AnalyseKlimaatakkoord

De weg naar een klimaatvriendelijk Nederland is met een lantaarn te zoeken

Beeld Maus Bullhorst

Het klimaatakkoord beweegt zich voort over een pad vol hindernissen. De grootste verbouwing sinds de Tweede Wereldoorlog verloopt vooralsnog moeizaam.

Vergelijk het klimaatakkoord eens met de verbouwing van een huis. Dan is, anderhalf jaar na het maken van de bouwtekeningen, het schilderen van de schutting al begonnen, maar willen de vergunningen voor de gevelwerkzaamheden maar niet rondkomen. Bovendien zijn de draagmuren niet zo stevig als gehoopt en de isolatie valt een stuk duurder uit.

De vaart zit er nog niet echt in. Het door meer dan honderd partijen aan ‘klimaattafels’ gesloten akkoord stuit nu op de weerbarstige praktijk. Vandaag en morgen debatteert de Tweede Kamer over de begroting van het ministerie van economische zaken en klimaat. De Kamer zal willen weten of het klimaatakkoord – het middel om het ambitieuze klimaatdoel van 49 procent minder CO2-uitstoot in 2030 te halen, nog wel voldoet.

Voorzitter Ed Nijpels van de klimaattafels benoemde de weerbarstigheid onlangs op de eerste landelijke Klimaatdag: “De weg van het klimaatbeleid is een weg vol doornen en stekels. Die problemen moeten worden opgelost. Het mooie is dat je kunt constateren dat we ondanks alle problemen op weg zijn om die 49 procent (CO2-reductie, het doel van het akkoord, red.) in 2030 te halen.”

Het is maar de vraag of dat doel gehaald wordt. Afgelopen week bleek maar weer voor wat voor opgave Nederland staat. Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan 49 procent CO2-reductie in 2030, maar uit berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat als het lukt om alle problemen op te lossen en het héle klimaatakkoord uit te voeren, Nederland in 2030 slechts op 46 procent uitkomt. Er moet dus meer gebeuren. Temeer omdat de Europese Commissie – na aandringen van onder meer Nederland – het klimaatdoel wil ophogen naar 55 procent in 2030. Het kabinet zal dubbel zo hard aan de slag moeten, concludeerde het PBL.

Het kabinet is het afgelopen jaar al wat horden tegengekomen. Wettelijke bezwaren, technologische tegenvallers en maatschappelijke tegenstand bemoeilijken de verbouwing. Minister Eric Wiebes van economische zaken maakte daarom vorige week bekend dat een ambtelijke commissie aan het nadenken is over extra maatregelen of het naar voren halen van plannen. Alle vijf de ‘klimaattafels’ moeten hieraan bijdragen. Hoe staat het er tot dusver voor bij de verschillende sectoren?

ENERGIE

De klimaattafel ‘energie’ is het braafste jongetje uit de klas. De uitstoot van de elektriciteitsproductie zal volgens het PBL tot 2030 meer dan halveren ten opzichte van 1990. Dat komt door de grote toename van duurzame energiebronnen, met name zonne-energie. Bovendien sluiten tot 2030 de overgebleven kolencentrales, die een grote hoeveelheid CO2 de lucht in blazen.

Tegelijkertijd is geen sector zo onvoorspelbaar als de energiesector. Dat blijkt uit de ramingen van het PBL over het halen van het Urgendavonnis (25 procent minder CO2 in 2020). De ene keert haalt de overheid het wel, dan niet, dan weer wel. Dat komt mede door de verbondenheid van Europese landen op het elektriciteitsnet.

Het sluiten van de Groningse gaskraan zorgt voor niets minder dan een revolutie in de Nederlandse energievoorziening. Nederland was altijd een gasexporteur en is in een paar jaar tijd een importeur geworden van (Russisch en Noors) gas. Toch gaan de Nederlandse gascentrales naar verwachting de komende jaren alleen maar harder draaien. Duitsland sluit zijn kolencentrales, België de kerncentrales, en die landen gaan energie importeren uit Nederland. Dat gas goedkoper is dan kolen, geeft de gascentrales nog een extra zwengel.

Deze ontwikkelingen maken het voor Nederland lastiger de klimaatdoelen te halen. Per saldo schiet het klimaat wél meer op met de huidige situatie: gas is stukken minder vervuilend dan kolen. Voor het Europese beeld is het dus voordelig dat Nederland gas stookt in plaats van Duitsland kolen.

De biomassacentrale in Moerdijk. De centrale is de eerste op het Europese vasteland en de grootste ter wereld. De nieuwe centrale zal jaarlijks 440.000 ton kippenmest omzetten in elektriciteit. 90.000 huishoudens moeten zo van energie worden voorzien. Het Zeeuwse energiebedrijf Delta is de grootste aandeelhouder van de centrale.Beeld ANP

Toch kent de energietafel ook zijn problemen. Het Klimaatakkoord leunt voor een groot deel op biomassa. Dat is er in veel vormen, zoals mest en biobrandstoffen. De houtsnippers die gebruikt worden voor de energieopwekking zijn in het verdachtenbankje gekomen, vanwege luchtverontreiniging door kleine centrales, en omdat bij het verbranden van houtige biomassa óók CO2 vrijkomt. Een meerderheid in de Tweede Kamer wil er zo snel mogelijk van af.

De biomassadiscussie toont aan dat de perfecte duurzame energiebron niet bestaat. Wind- en zonnevelden zorgen voor protest bij omwonenden. Bij geothermie wordt in de grond geboord en kunnen chemicaliën in het grondwater komen. Rond kernenergie bestaan veel taboes. Het zijn vooral zorgen voor na 2030, als Nederland nog twintig jaar heeft om CO2 volkomen uit te bannen.

Warmteproductie is nu al een zorgenkind. Voor het klimaatakkoord is restwarmte van energiecentrales en industrie cruciaal: warmte om huizen mee te verwarmen en stoom om fabrieken mee te laten draaien. Warmte wordt nu nog vooral onttrokken uit fossiele installaties. De komende jaren had biomassa dit deels moeten vervangen. Maar nu biomassa onder vuur ligt, is die omslag onzeker. Warmte uit aqua- en geothermie zijn alternatieven, schetst het PBL. Maar de toegankelijkheid van die bronnen is onzeker en kleinschaliger.

Bovendien verloopt het aanleggen van warmtenetten moeizaam. Er zijn gigantische investeringen nodig, vaak te groot voor gemeenten. De terugverdientijd is zo’n vijftig jaar. Het is maar de vraag hoe de industrie die de warmtenetten voedt, er tegen die tijd uitziet. De wet die de regels rond stadsverwarming moet regelen, is er bovendien nog niet. Tijdens de Klimaatdag verzuchtte Bernhard van der Haar, die als consultant bij Binnenlandse Zaken werkt: “We denken middenin de warmtetransitie te zitten, maar de wet zit nog in de ontwerpfase. Het is te gek voor woorden.”

INDUSTRIE

De afgelopen decennia daalde de uitstoot van broeikasgassen als methaan en lachgas door de industrie snel. Dat was laaghangend fruit, concludeert het PBL, het reduceren van de CO2-uitstoot wordt de komende jaren een stuk ingewikkelder.

Nederland heeft voor een klein land een uitzonderlijk grote industrie. Hoeveel die de komende jaren precies gaat bijdragen aan het klimaatdoel is nog onzeker. Zo moet de CO2-heffing een grote bijdrage leveren. Uitstoot van broeikasgassen gaat bedrijven dan geld kosten. Maar hoe hoog de belasting komt te liggen is nog onduidelijk. Het kabinet wil de industrie de eerste jaren het liefst vrijaf geven, omdat die zwaar getroffen wordt door de coronacrisis.

Ook is nog onzeker hoe subsidieregeling SDE++ gaat werken. Dat subsidiepotje voor innovatie en vergroening wordt gevuld met de energiebelasting, die ieder jaar iets oploopt. Uit de SDE++ kunnen vanaf dit jaar ook niet-duurzame energiebesparingsdoelen betaald worden, zoals CO2-afvang –en opslag en waterstofproductie via elektrolyse. Het maakt nogal wat uit hoeveel energiebesparende maatregelen uit de subsidiepot bekostigd kunnen worden.

Toch zal de komende jaren al vaart gemaakt moeten worden. Voor allerlei innovaties, zoals CO2-opslag of het laten draaien van industrie op elektriciteit of stoom, is een grootschalige verbouwing aan de infrastructuur nodig. Een energiewerkgroep waarschuwde het kabinet al dat het klimaatakkoord vertraging oploopt, als nu geen werk gemaakt wordt van buizenstelsels en afvanginstallaties.

WONEN

Om in 2050 alle Nederlandse huizen gasvrij te krijgen, moeten gemeenten nu al aan de slag. Verrassend is het daarom niet dat hier nu al veel problemen ontstaan.

Wethouders gingen vol goede moed aan de slag, maar liepen snel tegen problemen aan. De Utrechtse wethouder Lot van Hooijdonk (GroenLinks) sprak onlangs op de Klimaatdag haar zorgen uit. “Utrecht moet 120.000 tot 150.000 woningen van het gas halen in dertig jaar. Dat is een gigantische operatie.” Als je die nu uitstelt, haal je het niet, schetst zij.

Maar uitstel dreigt, mede vanwege hoge kosten. Door de lage gasprijs is het nauwelijks rendabel om je huis te verbouwen en elektrisch te verwarmen. En dan moeten mensen de wettelijke ‘boete’ op het afsluiten van het gasnetwerk ook nog zelf betalen. Van Hooijdonk: “Ik kan niet rechtlullen wat krom is. Als onze boodschap is: het kost u 10.000 euro, dan lukt het niet.” Het Rijk moet volgens haar daarom met een ‘goede aanbieding’ komen.

Een installateur is bezig met het installeren van een warmtepomp bij een verwarmingsketel, als onderdeel van een project om een jaren-60 woning energiezuinig te maken.Beeld ANP

Eén van de middelen om een verbouwing rendabeler te maken, bleek al onhaalbaar. De gebouwgebonden financiering blijkt te ingewikkeld en duur. Het kabinet wilde de kosten van het isoleren en aardgasvrij maken van een huis, koppelen aan een woning, in plaats van het op te tellen bij de persoonlijke hypotheek van de bewoner. Zo gaan de kosten over op de volgende bewoner, als het huis verkocht wordt. Dit was bij uitstek een plan dat de betaalbaarheid en het draagvlak van de energietransitie te vergroten. Dat de uitwerking van het klimaatakkoord bij de woningen zo moeizaam gaat is extra pijnlijk voor het kabinet, omdat de maatregelen juist hier dichtbij de mensen komen.

Minister Wiebes zei vrijdag dat hij zich nog niet zo’n zorgen maakt over de stroperigheid rond de woningen. “In 2050 moeten alle woningen van Nederland gerenoveerd zijn, tot 2020 maar 1,5 miljoen. Dat is een heel beperkt deel. In de geschiedenis der lage landen zijn grotere uitdagingen geweest.”

VERKEER

Enigszins ontnuchterend misschien: de uitstoot van alle auto’s en vrachtauto’s ligt op dit moment nog altijd hoger dan in het ijkjaar 1990. Wel krimpt de CO2-uitstoot van het verkeer nu een aantal jaar langzaam, omdat het aantal elektrische auto’s toeneemt.

Naast wonen gaat de vergroening het moeizaamst bij de mobiliteit, zei chef klimaat Pieter Boot van het PBL tijdens de Klimaatdag. Met het huidige beleid is de uitstoot van het nationale wagenpark pas in 2030 op het niveau van 1990, blijkt uit de PBL-berekeningen.

Maar in die berekeningen is een aantal maatregelen uit het klimaatakkoord niet meegerekend. Zo komen er in binnensteden emissievrije zones voor vrachtvervoer en er zijn afspraken gemaakt over duurzame brandstoffen, zoals elektriciteit en waterstof. Ook rekende het PBL een maatregel niet mee die het kabinet nam onder druk van de stikstofcrisis: het verlagen van de maximumsnelheid van 130 naar 100.

Mogelijk besluit een volgend kabinet om een andere gevoelige maatregel in te voeren: rekeningrijden. Rutte-III wil er nog niet aan, maar liet er wel onderzoek naar doen. Daaruit blijkt dat de CO2- en stikstofuitstoot fors afnemen met rekeningrijden. Volgens staatssecretaris van financiën Hans Vijlbrief duurt het echter wel negen à tien jaar voor het is ingevoerd.

De uitstoot van de luchtvaart en scheepvaart is niet meegenomen in het klimaatakkoord.Beeld ANP XTRA

Manco van het klimaatakkoord, evenals het wereldwijde klimaatakkoord van Parijs, is dat de uitstoot van scheep- en luchtvaart niet meegenomen is. Pieter Boot van het PBL noemt de stijging van de luchtvaartemissies de komende jaren ‘pregnant’, zich overigens baserend op cijfers van vóór de coronacrisis. “Het brandstofverbruik in de luchtvaart stijgt behoorlijk. Sterker dan de emissies in het wegverkeer de komende jaren zouden afnemen.”

LANDBOUW

In de landbouw ging het de voorbije anderhalf jaar uitsluitend over andere uitstoot, die van stikstof. Maar ook aan de CO2-reductie moeten boeren een forse bijdrage leveren. Het scheelt dat veel stikstofuitsparende ingrepen ook CO2 reduceren.

Toch lijkt het erop dat de CO2-emissies van de landbouw tot 2025 nog zullen stijgen. Door de lage gasprijzen en de verhoging van de belasting op elektriciteit, is het voor de glastuinbouw goedkoper om de kassen met hun gasinstallaties te verwarmen, in plaats van met duurzame stroom of vanuit warmtenetten. Na 2025 moeten duurzame varianten de overhand krijgen.

De veesector stoot vooral methaan en lachgas uit. Die emissies dalen de komende jaren, door ander grasgebruik en het onderhouden van veengebieden. Ook de inkrimping van de veestapel, een stikstofmaatregel, zal de broeikasgasuitstoot doen verminderen. Voor de landbouw zal veel afhangen van de Europese klimaatdoelen. Europa rekent landbouw en landgebruik – zoals bosbouw – als aparte sectoren. Mogelijk voegt het die twee samen. Dan kunnen landen hun bosgebieden afstrepen tegen landbouwgrond, omdat planten CO2 opnemen. Omdat Nederland weinig bos en veel landbouwgrond heeft, zou Nederland dan een nóg grotere inspanning moeten doen om de klimaatdoelen te halen.

Lees ook:

Klimaatdoel 2030 raakt uit zicht, kabinet kondigt extra maatregelen aan

Het kabinet moet dubbel zo hard aan de slag om de klimaatdoelen te halen, volgens het Planbureau voor de Leefomgeving. In reactie op het slechte rapportcijfer kondigt minister Wiebes extra maatregelen aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden