Deze dierenfabriek levert beesten op maat

Hypor Libra, een van de varkenssoorten uit de catalogus van Hendrix Genetics. Beeld hendrix genetics

Wat kan een boer aanpassen om duurzamer te werken? Zijn stallen, zijn veevoer en zelfs: zijn dieren. Hendrix Genetics fokt dieren op maat. Een miljoenenbusiness.

De kantoorvilla van Hendrix Genetics in Boxmeer is opgetrokken uit baksteen. In het halletje bij de receptie hangt boven de deur een crucifix. Het doet gemoedelijk Brabants aan. Maar op de vloer ligt marmer, voor de deur staat een Tesla en op het parkeerterrein een BMW. In hemdsmouwen komt Johan van Arendonk aanlopen, een lange man met grijzend haar. Zuidelijke tongval. Hij gaat voor naar een bescheiden bijgebouw aan de andere kant van het parkeerterrein. Achter een glazen wandje bevindt zich zijn kantoor. Van Arendonk heeft een lange loopbaan achter de rug in Wageningen. Tot drie jaar geleden was hij hoogleraar fokkerij en genetica. Nu staat er op zijn visitekaartje: ‘Chief Innovation & Technology Officer’. “Ik ben verantwoordelijk voor onze lijnen en ­producten”, zegt hij.

Die producten zijn dieren. Meer precies: fokdieren van bepaalde rassen en met specifieke kenmerken. Hendrix heeft kippen, varkens en kalkoenen. Maar ook zalmen, forellen en garnalen. En vliegen. Het bedrijf, dat teruggaat tot 1923, heeft stallen, broederijen, kwekerijen en laboratoria in 25 landen. Er werken 3500 mensen. Hendrix heeft een jaaromzet van ongeveer 550 miljoen euro. Beesten fokken is big business.

“Je mag ons vergelijken met een autofabrikant”, zegt Van Arendonk. “We hebben een catalogus met modellen. Daarbinnen kunnen we variëren, naar gelang de wensen van de koper.” Een kip die extra stevige eieren legt? Kan geregeld. Een varken dat extra veel biggen kan krijgen? Is mogelijk. Een snelgroeiende zalm? Zo u wilt.

Een bezoekje aan een fokstal of broederij is niet zomaar mogelijk – een meegebracht griepje kan kapitale schade aanrichten. Maar wat er in de fokkerij mogelijk is, hoe de mens het dier naar zijn hand zet en waar de grens ligt tussen techniek en ethiek, daar wil Van Arendonk best over vertellen. Hij neemt de diersoorten een voor een door.

Beeld Suzan Hijink

De kip

“Wij hebben zes kippenprogramma’s. Voor kippenboeren zijn verschillende kenmerken belangrijk: hoeveel eieren legt een kip gedurende haar leven? De eerste achttien weken legt ze nog niet, maar heeft ze wel voer nodig. Hoe langer een kip leeft en eieren legt, hoe lager de voederkosten per ei worden. Zo’n economische wens is een criterium bij het fokken.

Kip uit de catalogus van Hendrix Genetics

“Een andere kwestie is ongewenst gedrag van dieren. Kippen verwonden elkaar met hun snavels, in hun pikorde zijn ze kannibalen. Om dat gedrag tegen te gaan, werden altijd meteen na de geboorte de puntjes van de snavels weggebrand. Dat is inmiddels verboden, uit een oogpunt van dierenwelzijn. Er bestaan wel kippenrassen die zulk pikgedrag veel minder vertonen, dus die eigenschap zijn we gaan infokken. Maar dat moet dan weer niet ten koste gaan van de productiviteit van de kip. Een verbetering van de ene eigenschap van het dier kan leiden tot een verslechtering van een andere eigenschap. Het is zoeken naar het optimum.

“Wat mensen zich misschien niet realiseren, is dat duurzaamheidseisen ook gevolgen hebben voor de dieren zelf. Je kunt bijvoorbeeld stellen dat je geen veevoer moet verbouwen op grond waarop ook menselijk voedsel kan groeien. Alleen de overgebleven resten van het menselijke voedsel zouden dan naar de kippen gaan. Maar gedijt een kip die nu vooral graan krijgt wel goed op die restjes? Vermoedelijk niet. Wij willen bijdragen aan verduurzaming van de voedselvoorziening, dus ontwikkelen we nieuwe dierrassen die daarbij passen.”

Vliegen

Insecten worden gezien als een bron van eiwit van de toekomst. Hendrix Genetics, zegt Van Arendonk, is daarom gaan samenwerken met insectenkweker Protix. De ene partij heeft verstand van insecten, de andere van dierveredeling.

De kalkoen

“Niet lang geleden werden we benaderd door een groep Nederlandse kalkoenenfokkers”, vertelt Van Arendonk. “Zij wilden zich onderscheiden met het Beter Leven Keurmerk. Van de Dierenbescherming hadden ze vernomen dat ze het keurmerk kunnen krijgen als de kalkoenen minder snel groeien. Het bleek dat daarvoor een ander type dier nodig is, want het gangbare kalkoenenras groeit van nature te snel voor het keurmerk. Wij hadden in onze portfolio twee rassen die wellicht voldeden aan de voorwaarden van de Dierenbescherming. Het ene is inmiddels erkend, het andere wacht op goedkeuring. Maar: die langzamer groeiende kalkoen heeft wel meer voer nodig. Dus kijken we nu of we de sterrenkalkoen op dat punt, voerefficiëntie, verder kunnen verbeteren.”

Zalm, forel en garnalen

In de aquacultuur, zegt Van Arendonk, leeft als voornaamste wens dat de gekweekte dieren bestand zijn tegen de omstandigheden in het water. Zoveel mogelijk dieren moeten overleven – om het dierenwelzijn en omdat ze een inkomstenbron zijn. Binnen een aanvaardbare tijd moeten ze hun eindgewicht bereiken, met vlees van goede kwaliteit. “We meten welke families goed bestand zijn tegen ziektes. Sinds de zalmkwekerij eind jaren zeventig begon, is het dankzij fokkerij en selectie gelukt de zalm een stuk sneller te laten groeien: ze bereiken nu in de helft van de tijd hun eindgewicht. Er zijn maar ongeveer tien generaties zalmen nodig geweest om dat voor elkaar te krijgen.”

Varken ‘Hypor Magnus’ uit de catalogus van Hendrix Genetics Beeld hendrix genetics

Het varken

Johan van Arendonk: “Ik ken de discussie over biggensterfte. Vorige week was het nog op tv: het percentage biggen dat sterft in Nederlandse stallen is de afgelopen tien jaar gestegen. Maar de toomgrootte, dus hoeveel biggen een zeug per keer werpt, is ook gestegen. Op beide factoren kunnen we fokken. We kunnen een vruchtbaar varken leveren dat zoveel mogelijk biggen baart, en dat voldoende tepels en melk heeft om veel jongen te voeden. Ook kunnen we een zeug fokken die minder, maar sterkere biggen krijgt, met een hoge overlevingskans.

“Technisch gesproken zie ik nog geen grens aan het aantal biggen dat een zeug kan werpen. Maar als er morgen een groep afnemers vraagt om een varken dat 35 biggen per keer krijgt, is het niet gezegd dat wij zo’n dier gaan fokken. Wij zullen eerst kijken welk sterftepercentage zo’n toomgrootte geeft. Het dierenwelzijn moet niet in het geding komen. Aan de andere kant: wij kunnen wel een varken fokken met een maximale overlevingskans voor de biggen, maar vinden de boeren de toomgrootte die daarbij hoort voldoende? Als wij te ver voor de muziek uitlopen, verkopen we onze producten misschien niet meer. Wij leveren naar wens, net als een autofabriek. Maar niet álles is mogelijk. Een auto met vijf wielen wordt niet gemaakt.”

Is gene editing de toekomst?

Hendrix Genetics fokt dieren door beesten met verschillende eigenschappen met elkaar te kruisen. Dat is een relatief traag proces, dat sneller zou verlopen als de gewenste eigenschap bereikt werd door in de genen van het dier een verandering aan te brengen. In Nederland gelden evenwel zeer strenge regels voor genetisch gemodificeerde producten. Plantenveredelaars en veefokkers zijn enthousiast over de Crispr-Cas-techniek, waarbij genetische veranderingen worden aangebracht zónder dat er soortvreemde genen in het organisme worden gebracht. Vorige zomer oordeelde het Europese Hof in Luxemburg echter dat Crispr-Cas een vorm van genetische modificatie is, en dat hiervoor dus de bestaande strenge regels gelden.

Johan van Arendonk vindt die uitspraak ‘jammer’. In de Verenigde Staten onderzoekt Hendrix een toepassing van Crispr-Cas (ook wel: gene editing) bij varkens: wellicht kan een genetische wijziging ervoor zorgen dat een mannetjesvarken (beer) niet geslachtsrijp wordt. Dat zou als voordeel hebben dat het vlees van dit varken geen ‘berengeur’ krijgt bij de bereiding. Nu nog worden beren voor dit doel gecastreerd; die ingreep zou dan overbodig worden.

Van Arendonk: “Bij onze fokprogramma’s passen we nu nog geen gene editing toe. Voorlopig kunnen we vooruit met de natuurlijke variatie in eigenschappen. Maar in de toekomst zou een techniek als gene editing wenselijk kunnen zijn. Je moet daar heel terughoudend mee zijn, omdat we niet precies weten wat de neveneffecten van een bepaalde genetische verandering zijn. Maar al met al vind ik: we moeten ervoor openstaan.”

Lees ook: 

Wie plukt de vruchten van gentech?

Genetische modificatie is volgens de een probleem en volgens de ander een oplossing. Een in Wageningen gekweekte appel belooft extra gezond en lekker te zijn. Toch hoopt Greenpeace dat we die nooit zullen eten.

Filosoof Michiel Korthals: We stellen veel te weinig vragen bij ons eten

We zijn vervreemd van ons voedsel en beseffen te weinig dat de productie ervan morele vragen oproept, zegt filosoof Michiel Korthals. ‘Laten we meer vragen stellen bij ons eten.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden