Jelle's weekdier

De zeepbelslak: een invasieve exoot in Zeeland

De zeepbelslak (Haminoea japonica). Beeld Douglas Mason Follow

Alleen al vanwege de naam kunnen we niet om dit weekdier heen, dat ook nog eens een écht weekdier is, een buikvoetige mollusk om preciezer te zijn, een slak. Want je zou toch maar zo heten: Japanse zeepbelslak. 

Dat klinkt toch een beetje als zoölogische gebakken lucht. Een zeepbel is er héél even, waait met de wind een eindje weg en verdwijnt dan met een onhoorbaar plopje in de vergetelheid. 

Wat dat betreft is het een slecht gekozen naam, want deze slak is hier waarschijnlijk niet gearriveerd om weer snel en ongemerkt te verdwijnen. In juni 2018 werden plotseling duizenden exemplaren van deze Aziatische slakkensoort aangetroffen in het Veerse Meer bij Wolphaartsdijk. Het is nu dus ook een Zeeuwse zeepbel.

Verspreidingsgebied

Deze zeepbelslak (Haminoea japonica) is een invasieve exoot. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied is het noordwestelijke deel van de Stille Oceaan en van daaruit heeft hij zich verspreid. Aanvankelijk naar de Amerikaanse Pacifische kust, maar daar bleef het niet bij. Het zeepbelletje werd al tegen het einde van de vorige eeuw aangetroffen bij Italië, Frankrijk en Spanje in de Middellandse Zee, onder andere in de lagune van Venetië. 

En nu dus ook in de lagune van Goes, ongetwijfeld een handje geholpen door de stijgende watertemperatuur. Het adjectief ‘Japans’ klinkt daarbij omineus. Twee andere exoten met die naam vormen een groot probleem: de Japanse oester die hinderlijke riffen vormt en de Japanse duizendknoop die menig hovenier tot wanhoop drijft.

De zeepbelslak was dit jaar niet de enige nieuwkomer; het gaat momenteel hard met de invasieven. Tegelijkertijd met de zeepbelslak werden drie andere weekdieren nieuw in Nederland aangetroffen. Om te beginnen is daar de Aziatische mossel (Arcuatula senhousia), een verwant van onze eigen Zeeuwse consumptiemossel. Oorspronkelijk afkomstig uit de zeeën tussen Kamtsjatka en Singapore, is hij met schepen meegelift. In China wordt hij gegeten, dat zouden wij hier wellicht ook kunnen overwegen als het een probleemsoort wordt. 

Dan is er een nieuw zoetwatermosseltje, de samengedrukte erwtenmossel (Euglesa compressa), een slechts vijf millimeter klein minischelpje dat in rivieren voorkomt, en tot slot de gevlekte grasslak (Xerotricha conspurcata), een eveneens piepklein landslakje dat van oorsprong in Spanje thuishoort en zich ook aan het verspreiden is. Er is kortom op het gebied van migraties nogal wat aan de hand in slakkenland; niets menselijks is de weekdieren vreemd.

Camouflagekleuren

De nu bij Wolphaartsdijk gevonden Japanse zeepbelslak (in het Engels Japanese bubble snail geheten­­, van dat ‘bubble’ zal de Nederlandse naam wel een rechtstreekse vertaling zijn) is te groot voor zijn slakkenhuis (of het huisje is te klein, het is maar vanuit welk standpunt je dit bekijkt). Bijgevolg kan de slak zich niet geheel in zijn huisje terugtrekken. 

Het dier, dat helemaal met vlekkerige camouflagekleuren is overdekt, heeft de vlezige mantelflappen aan de buitenkant van het huisje zitten, en ook twee uitsteeksels van het kopgedeelte reiken tot over het huisje. Een levend exemplaar ziet er dan ook uit als een naaktslak die zojuist een intact slakkenhuisje heeft opgegeten. Groot zijn ze niet, het schelpje wordt niet langer dan ongeveer elf millimeter.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees alle stukken in ons dossier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden