvoudige manier terug in de stad. “Dat zijn vier elementen die mos kan leveren waar we nu last van hebben: slechte luchtkwaliteit, wateroverlast, hitte en het verlies van biodiversiteit”, legt De Kruijff uit.

Hij benadrukt de substantiële invloed van veel groen in de stad. “Er zijn wel onderzoeken geweest waaruit blijkt dat als je 20 of 30 procent van de stad bedekt met groen je op hete zomerdagen wel 8 tot 10 graden verkoeling kan hebben. Als je kijkt hoe wij in de zomer de stad uitvluchten naar het strand of vakantiehuisjes, dan heeft dat natuurlijk ook te maken met dat het gewoon oncomfortabel heet is in zo’n stad. We voelen het aan: dat die hitte blijft hangen is een beetje foute boel. Dat zien we gelukkig met z’n allen, maar we moeten er wel oplossingen voor verzinnen”, zegt De Kruijff.

Lees ook:

Groen, jong en toonaangevend: de Duurzame Jonge 100

Van eigen ondernemingen tot posities bij de VN: Nederlandse jongeren die zich bezighouden met duurzaamheid zitten bepaald niet stil. Een lijst van honderd van deze jongeren, de Duurzame Jonge 100, wordt donderdag voor de zevende keer gepresenteerd.

Ze zijn er weer, de Duurzame Jonge 100. Wat drijft deze groene koplopers? ‘Het is een privilege om in deze markt te mogen werken’

De jonge generatie in de duurzaamheidswereld wordt gerangschikt in de Duurzame Jonge 100 van SustainableMotion, de tegenhanger van Trouws Duurzame 100. Wat betekent het om als jonge ondernemer of inspirator idealen verder te brengen? Vier portretten van genomineerden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden