De Zeeuw anders naar het water leren kijken

De dijk bij Den Bommel aan het haringvlietmeer. Bij de watersnood van 1953 vielen in Den Bommel negen slachtoffers.Beeld Arie Kievit

Zestig jaar na de Watersnoodramp groeit het besef dat een drastische afsluiting van de Zeeuwse delta niet de beste oplossing was. Er wordt weer gesproken over een open verbinding met de zee. Zeeuwen, Zuid-Hollanders en West-Brabanders maken zich vooral zorgen over hun veiligheid.

Wind en water, ja. Maar de vlaggen wapperen kalm, de zee kabbelt, het grauwig wit en flets blauw van de lucht gaat bijna naadloos over in de grijze golven. Schouwen-Duiveland eind januari, de rust van de winter beneemt je de adem.

Een schoolklas luistert in het eerste caisson van het Watersnoodmuseum naar de uitleg van een oudere vrijwilliger. Iemand die de ramp van 1953 heeft meegemaakt, dat spreekt tot de verbeelding na het bekijken van de vele foto's en de lange lijsten verdronkenen waarop opvallend vaak dezelfde namen staan; hele families, meerdere generaties, veel kinderen ook, met leeftijden die horen bij de basisschool. 1953 lijkt zo ver weg, maar hier komt het angstvallig dichtbij.

'Wij zijn slecht voorbereid op een nieuwe overstroming'
Dat geldt zeker voor de simulatie in 3D, waarbij de kijkers het water op zich af zien komen. Net echt. En wat doe je dan? Vluchten heeft geen zin, daarvoor stijgt het peil te snel, gaat de stroom te hard. Zelfs de auto biedt geen uitweg, zo bleek nog maar drie maanden geleden in New York, waar superstorm Sandy huishield. "Je kunt beter op zoek gaan naar een hogere plek in huis of in de buurt", zegt museumdirecteur Siemco Louwerse.

En dan wachten. "Want reken er maar niet op dat je mobieltje dan nog werkt", zegt Louwerse. Minister Schultz van Haegen waarschuwde vorig weekeinde nog in de Volkskrant dat we met z'n allen slecht zijn voorbereid op een nieuwe overstroming. Wie heeft er een waterdichte ton in huis, met daarin een overlevingspakket? In zestig jaar zijn we wel zo'n beetje over de schrik heen; de nonchalance slaat toe.

Toch zien Zeeuwen het water nog steeds als bedreiging, niet als vriend, zegt Karla Peijs beslist. De commissaris van de koningin neemt volgende week afscheid van Zeeland, met een boodschap: "Ik zie het als opdracht aan het bestuur om duidelijk te maken dat samenwerken met het water effectiever is dan steeds maar hogere dijken bouwen. We moeten niet het land, maar de zee veilig maken. De Deltawerken worden internationaal gezien als achtste wereldwonder. Wij zijn toe aan het negende."

Als voorbeeld noemt de commissaris het project Waterdunen, waarbij voor de kustversterking van Zeeuws-Vlaanderen een strook langs de Westerschelde wordt heringericht voor natuur en recreatie; een 'getijdenduiker' laat straks een beperkte hoeveelheid zeewater het gebied in- en uitstromen, waardoor slikken en schorren ontstaan met allerlei vormen van leven dat weer trekvogels aantrekt, die komen foerageren. "Zout water het land inlaten, dat is vloeken in de kerk. Het doorsteken of niet aanleggen van dijken geeft rumoer, en dat snap ik. Maar we moeten mensen leren anders naar het water te kijken."

Peijs weet als geen ander dat ze zich met haar uitspraken op gevoelig terrein begeeft. "Ik ben opgegroeid in Hoge Zwaluwe, dat is in 1953 alleen onder water komen te staan, maar mijn vader was wel zijn bedrijf kwijt. En op school bleven enkele bankjes leeg. Dat toen drastische maatregelen zijn genomen, is begrijpelijk, maar daarbij is niet op de ecologie gelet. Die hebben we bij de afsluiting van de Oosterschelde maar net kunnen redden, dankzij acties van bewoners, vissers en de milieubeweging. Zo is een debacle als met het Grevelingenmeer, dat stilstaat en verstikt, voorkomen."

Schade aan de natuur
Ook museumdirecteur Louwerse hekelt de afsluiting als begrijpelijke, maar achteraf bezien verkeerde oplossing. "De veiligheid stond voorop. Maar als je het water in een aquarium niet ververst, komen de vissen bovendrijven. De diepere delen van het Grevelingenmeer zijn zonder zuurstof, het is statische natuur, ten dode opgeschreven." Een getijdencentrale in de Brouwersdam (tussen Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee) kan dat probleem verhelpen, zo laat het Watersnoodmuseum zien in het vierde caisson, dat is ingericht met de blik op de toekomst en dat vandaag wordt heropend.

Een getijdencentrale brengt niet alleen eb en vloed terug in de afgesloten zeearm, ook wekt het in- en uitstromen van zeewater blauwe energie op en krijgt de natuur weer een impuls waarvan ook duikers en watersporters profiteren. Bovendien kan de centrale als pomp fungeren indien overtollig water uit de rivieren snel moet worden afgevoerd naar zee. Een win-win-win-situatie dus, zeker als boeren inhaken en de zilte natuur inzetten voor hun 'Zeeuwse zilte zaligheden'. Het is immers ook gelukt om tong te kweken op het land, bejubelt Peijs de Zeeuwse ondernemingszin.

Toch weer een verbinding met de zee, zij het beperkt en goed gecontroleerd. Een commissie met vertegenwoordigers van Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en gemeenten op Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee is enthousiast over dit ei van Columbus. Nu de bevolking nog. En dat ligt moeilijker, erkent Louwerse. "'Lopen we niet extra risico?' was tijdens een bijeenkomst hier in het museum de eerste vraag vanuit de zaal."

Dick van Puffelen, oud-wethouder van Oostflakkee, maakte hetzelfde mee. "Op elke bijeenkomst waarin we plannen van de deltacommissie bespraken, was minstens de helft van de aanwezigen maar bezig met één vraag: 'Hoe zit het met de veiligheid?'"

Van Puffelen is geboren Rotterdammer, maar woont zestien jaar op Goeree-Overflakkee. "Dit eiland is het best bewaarde geheim tussen Zeeland en Zuid-Holland. De inwoners voelen zich geen Zeeuw, maar ze zijn het in feite wel. Ze wonen omgeven door water - dit gebied heeft ongekende watersportmogelijkheden, alleen vergelijkbaar met de Friese meren - maar water is voor hen niet iets waarop of waaraan je recreëert. De 'overkanters' staan er anders in, maar de eilanders zijn landbouwers. Die zitten in de aardappelkuil te kijken of er water over de rand komt. Ze zijn gewoon bang. Dat vind ik het indrukwekkendst als ik terugkijk op mijn periode als wethouder, dat die angst nog steeds zo aanwezig is."

Voormalig CDA-Kamerlid Ad Koppejan haast zich dit beeld te nuanceren. Waar het de Zeeuwen betreft tenminste. "De strijd tegen het water vormt de Zeeuwen. Het zit in de vlag, luctor et emergo, ik worstel en kom boven. Een zekere onverzettelijkheid kenmerkt hen, maar ook respect en ontzag voor de natuur. Ik heb niet de indruk dat Zeeuwen een angstig volkje zijn."

Koppejan constateert wel argwaan. Die kwam naarboven in de discussie over ontpoldering van de Hedwigepolder, waarin het Zeeuwse Kamerlid zich opwierp als vertegenwoordiger van een ruime meerderheid van de Zeeuwse bevolking die tegen ontpoldering is. "Land prijsgeven aan de zee wordt door de echte Zeeuw niet als natuurlijk ervaren. Maar het probleem was ook dat over hun hoofden werd beslist. Over ons, zonder ons, dat steekt."

Herstel van natuurwaarden en economische ontwikkeling
Bij de ontwikkeling van de zuidwestelijke delta zullen de Zeeuwen niet dwars gaan liggen, verwacht Koppejan. "We leven hier met de zee, we weten wat er moet gebeuren, ik hoef aan de Zeeuwen niet uit te leggen dat het klimaat verandert en de zeespiegel stijgt. De bescherming kan samengaan met herstel van natuurwaarden in combinatie met economische ontwikkeling, zolang we maar met de mensen praten die het aangaat: de boeren die naast gewone groente en fruit ook zilte groente gaan telen, de vissers, de leden van de waterschappen. Wij mogen ons rijk rekenen met de wijze waarop we onze waterhuishouding en waterveiligheid democratisch en dichtbij hebben georganiseerd. Dat moeten we overeind houden. Je gaat het gewoon vinden hoe wij hier onder de waterspiegel leven. Pas als er weer buitenlanders komen kijken, besef je hoe bijzonder dat is."

Oral history
Net zoals dat bij andere traumatische ervaringen het geval is, hebben veel mensen die de Watersnoodramp hebben meegemaakt hierover jarenlang gezwegen. Met het klimmen der jaren komen veel ouderen nu alsnog met hun verhalen. Om die herinnering te kunnen bewaren is het Watersnoodmuseum begonnen met een oral historyproject. Projectleider Jaap Schoof wil tweehonderd verhalen vastleggen voor generaties die de ramp niet hebben meegemaakt. Enkele ervaringen zijn al te beluisteren of te lezen op www.1953hetverhaal.nl.

Hoeveel mensen verdronken er?
Het Watersnoodmuseum en Nationaal Monument Watersnood 1953 in Ouwerkerk zijn vandaag toneel van de herdenking van de ramp die de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en het westelijk deel van Noord-Brabant zestig jaar geleden trof. In een combinatie van zware storm en springtij overstroomden grote delen van dit gebied; 1836 mensen verdronken ("1835 plus 1", zeggen museumdirecteur Siemco Louwerse en de Zeeuwse commissaris van de koningin Karla Peijs als in koor: die ene is een op zaterdag 31 januari geboren baby, die in de storm van 1 februari verdronk en nooit bij de burgerlijke stand is aangegeven), zo'n 40.000 dieren verdronken, 46.300 gebouwen werden verwoest en 200.000 hectare land kwam onder water te staan; 70.000 mensen werden geëvacueerd. Het Watersnoodmuseum is gebouwd in de vier caissons waarmee in november 1953 het laatste gat in de zeedijk bij Ouwerkerk werd gedicht. Het museum is open sinds april 2001; vanaf vandaag is het vierde caisson volledig ingericht op de toekomst van de zuidwestelijke delta, de caissons 1, 2 en 3 brengen de ramp, de mensen en de wederopbouw in beeld. www.watersnoodmuseum.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden