Jelle's weekdier De zandhagedis

De zandhagedis heeft in Zandvoort vooralsnog het nakijken

Beeld Werry Crone / Buiten-beeld

Kent u het sprookje van de zandhagedis en de brilslang? Nee? Het gaat als volgt. Er was eens een zandhagedis, die samen met zijn vriend de rugstreeppad een fijn leven leidde in de duinen bij Zandvoort. Ze konden er naar hartelust ronddolen en smikkelden af en toe een domme duizendpoot of een slome slak op. Ze moesten alleen oppassen voor de ­torenvalk die wel een zandhagedisje of een rugstreeppadje lustte – zo gaat dat in de natuur. Op ­zekere dag werd hun aangename leventje ruw verstoord door de komst van een brilslag. De brilslang wilde het hele duingebied omvormen tot nieuw leefgebied voor zijn vriend de lawaaipapegaai. Hij had geen enkel begrip voor het Zandvoortse zwitserleventje van de zandhagedis en zijn vriend.

Brilslang arriveerde met een groepje gele rupsen (ook bekend als Caterpillars) en begon te graven. De zandhagedis was radeloos en wendde zich tot de wijze uil. Maar die had die dag toevallig last van weke knieën en vertelde de hagedis dat, helaas, de brilslang met zijn ijver om leefgebied voor de lawaaipapegaai te maken een groot faunistisch belang vertegenwoordigde. Bedroefd droop de zandhagedis af. Samen met zijn vriend de rugstreeppad wierp hij een laatste blik op zijn geliefde duinen en zat nog lang te wenen op een oude autoband. Zo bleek weer eens dat de meedogenloze natuur niet altijd het beste voorheeft met de zwakkere soorten.

Het werkwoord hagedissen

Terug naar de realiteit. Zandhagedissen zijn hagedissen die, de naam zegt het al, een voorkeur hebben voor een zandige habitat. Ze komen vooral voor op droge, warme terreinen, waar ze zich in muizengaten of zelfgegraven holen terugtrekken en daarin ook overwinteren. Hagedissen zijn zogenoemde koudbloedige dieren, wat wil zeggen dat hun lichaamstemperatuur die van de omgeving is. Dat ‘koudbloedig’ is feitelijk een inadequate term, want ’s zomers kan hun bloed aardig warm worden. Om tot activiteit te geraken houden ze ervan om zich in de zon op te warmen – ik heb daarvoor ooit het werkwoord ‘hagedissen’ gemunt. Je kunt het beste hagedissen door op warm zand te gaan liggen – wie ooit blootsvoets over een zomers strand heeft gewandeld kent het effect. Duinpannen, zandverstuivingen en zandpaden zijn daarom een favoriete hagedisplek. Dat is trouwens ook de reden dat zandhagedissen regelmatig worden doodgereden door mountainbikers die met hun rijwiel over zandpaden raggen terwijl de reptielen er liggen te hagedissen; het is een ander pijnpunt in onze omgang met de natuur.

Samen met de rugstreeppad werd de zandhagedis deze week ingezet in de rechtszaak over het tot nu toe vergunningsloze gegraaf bij het Formule-1-racecircuit van Zandvoort. Terwijl heel Nederland in een totale verlamming verkeert vanwege het stikstofprobleem, gaan de werkzaamheden om het circuit te prepareren voor de in mei 2020 geplande en behalve een commercieel belang geen enkele ander doel dienende wedstrijd gewoon door. Van de rechter mag het (vooralsnog, haast ik me erbij te zeggen).

Zandhagedissen (Lacerta agilis) zijn een Rode Lijst-soort, voorzien van de status ‘kwetsbaar’ en sinds 2017 beschermd door de Natuurbeschermingswet. Maar dat zal de brilslang allemaal een worst zijn.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden